De plaatjesmachine; Dienstreis langs opklikbare kunst op Internet

Steeds meer musea, galeries en beeldende kunstenaars exposeren op het wereldwijde computernetwerk Internet. Wat is er in dit wereldmuseum met duizenden tentoonstellingen te zien? Een kunstreis achter de computer: “Soms kom je ergens waar het werkelijk de moeite waard is, zoals in het Louvre of in het prachtige virtuele WebMuseum.”

Vanille, bitterkoekjes of chocolade - de puddingen van mijn moeder waren altijd lekker. Ze kwamen elke keer uit dezelfde vorm en dus in dezelfde gedaante op tafel. Voordat de pudding werd verdeeld was er ook altijd hetzelfde ritueel: we moesten er eerst vijf minuten aandachtig naar kijken. Ze had er tenslotte haar best op gedaan en het was niet de bedoeling dat hij zomaar naar binnen werd geschrokt.

Die tergende opdracht en het ongeduld waarmee die werd uitgevoerd, kwam me weer haarscherp voor de geest toen ik achter de computer wachtte tot ik in het Internet eindelijk zou belanden bij het door mij ingetikte adres van het Vaticaan, of beter gezegd de Vaticaanse musea. Het was aan het begin van de virtuele kunstreis die ik mij voorgenomen had te maken: een kriskras tocht langs Internet-presentaties van musea, galeries en beeldende kunstenaars overal ter wereld, van het Parijse Louvre tot het Newyorkse Whitneymuseum, van het Kunstmuseum in Yokohama tot het Alhambra in Granada en van Christopher Robin Blum uit Los Angeles tot Alf Edgar in het Noorse Bergen.

Het aanbod van beeldende kunst op het World Wide Web is het laatste jaar explosief gegroeid: steeds meer musea hebben hun eigen pagina's op het net, hun eigen 'site', variërend van informatie over openingstijden en exposities tot een vlootschouw van hun collecties. Ook steeds meer kunstenaars presenteren zichzelf en hun werk op het Web. En dan zijn er nog de Internetmusea en -galeries die alleen op het Web bestaan en daar speciaal voor het beeldscherm gemaakte computerkunst tonen of afbeeldingen van bestaande kunstwerken, zoals bijvoorbeeld de schilderijen van Jasper Johns of de zeefdrukken van Andy Warhol.

Het Internet ontwikkelt zich niet alleen tot een wereldarchief, maar ook tot een wereldmuseum waar nu al tienduizenden - of wie weet veel meer - tentoonstellingen te bezichtigen zijn. 'There are loads and loads of arty stuff lurking on the net', zo likkebaardt het Engelse blad The Net Directory in het decembernummer. Het glossy tijdschrift Internetworld wijdde dit najaar al een uitvoerige reportage aan het 'virtuele museumbezoek': 'A bonanza of museumtreasures around the world are but a mouseclick away'. Nu bestaan bladen als Internetworld, The Net Directory, Internet, Netguide, of de Nederlandse Web en Net bij de gratie van het Internet en veel kritische geluiden zal men er dan ook niet in aantreffen. Het Internet is voor deze bladen geen 'zeer overschatte, kolossale tijdverknoeier', zoals het boek PC's for dummies het typeert, integendeel, het is hun raison d'être.

Internetworld noemt in zijn museumreportage het virtuele kunstgenot 'een waardevol alternatief' voor een echt museumbezoek. Musea kunnen via het net een 'elektronisch venster openen' op de kunst in hun depots en verre publieken bereiken. Bovendien zullen virtuele tentoonstellingen de museale ervaring 'demystificeren' en 'democratiseren': 'It's free and interactive'. Het blad geeft een lange lijst van beeldende kunst-adressen op het net, maar welke we beter kunnen mijden, staat er niet bij. Bijna alles wordt klakkeloos aanbevolen.

