Moderne gezichten

Op zijn vijftigste verjaardag, in 1913, wordt Franz von Stuck in München tot Geheimrat benoemd. Dat is in die tijd een titel die aangeeft dat de drager buitengewoon belangrijk is. Als het donker is geworden gaan zijn studenten in fakkeloptocht langs zijn huis. De kunstenaar neemt staande op zijn balkon het eerbetoon in ontvangst. Later maakt hij er een schilderij van; curieus zelfportret waarin hij zich op het snijpunt van de diagonalen als silhouet tegen een verlichte rechthoek heeft gezet. Een kasteelheer. Ver beneden hem trekt de rood-oranje stroom der vereerders door de duisternis.

Dit schilderij maakt deel uit van de tentoonstelling die nog tot 21 januari in het Amsterdamse Van Gogh Museum te zien is. 'Deze met veel bravoure geschilderde huldiging van Münchens laatste kunstenaarsvorst is voor de hedendaagse beschouwer wellicht nogal beladen; een dergelijke beangstigende persoonsverheerlijking met fakkels tegen de achtergrond van een pompeus classicistisch décor roept in onze ogen te veel negatieve politieke associaties op,' schrijft Edwin Becker in zijn essay dat in de catalogus is afgedrukt.

Een fakkeloptocht langs een balkon dat op vier zware pilaren rust en waarop één mannetje staat: ja, dat hebben we meer gezien. Deze week was het niet een balkon maar een boksring met de duizenden juichende vereerders eromheen en in het centrum van de diagonalen Mike Tyson die in de derde rond zijn tegenstander heeft geveld. Straks zijn het twaalf mannetjes op het balkon van de Stadsschouwburg of een podium op het Museumplein, voor een massa die in zo'nbetoon van totale geestdrift nog eens een paar vereerders tot stervens toe zal beknellen. Dat vrees ik.

Met andere woorden: dit zelfvereringsportret van Stuck is een modern schilderij. Het is een maximale vervulling van het zelfvereringsdenken zoals dat door Andy Warhol in een aforisme is vastgelegd: 'Iedereen hoort het recht te hebben, eens in zijn leven twintig minuten wereldberoemd te zijn.' Bijna iedereen kent deze uitspraak; dat bewijst al hoe scherp Warhol daarmee dit algemeen verlangen onder woorden heeft gebracht. Alleen over de duur van het beroemd zijn bestaat verschil van mening. De bescheidensten denken dat het één minuut is, de gematigden houden het op tien minuten tot een kwartier en de matelozen weten zeker dat er twintig minuten moeten worden gereserveerd.

Ja, Stuck is een modern, of moeten we zeggen, postmodern kunstenaar. In al zijn zelfportretten heeft hij aan de andere kant van de spiegel iemand gezien die volkomen geslaagd is en die dit door zijn wie-doet-me-wat blik wil laten weten. Dat is geen blijk van ijdeltuiterij; het is zo. Het is een gegeven van de Schepping zoals de wind of de zwaartekracht die we ook niet ijdel kunnen noemen omdat ze de bomen doen bewegen en verhoeden dat we in de ruimte verdwijnen. De blik die Stuck uit zijn zelfportretten op het museumpubliek werpt, doet denken aan de manier waarop de in graniet gebeitelde ego's uit de toppen van het bedrijfsleven, de literatuur en de sociale wetenschappen ons via de lens van de fotograaf aankijken. Niet die van de showbiz: die gaan met een zonnebankschaterlach door het leven.

In haar beschouwing over de tentoonstelling in deze krant heeft Renée Steenbergen Stuck vergeleken met Jeff Koons. Daar zit iets in. Beiden hebben een element van schandaal in hun werk, in het kunstenaarsschap van beiden smeult de reclame, en beiden zijn onbeschaamd uit op succes. Dat zijn trouwens eigenschappen die door verreweg de meeste kunstenaars worden gedeeld. De ene komt er met minder gêne mee voor de dag dan de ander. In sommige perioden zijn ze meer reçu, en toevallig heeft Stuck gewerkt toen de wereld van het Westen daarvoor ontvankelijk was.

Afgezien daarvan heeft Stuck nog iets anders dat in deze tijd ook vertrouwd aandoet: een peilloze somberheid. Het schilderij Herfstavond zou kunnen dienen als illustratie bij Poe's The Fall of the House of Usher. En als complement van die verlorenheid dient zijn belangstelling voor het gezicht, de bewegingen van het kind. Ook geslaagd. Dit terzijde want ik schrijf geen kunstkritiek.

Deze tentoonstelling heeft nog iets merkwaardigs: de schilderijen hebben niet alleen zoals gebruikelijk een titel. Ze gaan ook vergezeld van bijschriften waarop min of meer wordt uitgelegd wat er te zien is. Met respect voor de zorg en toewijding maar ik vond het gekwebbel, waarbij ik niet uitsluit dat andere bezoekers er uitstekend door geïnformeerd raken. Een gevolg kan in ieder geval zijn dat je op den duur eerst het bijschrift gaat lezen om dan eens te kijken wat ervan klopt. Iets nieuws. Het deed me een beetje denken aan de manier waarop de PTT en de Spoorwegen hun klanten toespreken.