Rusland moet nu een communist uit het Kremlin zien te houden

De verkiezingen in Rusland zijn de afgelopen dagen op verschillende wijze geïnterpreteerd. De enige conclusie waarop volgens Hans Nijenhuis weinig valt af te dingen is deze: als er de komende maanden niets verandert, kiest Rusland straks een president Zjirinovski of Zjoeganov.

De stemmen voor de Russische parlementsverkiezingen zijn nog nauwelijks geteld of er wordt al volop gesproken over de presidentsverkiezingen. Dat is niet voor niks. De president in Rusland heeft zeer ruime bevoegdheden en met kandidaten als de communist Zjoeganov en leerling-dictator Zjirinovski gaat het in juni niet over een beleid maar over een politiek systeem. Wat heeft de generale repetitie van zondag geleerd?

Eerst de conclusies die voorbarig zijn.

De parlementsverkiezingen waren een belangrijke stap vooruit in de opbouw van de democratie.

Dat was de eerste reactie uit Westerse hoofdsteden, nadat waarnemers de verkiezingen eerlijk en vrij hadden genoemd. De waarnemers bedoelden de verkiezingsdág. Stalin wist al dat bij verkiezingen niet belangrijk is wie er stemt maar wie er telt. En met die telling werd gefraudeerd, beweerden de generaals-buiten-dienst Lebed en Roetskoj, nadat bleek dat zij een teleurstellend resultaat hadden geboekt.

Russen hebben reden tot twijfel. De uitslagen van de vorige verkiezingen, die in december 1993 over een parlement en een nieuwe grondwet, zijn ondanks eerdere beloften nog altijd niet gepubliceerd. Dat is jammer, want de opkomst destijds nam op het laatste moment op miraculeuze wijze toe, zodat net de vereiste 50 procent werd gehaald. Publicatie van de volledige uitslagen is echter te duur, heette het, en de stembiljetten zijn inmiddels vernietigd.

Afgelopen zondag was er weer een wonderbaarlijke opkomst, en wel in Tsjetsjenië. Bij de op last van Moskou georganiseerde verkiezingen kwam daar 53,6 procent van de kiezers opdagen, hoewel aanwezige journalisten bijna niemand hebben gezien en er in de republiek een oorlog woedt. De kandidaat van Moskou werd met meer dan 90 procent van de stemmen gekozen.

Het is misschien allemaal niet zo ernstig. Maar dat kan het wel worden als ook in juni de verliezer, net als Lebed en Roetskoj nu, de uitslag niet wil accepteren.

Door alle aandacht voor het resultaat lijkt de campagne alweer vergeten. 'Ons Huis is Rusland', de partij van de premier, besteedde veel meer geld aan affiches en festiviteiten dan volgens de campagneregels was toegestaan. De belangrijkste televisiezender, voor 51 procent in handen van de staat, voor 49 procent in handen van bedrijven die Ons Huis is Rusland sponsoren, toonde in amusementsprogramma's juist van die partij het logo en de kandidaten.

Een laatste kanttekening bij de verkiezingen als een stap voorwaarts bij de opbouw van de democratie zijn de winnaars zelf. Op de eerste twee plaatsen eindigden partijen die 'de zogenaamde democratie' tijdens hun campagne afschilderden als een verwerpelijk importprodukt uit het Westen. Met de communisten komen verscheidene coupplegers uit augustus 1991 in het parlement. Zjirinovski wil het parlement en liefst ook de meeste politici afschaffen. Zoals in 1933 al eens bleek: verkiezingen leiden niet per definitie tot democratie.

De krachtsverhoudingen in de Doema blijven ongeveer hetzelfde.

Dat klinkt geruststellend maar is niet waar. Communisten en nationalisten hebben net als in 1993 ongeveer een derde van de stemmen gehaald, niet meer. Door het gecompliceerde Russische kiesstelsel levert dat nu wel twee keer zoveel zetels op. In 1993 kreeg Zjirinovski's LDPR 64 zetels en de communisten 42. Nu krijgt de LDPR er waarschijnlijk 50 en de communisten 157. Oorzaak is het succes van de communisten in de individuele kiesdistricten en het feit dat ongeveer de helft van de opgekomen kiezers heeft gestemd op partijen die de kiesdrempel (5 procent) niet haalden.

De hervormingen gaan gewoon door.

