Meer hulpverlening drugs dan alcohol

ROTTERDAM, 22 DEC. In 1994 deden voor het eerst meer drugs- dan alcoholverslaafden een beroep op de hulpverlening. Dit blijkt uit cijfers van de Stichting Informatievoorziening Verslavingszorg (IVV). Van de naar schatting 350.000 alcoholisten en 500.000 zware drinkers belandden 20.237 bij de hulpverlening, tegen 20.375 drugsverslaafden. Er zijn naar schatting 25.000 verslaafden aan harddrugs en 650.000 regelmatige cannabisgebruikers. Verder telt Nederland 70.000 gokkers, van wie in 1994 6.814 hulp zochten.

Tussen 1990 en 1992 waren bij de hulpverleningsinstellingen meer alcoholisten ingeschreven dan nu. In 1993 zette een daling in. Volgens een woordvoerder van het IVV wijzen de cijfers erop dat er weer meer onzichtbare drinkers zijn. “Men drinkt rustig door maar laat zich niet helpen.” Hij acht het echter niet uitgesloten dat het alcoholprobleem door alle voorlichtingscampagnes wat kleiner is geworden.

Het IVV heeft voor het eerst niet alleen cijfers van Verslavingscentra en Consultatiebureaus voor Alcohol en Drugs verwerkt, maar ook gegevens van andere instanties, waaronder GGD's die methadon verstrekken. Hierdoor ontstaat meer inzicht in de omvang en wijze van druggebruik. Van de drugsverslaafden gebruiken de meesten heroïne (17.572). Zestien procent van de heroïnegebruikers spuit, 72 procent rookt. Er werden ruim 1 miljoen porties methadon verstrekt, in totaal 48 kilo.

Het totaal aantal cliënten in de verslavingszorg groeide in 1994 met 5 procent en bedroeg 50.053 personen. Heroïne- en alcoholverslaafden vormen samen 70 procent van de hulpzoekenden. De gemiddelde leeftijd van drugscliënten is 31, van alcoholcliënten 41, van gokcliënten 28.

Cannabisgebruikers doen meer dan voorheen een beroep op de hulpverlening. Medicijnverslaafden komen daarentegen nauwelijks bij de verslavingszorg terecht. Ook lsd en xtc komen in de hulpverleningsstatistieken vrijwel niet voor, wat niet wil zeggen dat het gebruik laag is. De IVV-woordvoerder: “XTC wordt als tweede, derde of vierde middel veel gebruikt, maar niemand ervaart het als een probleem. Als het misgaat, komen mensen bij ziekenhuizen terecht, niet bij ons.”