Minister Sorgdrager over wetgeving voor euthanasie; 'Officier van justitie kan zich niet volstrekt onafhankelijk bewegen'

DEN HAAG, 22 DEC. De minister van justitie haalt haar schouders op. “Ik heb er geen slapeloze nachten van, hoor”, zegt Winnie Sorgdrager. Intussen komt de parlementaire enquêtecommissie Opsporingsmethoden over enkele weken met haar eindrapport. De verwachting in politiek Den Haag is dat dit voor de verantwoordelijke bewindsvrouw niet zonder risico's is. Daarnaast bleek deze week dat Sorgdrager ook intern op haar eigen departement orde op zaken aan het stellen is. Haar hoogste ambtenaar, secretaris-generaal Jan Suyver, ruimt het veld. En daar zal het waarschijnlijk niet bij blijven.

Tegelijkertijd rommelt het weer op het vlak van het euthanasiebeleid. De Groningse officier van justitie Drenth weigerde onlangs, ondanks een aanwijzing van de minister, vervolging in te stellen tegen de kinderarts Kadijk. Tegenover deze krant verklaarde de procureur-generaal in Leeuwarden, Steenhuis, dit niet te pikken. Hij wil berisping van Drenth. Steenhuis schetste verder een somber beeld van het huidige euthanasiebeleid: door alle proefprocessen zouden artsen minder bereidwillig zijn gevallen van euthanasie te melden. Bovendien verzet de rechterlijk macht volgens hem de bakens waardoor het OM steeds minder houvast krijgt bij het vervolgingsbeleid.

Dus artsen doen niet meer mee, rechters doen niet wat de politiek wil en officieren van justitie luisteren niet meer naar de minister. Tijd voor nieuw beleid?

“Dat zijn wat stellige uitspraken. Artsen duiken niet onder. Het blijkt dat het aantal meldingen van euthanasie stijgt. We komen dit jaar uit op ruim honderd meldingen meer dan vorig jaar: ruim 1.500. Dus het is niet zo dat artsen minder melden, tenzij de indruk zou bestaan dat artsen ineens heel veel meer euthanasie zijn gaan plegen. En die indruk heb ik niet.

“In het algemeen gesproken werken officieren gewoon mee. Alleen over dat ene geval in Groningen is heel duidelijk discussie. En wat hadden we nog meer?

De rechters, die regelmatig uitspraken doen waarvan politici zeggen: dat is het hellend vlak. Is dat niet wat dubbel trouwens? Eerst wordt wetgeving overgelaten aan de rechters, maar die moeten wel doen wat de politiek zegt.

“Ja, het is dubbel. Een rechter doet een uitspraak in een concrete zaak, dat klopt. Maar als de vraag luidt of het tijd is voor ander beleid: iedereen weet dat we volgens het regeerakkoord dit beleid houden tot aan de evaluatie van de meldingsprocedure. Die evaluatie zal in september of oktober klaar zijn. Dan is het moment daar om ons af te vragen of dit is wat we gewild hebben.”

En?

“Het is inderdaad de vraag of de huidige regeling ideaal is. Maar dat is nou eenmaal afgesproken. Er is ook geen wetswijziging geweest destijds, er is alleen maar een administratieve procedure tussengeschoven. Ik ben er nog lang niet van overtuigd dat dit de beste mogelijkheid is.

“Aan de andere kant zul je altijd grensgevallen hebben, welke regeling je ook maakt voor euthanasie. Er zal altijd discussie zijn. Mensen zeggen nu heel gemakkelijk dat er wetgeving moet komen, maar laat iedereen wel beseffen dat, wat voor wetgeving er ook is: er zal altijd een toetsing van het handelen van dokters moeten zijn. Alleen, ik vind de strafrechtelijke toetsing zoals die nu is bij levensbeëindiging van zwaar gehandicapte pasgeborenen een heel bot middel, als je kijkt waar het over gaat.”

Hoe zou u het handelen van medici dan willen toetsen?

