'Dearest enemies' nog geen vrienden

AMSTERDAM, 22 DEC. G.A. van der List, VVD-wetenschapper en publicist, stak de lont in het kruitvat. Wat had de PvdA nou helemaal nog te melden: het socialisme had geen toekomst meer en buiten Kok had de partij weinig in huis. PvdA voorzitter F. Rottenberg ontvlamt: “Hé, ik wist niet dat het zo'n middag zou worden”. Als de VVD mot wilde, kon ze die krijgen, maar eigenlijk had hij helemaal geen zin in zo'n eenvoudig partijtje catch-as-catch-can.

De paarse coalitiepartners PvdA en VVD moesten beter weten: ze moesten volgens Rottenberg op zoek naar hun overeenkomsten, maar meer nog op zoek naar nieuw beleid en ook op zoek naar de risico's voor de coalitie. Dat had zin, de rest vond hij flauwekul.

De serene, wetenschappelijke sfeer in de Princenhofkamer van het vroegere Amsterdamse stadhuis krijgt eventjes militante trekjes. Zo had de organiserende Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau van de VVD, het symposium over de verhoudiing tussen liberalen en socialisten ook weer niet bedoeld. Men was weliswaar bijeen op heilige grond, de bakermat van het wethouderssocialisme, evenwel aan strijdcultuur hadden liberalen toch een broertje dood, dat mocht bekend zijn.

Maar had de wetenschapper en deeltijd-politicus J.Th.J. van den Berg (Leiden/senaat) het eerder op de bijeenkomst al niet gesignaleerd. PvdA en VVD verhielden zich lang tot elkaar als Kaïn en Abel, ze waren elkaars dearest enemies geworden, de één decennia lang 'De Tegenpartij' voor de ander, en zoiets gaat zomaar niet over.

Bijzonder was het wel, de discussie tussen wetenschappers van VVD- en PvdA-huize. Elf jaar eerder had dezelfde Teldersstichting de mogelijkheden en onmogelijkheden van samenwerking tussen liberalen en sociaal-democraten al eens geïnventariseerd. 'Illusie of monsterverbond', zo heette de studie van die dagen. De uitkomst was overwegend negatief. “Een utopische zelfmoord”, zo noemde VVD-coryfee oud-minister H. Langman een symbiose tussen PvdA en VVD destijds.

Maar kenden ze elkaar inmiddels. Nee, eigenlijk niet, zo concludeerde menigeen op het symposium van gisteren. VVD'ers en PvdA'ers waren weliswaar loten van dezelfde stam, maar ver uiteengegroeid. Het waren misschien wel twee verschillende menstypes die zich in beide partijen ophielden: bezadigde liberalen tegenover geëngageerde sociaal-democraten. Was het verschil ooit niet mooi getypeerd als het verschil tussen 'gezetenen' en 'bezetenen'. En was er voor PvdA'ers niet altijd 'een wereld te winnen'.

De fragmentarische verkenning bracht in ieder geval de notie op tafel dat PvdA en VVD elkaars mores, elkaars preoccupaties en elkaars clubgeest moeten leren kennen, willen ze elkaar ook begrijpen. Zo doceerde Rottenberg dat de PvdA geen vleugels kent maar eerder stromingen, waarbinnen personen belangrijk zijn. Maar meer nog gaat het in zijn visie in de PvdA om gebeurtenissen. Twee trauma's waren er nog altijd, daar moesten liberalen van weten: het trauma-Indonesië, weerspiegeld in de gebrekkige verlening van onafhankelijkheid aan Suriname halverwege de jaren zeventig, en het trauma-Reckman, het niet-kiezen van regeringsverantwoordelijkheid door de partij in 1977.

Van VVD-zijde kwam geen verkenning van de trauma's of het moest Van der Lists notie zijn dat de partij na Nijpels een leiderswisseling had ondergaan zonder enige inhoudelijke discussie. Neem nou F. de Grave, voormalige Tweede-Kamerlid en wethouder van Amsterdam, die was van een fervent Nijpeliaan toch wel gemakkelijk een adept van Bolkestein geworden, polemiseerde Van der List. Dat was nou echt onzin, wist De Grave: vanwaar het idee als zou hij voorman van de progressief/liberale vleugel in de VVD zijn geweest. Niks daarvan, hij was hardstikke pragmatisch, altijd geweest trouwens. En Bolkestein, die was helemaal geen rechtsliberale leider; hij kon zich heel goed in 's mans onorthodoxe ideeëngoed vinden.

De Grave onderschreef voluit de ambitie van Rottenberg dat VVD en PvdA op zoek gaan naar overeenkomsten en naar wat bindt. Maar zat daar tegelijk niet een probleem achter. Was er niet ook nog zoiets als een machtsinstinct: wie zou erin slagen straks, bij de volgende verkiezingen of in ieder geval snel na de eeuwwende, de dominante politieke groepering te worden?

Bolkestein premier, zo zei De Grave het niet, maar bedoelde hij het wel. Diezelfde Bolkestein, gangmaker van veel politieke debatten en verklaard liefhebber van het intellectuele discours was trouwens op het symposium van zijn partij de opvallende afwezige. 'Ach', noteerde een wetenschapper van PvdA-huize: “Als die Bolkestein minister-president mocht worden, dan zal hij pijnlijk ontdekken dat het liberale tij al weer verlopen is”.

Waarmee eens temeer bewezen werd dat rivaliteit niet zomaar slijt.

    • Kees van der Malen