Komst troepen VS naar Bosnië weer vertraagd

TUZLA/WASHINGTON, 22 DEC. Slecht weer en bureaucratische verwikkelingen hebben de komst van de hoofdmacht van het Amerikaanse contingent in de internationale vredesmacht voor Bosnië (IFOR) opnieuw vertraagd.

De Amerikaanse 1ste Pansterdivisie, die wordt gelegerd in Noord-Bosnië en die zijn hoofdkwartier heeft in Tuzla, zal hierdoor waarschijnlijk niet voor eind januari gaan patrouilleren in Bosnisch-Servisch gebied. Dat hebben hoge Amerikaanse militairen gisteren gezegd.

De Verenigde Staten dragen met 20.000 man bij aan IFOR. De treinen die materieel - tanks, pantserwagens en bruggenbouwapparatuur - vanuit Duitsland via Oostenrijk en Hongarije moeten overbrengen naar Bosnië ondervinden grote vertragingen. Die worden veroorzaakt door sneeuwval, formaliteiten aan de grenzen, door dreigende stakingen bij de Hongaarse spoorwegen en door technische beperkingen van het spoorwegnet: het slechte onderhoud en de te krappe bochten waardoor de treinen moeten worden ingekort.

Het overbrengen van manschappen via logistieke bases in Zuid-Hongarije over de weg via Kroatië naar Tuzla verloopt evenmin voorspoedig omdat een pontonbrug over de rivier de Sava aan de grens tussen Kroatië en Bosnië nog niet af is. De brug is essentieel om Amerikaanse tanks, die 67 ton wegen, te kunnen laten passeren.

De Amerikaanse regering stelt pogingen in het werk om te voorkomen dat de Republikeinse meerderheidsleider en presidentskandidaat Robert Dole met kerstmis een bezoek brengt aan Amerikaanse soldaten in Bosnië. Dole is de naaste rivaal van president Clinton in de race om het presidentschap. Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken zei dat Clinton “graag zijn solidariteit met de troepen wil laten zien”, maar “pas na 15 januari”, omdat de troepenmacht nog steeds in opbouw is.

Britse eenheden hebben gisteren hun patrouilles voortgezet in gebied dat onder controle staat van de moslim-Kroatische federatie. Zij ruimden enkele wegversperringen op waarbij de strijdende partijen voorheen hulpkonvooien van de Verenigde Naties ophielden en plunderden.

In Sarajevo is een conflict uitgebroken tussen het hoofdkwartier van de grondstrijdkrachten van IFOR en het stadsbestuur, nadat de Britse commandant, luitenant-generaal Michael Walker, kantoorruimte had gehuurd in een voormalig hotel in een stadsgedeelte onder Servisch bestuur. Burgemeester Tarik Kuposovic heeft geëist dat IFOR alleen zaken doet “met de legitieme autoriteiten” van de stad; “Ilidza [het betreffende Servische stadsdeel] is een deel van het verenigde Sarajevo”, aldus de burgemeester in een brief aan Walker. Sinds de komst van IFOR zijn de huurprijzen voor de schaarse kantoorruimte sterk gestegen. Sommige IFOR-militairen hebben geklaagd dat de Bosnische regering zich daarmee verrijkt.

Een groep van vijftig donorlanden en organisaties heeft gisteren in Brussel een bedrag van 500 miljoen dollar (780 miljoen gulden) beschikbaar gesteld voor de eerste fase van de wederopbouw van Bosnië. De commissaris van de Europese Unie voor buitenlands beleid, Hans van den Broek, noemde het bedrag “een teken van hoop”. Hij zei ook dat de Bosnische Serviërs geen hulp krijgen als zij niet meewerken aan het VN-tribunaal dat oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië onderzoekt. Het tribunaal wil hun leiders, Karadzic en Mladic, vervolgen.

De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteren de Serviërs opgeroepen het Internationale Rode Kruis in staat te stellen ter plekke onderzoek te doen naar massagraven in de omgeving van de gevallen moslim-enclave Srebrenica. De raad vroeg ook landen troepen beschikbaar te stellen voor een VN-contingent dat de vrede moet bewaren in Oost-Slavonië, waar Servische bezetters het bestuur de komende twee jaar moeten overdragen aan Kroatië. (AFP, AP, Reuter)