Loudon: het draait allemaal om objectiviteit; 'Scherper beurstoezicht nodig'

ROTTERDAM, 22 DEC. Het wordt hoog tijd dat de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) een sterkere positie krijgt als toezichthouder op de effectenbeurzen. Dat zegt jhr. mr. F.J. Loudon (57), wiens benoeming als nieuwe voorzitter van de STE gisteren werd bekendgemaakt.

“Ik vind dat er absoluut een krachtige STE moet komen,” aldus Loudon die wijst op de snelle veranderingen die er plaats vinden bij de beurs. “Vroeger was de beurs een kleine club waar iedereen elkaar kende en waar men heel goed in staat was zelf de regels te handhaven. De beurs heeft echter steeds meer leden gekregen, waarvan sommigen niet eens gevestigd zijn in Amsterdam.”

Ex-bankier Loudon die per 1 januari toetreedt tot het bestuur en op 1 juli voorzitter wordt, ziet de oplossing in een krachtige “externe toezichthouder” die de beurzen moet controleren, “een toeschouwer van buiten”. “Eigenlijk zijn wij daar zelfs een beetje laat mee. De meeste andere landen hebben al zoiets.” Loudon, die tot 1994 deel uit maakte van de raad van bestuur van de zakenbank MeesPierson en tevens van het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs, hoopt overigens niet dat de STE zo machtig hoeft te worden als haar Amerikaanse tegenvoeter, de Securities & Exchange Commission (SEC). In de Verenigde Staten kunnen beurshandelaren bij wijze van spreken geen stap doen zonder dat de SEC daarvan op de hoogte is.

De STE heeft eerder dit jaar aangekondigd zelf een soort beursrecherche voor de effectenhandel op te gaan zetten. Tot dusver maakte de toezichthouder voor onderzoeken gebruik van de controle-medewerkers van de beurzen, zoals het controlebureau van de Amsterdamse Effectenbeurs en de afdeling compliance van de EOE-optiebeurs. Die controleurs konden dan met uitgebreidere bevoegdheden van de STE informatie opvragen bij banken en effectenhuizen.

Het nieuwe controlebureau van de STE krijgt als belangrijkste taak onderzoeken te doen naar beurshandel waarbij misbruik gemaakt wordt van voorkennis. Dat vergrijp is al sinds 1989 strafbaar, maar heeft nog tot geen enkele veroordeling geleid. De Hoge Raad vernietigde de veroordeling van ex-Begemann-president Joep van den Nieuwenhuyzen in de HCS-affaire, terwijl Justitie bij de andere grote zaak - die van de bestuurders van het voormalige beursfonds Borsumij Wehry - op een dood spoor lijkt te staan.

Binnen de beurs bestaat er nogal wat weerstand tegen het idee om een deel van de controle-activiteiten aan de STE over te dragen. Men vindt dat de controleurs “dicht op de markt” moeten staan. Dat heeft in de ogen van de beurs een preventieve werking. Loudon ondersteunt echter het voornemen van de STE. “Dergelijke onderzoeken moeten juist door buitenstaanders gedaan worden. Niet door partijen die betrokken kunnen zijn, of partijen waarvan klanten betrokken kunnen zijn.” Volgens Loudon draait het allemaal om “objectiviteit” en erkent dat daarmee de traditionele zelfregulering van de beurs wordt aangetast. Maar het is volgens Loudon ook “de buitenwereld” die daar om vraagt. Tot hoever de bevoegdheden van de STE moeten worden opgerekt, en in hoeverre het principe van zelfregulering van de effectenbeurs moet worden teruggedrongen, wil Loudon niet zeggen. Op de rol van Justitie bij de opsporing van beursfraudes wil Loudon evenmin ingaan voordat hij goed is ingewerkt. In het verleden is - ook door de STE - forse kritiek geuit op het openbaar ministerie en de Economische Controle Dienst (ECD) die over te weinig capaciteit en deskundigheid zouden beschikken om voorkennis-zaken ongeschonden voor de rechter te brengen.Over zijn persoonlijke motivatie om de voorzittershamer van de STE van de nu 70-jarige drs J. Zantman over te nemen zegt Loudon: “Ik heb belangstelling voor het werk. Ik heb me er al jarenlang mee beziggehouden, bij de bank en in het beursbestuur. Ik ken de problemen die in de branche leven.”