God is ook niet perfect

De Franse schrijfster Christine Aventin had ongekend succes met haar debuutroman 'Het hart op zak' die verscheen toen ze zeventien jaar oud was. Over haar tweede roman 'De geverfde duivel' werd echter weinig vernomen, terwijl die minstens even goed is. Wat gebeurde er met Christine Aventin? Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Christine Aventin: De geverfde duivel. Uitg. Manteau, 173 blz. Bij De Slegte voor ƒ 3,95.

Op zoek naar een boek voor bespreking in deze rubriek, stuitte ik bij De Slegte op De geverfde duivel, de tweede roman van de Luikse studente Christine Aventin. Net zeventien jaar jong baarde zij wereldwijd opzien met haar door de gerenommeerde Franse uitgeverij Mercure de France uitgebrachte debuut Het hart op zak, dat zich afspeelt tegen het decor van het Parijse prostitutiemilieu. Hoofdpersoon Alexie wordt door haar moeder Veronique, een prostituée, naar een keurig lyceum gestuurd, opdat zij de kans zal krijgen meer van haar leven te maken. Maar de harde confrontatie met de duistere kanten van de wereld van drugs, prostitutie en geweld blijkt niet te vermijden. Nadat haar moeder door haar pooier wordt afgetuigd en aan de gevolgen daarvan bezwijkt, start Alexie een speurtocht naar haar vader.

Het verbazingwekkende van die roman was vooral, dat de schrijfster zelf nog nooit met het door haar zo overtuigend beschreven milieu in aanraking was geweest, of er zelfs maar research had gedaan. Ze groeide op tussen de bietenvelden in het Waalse dorpje Crisnee, onder de rook van de grauwe industriestad Luik. Vader leraar, moeder huisvrouw, kortom, een doorsnee-fatsoenlijk rooms-katholiek gezin. Toch slaagde ze erin, alles zo te beschrijven alsof ze het persoonlijk, of op zijn minst als toeschouwer, had meegemaakt. De Franse pers betitelde haar vrijwel unaniem als een nieuwe Sagan.

In een interview verklaarde ze: 'Ik hou niet (-) van mensen die denken dat ze perfect zijn. God zelf is ook niet perfect. Hij kan fouten maken. Daarom houd ik van hem. We hoeven ook niet voor God te vechten. Elke oorlog die zogenaamd in zijn naam gevoerd wordt, vind ik verwerpelijk. Mensen zijn vaak schijnheilig. Dat heb ik in Het hart op zak ook beschreven. Nadat haar moeder is gestorven, reist Alexie per trein naar een oom. In die trein raakt zij in gesprek met een pastoor, die veel begrip toont voor haar situatie. Maar als een islamitisch gezin ook in de coupé wil plaatsnemen, stuurt de pastoor hen weg. Dat bedoel ik met schijnheiligheid.'

Van Het hart op zak gingen alleen al in Frankrijk meer dan hondervijftigduizend exemplaren over de toonbank. Het werd bovendien in diverse talen vertaald en met succes verfilmd.

Met haar tweede roman blijft Aventin dichter bij huis. De hoofdpersoon is het Luikse tienermeisje Margot. Haar gescheiden moeder, een uitdijende, tanende schoonheid, woont samen met Gilbert Gallien, een knappe, jonge leraar aan het meisjeslyceum, waar hij de zwijmelend aan zijn lippen hangende scholieren wegwijs maakt in de Ilias en de Odyssee. Tussendoor onderhoudt hij intieme betrekkingen met een van zijn leerlingen, met wie hij in geheimschrift door middel van griekse letters correspondeert. Dat gaat goed, tot de vader van de scholiere een brief vindt, nieuwsgierig ontcijfert, en vervolgens razend van woede het huis uitrent en hals over kop in zijn lelijk eendje naar het lyceum suist.

“Zijn niet alle vaders een beetje jaloers op hun dochter als die de beslissende leeftijd bereikt waarop de driften ontwaken die erom smeken zich te mogen uiten”, schrijft Aventin.

Margot begint al te trillen van woede als Gallien haar moeder liefkoost. Is het uit heimwee naar haar vader - die overigens later een stiefvader blijkt te zijn - met wie ze een incestueuze relatie onderhield? Waarmee meteen duidelijk wordt, waarom hij door Michou, Margots moeder, het huis is uitgezet. Of is ze jaloers op de liefde van haar moeder, voor de man die ze niet alleen intens haat, maar onderhuids ook bewondert?

“Gallien glimlachte de mooie glimlach die Michou verleidde. Ik vond hem ook mooi als hij glimlachte en zelfs als hij niet glimlachte, maar ik hield niet van mooie mannen, ze waren zo saai, ze roken naar after-shave. Op dat moment gaf ik meer om mannen met een trieste blik, met vieze, ongekamde haren, met een sterke geur, met eelt op hun handen en met een ziel die op sommige momenten zo zacht was dat de tranen in je ogen sprongen.”

In de loop van het verhaal blijkt Margot een krachtige persoonlijkheid, die op een cynische manier de mensen in haar omgeving gebruikt en wreed manipuleert. Haar felheid is doorgaans op Gallien gericht. Samen met haar veertienjarige, ziekelijke en achterlijke broertje Rudolph vult ze haar dagen met het verzinnen van de meest gruwelijke en bizarre verhalen, waarin de terechtstelling van Gallien centraal staat. Uiteindelijk krijgt ze Rudolph zelfs zover, dat hij een poging zal ondernemen Gallien van zijn leven te verlossen. Als het plannetje mislukt, legt ze het zelf met hem aan, in de hoop door haar moeder op heterdaad te worden betrapt, wat automatisch tot gevolg moet hebben dat Gallien hetzelfde lot wacht als haar stiefvader. Tevergeefs. De oplossing dient zich aan in de persoon van Rupert, die een diepe liefde voor Margot koestert en alles voor haar over heeft. Maar dan ook echt alles.

De emoties die in Aventins verhaal worden opgeroepen zijn nergens eenduidig. Ze zijn pervers en teder tegelijk. Hetzelfde geldt voor de menselijke relaties: haat zit verscholen in de zoom van de verleiding. Maar het heeft ook de humor en het cynisme die in belangrijke mate hebben bijgedragen tot het succes van haar eerste boek. Dit boek van Christine Aventin is een cocktail van realisme en absurditeit, vermengd met een afgewogen dosis ironie. De geverfde duivel doet zeker niet onder voor haar debuutroman. Zodat je blijft zitten met de vraag, wat de reden kan zijn voor het feit, dat Aventins eersteling in de Nederlandse vertaling vier herdrukken beleeft, terwijl het tweede boek al in de eerste druk in de ramsj belandt. Misschien toch alleen omdat de schrijfster inmiddels geen tienermeisje meer is, waardoor de sensationele glans van 'piepjonge debutante' wat dof is geworden?