Over het Vaticaan meldt Internetworld dat we er via het net honderden kunstwerken kunnen bekijken - er zijn alleen al 325 afbeeldingen uit de Sixtijnse kapel. Maar het blad vertelt niet dat de bezoeker van waar ook ter wereld veel meer Vaticaankunst onder ogen zal krijgen als hij naar Rome vliegt en daar desnoods nog uren in de rij staat voor de Vaticaanse musea, dan wanneer hij die musea gedurende dezelfde tijd op het Internet bezoekt. Het wachten, het wachten tot je een ons weegt, dat wordt liever verzwegen. Het dranghek voor de snelweg, daarover reppen de Internetparochiebladen niet. Hoe supersnel het modem ook is, hoe geavanceerd de computer, de kunstkijker op het Internet surft, zoeft, raast of vliegt niet, maar strompelt over een pad waarlangs bovendien zoveel richtingaanwijzers staan, dat hij ook nog voortdurend het doel uit het oog dreigt te verliezen.

Doordat plaatjes op Internet veel langzamer worden overgebracht dan teksten, doet het net speciaal bij de kunstliefhebber een beroep op het uithoudingsvermogen. Wie niet opgeeft en er maar lang genoeg achter blijft zitten, verandert in een terriër die niet van plan is los te laten. ('Nee, ik kan nog niet koken, ik wou net naar het Dallas Museum', zo wordt de naar een maaltijd snakkende huisgenoot toegebeten). En het kan nog erger. Op een gegeven moment bespeurde ik bij mezelf het gejaagde en hijgerige gevoel van de verslaafde: ik wil nog hierheen, ik moet nog daarheen, ik heb het Metropolitan nog niet eens gezien. Het principe van de fruitautomaat - meestal win je niks, maar heel soms wel - ketent je aan het beeldscherm. Want soms kom je ergens waar het werkelijk de moeite waard is. In het Louvre, in het prachtige, virtuele WebMuseum, in de tentoonstelling Honderd Hoogtepunten uit de Koninklijke Bibliotheek, of, terwijl je op zoek was naar etsen van Rembrandt maar weer was afgedwaald, in het beeldschone Ukiyoemuseum van houtsnedes in Japan.

Op mijn boze klachten over het wachten, het dranghek, het moedeloos stemmende netgescharrel, liet een bevriende Internetfanaat me geërgerd weten dat het ondankbaar is te zeuren over het net: “Het Internet is toverachtig en uniek, iedere vorm van zuurheid is misplaatst. Stel dat er een manier wordt gevonden om de zwaartekracht op te heffen, zelfs dan zouden er nog mensen zeuren: 'Nou en, dan zweef je een beetje.' Zo dom stel jij je nu op.”

Misschien heeft hij gelijk. Toen ik in het Ukiyoemuseum een prent van Hiroshige op mijn scherm zag verschijnen, waande ik me werkelijk in toverland.

*** Ten lange leste belandde ik natuurlijk toch in het Vaticaan. Later zou ik het wachten op schermbeelden gaan bekorten door er een boek bij te nemen; wanneer mijn computer kilobytes binnenhaalde, las ik verder in Reve's Zondagmorgen zonder zorgen.

De 'homepage' van het Vaticaan - het beginbeeld, vanwaar je allerlei kanten op kunt klikken - meldt 'Christ has died, Christ is risen, Christ will come again'. Volstaat het Amsterdamse Stedelijk Museum met een karig velletje informatie op het Internet, de Paus pakt royaal uit. De bezoekers van zijn fraaie christusrex-pagina's kunnen niet alleen honderden kunstwerken uit Vaticaanstad bekijken, er is ook een tocht langs de mooiste kerken van de wereld ('Splendours of Christendom'). De toespraken van de paus staan op Internet en bijvoorbeeld ook zijn Pauselijke brief aan alle vrouwen van de wereld ('Dank aan elke vrouw voor het simpele feit dat ze een vrouw is.').