Een conclusie die is gebaseerd op de geringe bevoegdheden van het parlement. Een veel gehoorde klacht over de economische hervormingen is echter het gebrek aan wetgeving, en daarbij moet juist het parlement een belangrijke rol spelen. Het vorige heeft ondanks het verbale geweld van Zjirinovski regelmatig aan marktgerichte maatregelen meegewerkt. Het eerste deel van een nieuw burgerlijk wetboek bijvoorbeeld, dat in Rusland “de grondwet van de markteconomie” wordt genoemd, is probleemloos aangenomen. Het nieuwe parlement wordt dat van communistenleider Zjoeganov en die gedraagt zich bepaald minder clownesk.

Het komend halfjaar gaat er hoe dan ook niets 'gewoon' door, want elke maatregel en uitlating zal in het teken staan van de presidentsverkiezingen. Vanuit de communistische en nationalistische kampen kunnen voorstellen worden verwacht voor subsidiëring van de broodprijzen en verhoging van pensioenen. De regering zal daarop een antwoord moeten vinden in de wetenschap dat schoktherapie en inflatiebestrijding weinig kiezers opleveren.

Zelfs als de presidentsverkiezingen ten slotte door een liberale kandidaat worden gewonnen gaan de hervormingen nog niet zomaar door. De nieuwe president zal moeten beslissen of hij wel of niet zal samenwerken met het parlement, dat voor vier jaar is gekozen. In het eerste geval is onduidelijk wat voor hervormingsgezind beleid dat kan opleveren. In het tweede geval ontstaat een politieke crisis met evenmin een duidelijke afloop.

Hervormingen zijn kansloos in Rusland.

Het andere uiterste is om met een verwijzing naar de rumoerige Russische geschiedenis de uitslag van afgelopen zondag te zien als het zoveelste bewijs dat Rusland nu eenmaal ongeschikt is voor een markteconomie naar Westers model. In de grote steden, waar de economische hervormingen het diepst zijn doorgedrongen, scoorden hervormingsgezinde partijen het best. In St. Petersburg werd Jabloko, geleid door de liberale econoom Grigori Javlinski, zelfs de grootste.

Petersburg en Moskou zijn plaatsen waar behalve een superkleine elite van superrijken ook een beginnende middenklasse is ontstaan van overwegend jonge mensen die kans zien om in de markteconomie een carrière te maken. Op het platteland zijn die kansen er veel minder, terwijl de nadelen van het afdanken van het oude economische systeem er veel zwaarder worden gevoeld. De uitslag van zondag lijkt vooral een protest tegen de zeer gebrekkige invoering van de markteconomie, niet per se tegen het idee zelf.

Voorlopig is er één conclusie van de parlementsverkiezingen die noch geruststellend noch diepgravend is, maar die op korte termijn misschien toch de meeste aandacht verdient. Als er het komend halfjaar niets verandert, kunnen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen opnieuw communisten en nationalisten bovenaan eindigen. En dan gaat de beslissende ronde tussen Zjoeganov en Zjirinovski.

Hervormingsgezinde politici als Javlinski, Jegor Gajdar en Boris Fjodorov halen hun stemmen niet bij andere politieke stromingen vandaan, maar bij elkaar. Opgeteld hadden hun drie partijen zondag meer aanhang dan Zjirinovski. Als premier Tsjernomyrdin erbij wordt gerekend, haalden de hervormingsgezinden zelfs meer dan de communisten. Maar elk apart komen ze niet verder dan een derde plaats. Bij de presidentsverkiezingen telt een derde plaats niet. Als er in juni dus meer dan één kandidaat meedoet van wat Javlinski deze week het 'anti-autoritaire kamp' noemde, spelen de democraten met vuur.

Wie moet die ene kandidaat zijn? Jeltsin is ziek, bij grote delen van de bevolking gehaat en omringd door zoveel schaduwfiguren dat hij nauwelijks nog een 'hervormer' kan worden genoemd. Premier Tsjernomyrdin mag vooralsnog niet van het Kremlin en leidt al drie jaar lang de regering, electoraal ook een weinig benijdenswaardige positie. Javlinski is pas 43 en hoewel hij de juiste dingen zei, haalde hij toch ook niet meer dan zeven procent van de stemmen. Gajdar en Fjodorov, leden van de eerste radicaal hervormingsgezinde regering, haalden niet eens de kiesdrempel. En toch willen ze allemaal het liefst zelf.

De vraag voor het komende half jaar is niet of het parlement invloed heeft, niet of de economische hervormingen doorgaan, niet of Rusland een westers of een slavisch land is. De vraag is of deze politici het eens kunnen worden over wie van hen de beste kandidaat is om communisten of nationalisten uit het Kremlin te houden.