“Mevrouw Borst (minister van volksgezondheid, red.) heeft tijdens haar begrotingsbehandeling gepraat over een toetsingscommissie voor gevallen van levensbeëindiging van zwaar defecte pasgeborenen. In die commissie zouden verschillende disciplines zitten. Ik kan me zoiets ook best voorstellen wanneer het gaat over normale euthanasie. Daarbij staat 'normaal' uitdrukkelijk tussen aanhalingstekens, want het wordt nooit normaal. Waar het om gaat, is dat medici niet meteen in aanraking komen met het strafrecht. Zo'n commissie van medici, juristen en ethici kan kijken of een arts zich wel of niet aan de norm gehouden heeft. Zo niet, dan kan die commissie verder de zaak leiden. Als het heel ernstig is, kan de kwestie toch weer strafrechtelijk afgedaan worden, en als het meer in de sfeer van de medische zorgvuldigheden zit, dan kun je het in de tuchtsfeer afdoen.”

Een toetsingscommissie. Is dat de oplossing van het huidige ongerief?

“Nee, ik denk er ook over om na de evaluatie eventueel iets te doen op het terrein van wetgeving. Er zijn bijvoorbeeld ideeën over het opnemen van de medische exceptie in het wetboek van strafrecht. Daarbij zeg je: euthanasie is verboden, behalve voor artsen in het kader van de medische beroepsuitoefening. Alleen als je de medische exceptie opneemt in de wet, wat ik een aantrekkelijke gedachte vind, zul je dat moeten doen in combinatie met die toetsingscommissie. Je kunt nu eenmaal nooit het medisch handelen van die arts als medische exceptie onvoorwaardelijk aannemen. Dat kan niet. Er is altijd de mogelijkheid dat er ergens uitwassen voorkomen waartegen opgetreden moet kunnen worden.”

Maar daarbij is het dus met de zaak-Drenth in het achterhoofd de vraag of het openbaar ministerie wel altijd doet wat de minister zegt.

“In de wet staat: de minister geeft bevelen. Ik zeg dus tegen het OM, tegen het college van procureur-generaals: ik wil dat die zaak wordt vervolgd, en ik ga er dan vanuit dat het wordt uitgevoerd.

“In het algemeen is de minister voor individuele strafzaken achteraf verantwoording schuldig aan de Kamer. Maar er kunnen situaties zijn waarin de minister aanleiding ziet om tevoren een aanwijzing te geven. Dat is hier aan de orde. Ik heb inzake euthanasie naar aanleiding van jurisprudentie een vervolgingsbeleid vastgesteld dat de instemming van de Kamer heeft.”

Het is dus een politieke kwestie?

“Kijk eens: het OM is natuurlijk niet a-politiek. Dat denkt men wel eens een keer, maar dat is niet zo. Dat wil niet zeggen dat het OM de verlengde arm van de politiek is. Drenth zegt dat hij een juridische vraag aan de orde heeft gesteld, maar daarmee miskent hij dat hij toch politiek bezig is geweest. Namelijk door niet-ontvankelijkheid van het OM te vorderen, heeft hij gezegd: ik vind het niet juist dat deze zaak wordt vervolgd. Dat hoort hij niet te doen, omdat hij een aanwijzing heeft op te volgen. Je kunt toch niet hebben dat een officier van justitie zich volstrekt onafhankelijk in zijn magistratelijkheid beweegt en zeg: ik vind dat hier niet vervolgd moet worden.

Anderen vinden dat de Hoge Raad een buitenwettelijk adviesorgaan wordt als je het OM zo politiek laat opereren.

“De Hoge Raad moet gewoon een zaak behandelen zoals de Hoge Raad op een gegeven moment bijvoorbeeld ook stakingszaken heeft behandeld. Daar is toen stakingsrecht ontstaan.

“Als het om justitie gaat, is de politiek zeer geïnteresseerd en zal dus voortdurend aan de minister vragen verantwoording af te leggen.”

Om een wilde sprong te maken: ook over de wijze waarop minister haar departement runt. Deze week heeft u uw hoogste ambtenaar, secretaris-generaal Suyver, verwijderd. Dat gebeurt niet vaak.

“Volgens mij is het wel meer voorgekomen. Maar dan nog: je moet daar gesprekken over kunnen voeren, vind ik. Suyver heeft zelf geconcludeerd dat het beter is zijn functie neer te leggen.”

Is dat een hard gevecht?

“Ik ben niet zo'n harde vechter. Ik praat liever gewoon.

Vooraanstaande partijgenoten van u kwalificeerden de ambtelijke kwaliteit van Justitie als volgt: de loyale ambtenaren hebben geen politiek benul en de ambtenaren die dat wel hebben, zijn niet te vertrouwen.

“Zo. Mooi is dat. Dat vind ik wel een beetje een beschouwing vanuit de zijlijn, want zo is het hier niet.”