Maar ik was hier voor de kunst en ik klikte in het Vaticaan op Melozzo da Forli's Musicerende engel, een fresco uit 1480, van veertigduizend bytes. Terwijl de zoetgevooisde engel die onder haar gespreide vleugels de hemelse vioolsnaren beroert, op mijn scherm verscheen, realiseerde ik me dat het Internet van alle kunst ter wereld, van schilderijen, sculpturen, fresco's, reliëfs, van installaties, schetsen en montages een plaatje maakt, een plaatje op beeldschermformaat. Naast alles wat het verder is, is het Internet ook een grote plaatjesmachine. Alleen bij de voor het beeldscherm gecreëerde cyberkunst zie je het origineel voor je, hoewel dat ook weer niet altijd helemaal waar is: van die kunstwerken bieden de makers immers vaak prints te koop aan via Internet en wat is dan het echte werk, het schermbeeld of de print? Het zijn vruchteloze overpeinzingen. Zoals Reve in zijn Zondagmorgen... betoogt dat bij de Lijkwade van Turijn de vraag naar de 'echtheid' niet ter zake doet, zo moeten we bij de beelden uit het Internet misschien elk idee van echt of onecht, reproduktie of origineel, laten varen.

Een doek van de 'fundamentele schilder' Robert Ryman heeft niets te maken met de beeldschermversie van dat doek: van de dikte of richting van Rymans penseelstreek - cruciaal voor zijn werk - is op het scherm niks te bekennen. 't Zijn hier pas werkelijk radicale statements, die schilderijen van Ryman: nauwelijks te onderscheiden van een leeg scherm.

Bij impressionistische schilderijen is het alsof je ze op het Internet door een vitrage ziet, alsof ze gefotografeerd zijn door David Hamilton. Van een Vermeer blijft meer over dan van een Rembrandt, van een pen- meer dan van een potloodtekening. Het is geen toeval dat veel computerkunstenaars voor hun cyberkunst harde lijnen, koude kleuren en scherpe contrasten kiezen. Vaak levert dat stripachtige, surreële beelden op: rode kerstballen die door een witbesneeuwd berglandschap rollen, of ijstorens van Babel in een blauwe zee. Ze mogen misschien iets 'echter' zijn dan een eerst gefotografeerde en vervolgens voor het beeldscherm gescande Kantwerkster (1670) van Johannes Vermeer, de schermversie van de Kantwerkster is toch een veel intrigerender plaatje dan veel van de gelikte hedendaagse Internetkunst.

*** Hoe ziet een virtuele kunstreis eruit?

Wie zijn doel en het adres daarvan kent, bijvoorbeeld van het Andy Warholmuseum, zal dat adres meteen intikken en er recht op af stevenen. Ik was bezoeker nummer 56644. Na een foto van Warhol als witte ragebol en een velletje informatie op het scherm, kon ik ondermeer kiezen uit een rondleiding door het museum, nog meer informatie of de museumwinkel. Ik koos de rondleiding en kreeg een plattegrond van de eerste verdieping plus een foto van een museumzaal op het scherm. Nu klikte ik op de lijst van kunstwerken op deze verdieping, in de verwachting dat ik die dan zou kunnen bekijken. Maar nee, het Warholmuseum volstaat met een duffe opsomming zonder één opklikbaar plaatje. Teleurgesteld ging ik naar de museumwinkel en zie: daar konden er ineens wel plaatjes vanaf. Van museumposters, Warhol-T-shirts en -kaarten, gevolgd door een bestelformulier waar ik slechts mijn creditkaartnummer en adres hoefde in te vullen om het begeerde artikel toegestuurd te krijgen. Wat een nep-site, dat Andy Warholmuseum.

Het ongeluk wilde dat ik me op dezelfde zondagmiddag naar het nieuwe virtuele museum in Aken begaf, waarover het Duitse blad Art zojuist had bericht. Voor dit museum kunnen kunstenaars werk opsturen waaruit een jury de exposities samenstelt. Op het ogenblik is er een groepstentoonstelling van drie Duitse installatiekunstenaars. Het museum heeft zoveel werk gemaakt van de virtuele voorgevel (447 kilobyte) en ook van de foyer, dat het me 75 minuten kostte voor ik eindelijk een kunstwerk op het scherm kreeg, Die Konferenz (1994), een installatie van Horst Wermes waarop zes staande schemerlampen in een cirkel met elkaar in debat lijken. Daar liet ik het maar bij.

Wie geen duidelijk doel voor ogen heeft en zomaar wat kunst wil zien of kijken wat er zoal aan kunst te vinden is op het net, zal de reis beginnen bij een van de grote beeldende kunst-indexen, zoals het Fine Art Forum, de World Wide Art Resources, de Art and Art History Page, of Yahoo Arts : lange lijsten van opklikbare musea, galeries, kunstenaars, tijdschriften, exposities en kunsthistorische instituten, per land en alfabetisch gerangschikt. Via deze startpunten kwam ik ondermeer terecht bij het Frida Kahlomuseum, de Vermeer-tentoonstelling in Washington, bij een expositie van Horror, Fantasy and the Grotesque in Art (toen ik op zoek was naar plaatjes van Max Ernst), bij het Kandinsky Image Archive en bij talloze mij onbekende en bekende kunstenaars.

Soms was ik dichtbij huis, bijvoorbeeld in de lijst van Nederlandse musea. Alle musea staan erin, zelfs het Baggermuseum, maar behalve het Teylers en het Van Abbe bieden de meeste slechts een paginaatje informatie op het scherm en het is dus niet veel meer dan een online museumgids.

Wie precies weet waar hij heen wil, maar niet waar dat is, kan zijn toevlucht nemen tot een van de 'webzoekers'. Zo wilde ik weten wat het Internet over Rembrandt te melden heeft en welke van zijn schilderijen hier te bezichtigen zijn. Ik schakelde de 'Webcrawler' in ('Enter your words and start your search') en tikte daar het woord Rembrandt. Het resultaat was een curieuze lijst van 62 opklikbare items, van het Rembrandt Hotel Bangkok tot Tea Facts, van A self called Nowhere tot The unofficial God is my Co-Pilote Page. Ik klikte op het item Artists in the Database en ik zag een onafzienbare reeks namen op het scherm: Babble, Babyface, Baby Jason, J.S. Bach en zo voort, maar geen Rembrandt. Vervolgens klikte ik - terug in die lijst van 62 - op Artists Index en vond daar, tussen 2700 beeldende kunstenaars, eindelijk Rembrandt, met allerlei verwijzingen naar web-exposities van zijn schilderijen en etsen.

Niet alleen bij mijn speurtocht naar Rembrandt maar bij al mijn dienstreizen door het Internet werd ik getroffen door de willekeur, het toeval dat het aanbod bepaalt. The Artists Index geeft een overzicht van beeldende kunstenaars aller tijden en pretendeert 'the only major artist index on the Internet' te zijn. Maar wie de 2700 namen langsgaat, ziet al snel dat het merendeel volslagen onbekend is. Voor de zekerheid vergeleek ik de index met die van Gombrich' standaardwerk Eeuwige schoonheid. Inleiding tot de Kunstgeschiedenis. Van de beeldende kunstenaars die Gombrich onder de B noemt (Beardsley, Beduzzi, Bellini, Bernini, Bonnard, Borromini, Bosch, Botticelli en Bruegel) geeft de Artists Index alleen Bonnard, Bosch, Botticelli en Bruegel. Bij de R vinden we wel Kim Rubens, maar niet dè Rubens.

En zo is het overal. Een grabbelton. Een grote touwtjetrekkerij. Een argeloze buitenlander kan op het Internet makkelijk de indruk krijgen dat in Nederland het 'Bas van Reek Art Building' je van het is, belangrijker dan het Stedelijk of Boymans. Want de mij onbekende kunstenaar Van Reek heeft met zijn - overigens niet onaardige - etalage van eigen werk op het Internet een prominente plaats tussen de Nederlandse musea weten te verwerven.

Als een van de mooie eigenschappen van het net wordt altijd het 'democratische' genoemd: iedereen kan er op, er is geen ballotage. Dat is inderdaad mooi, maar het zorgt wel voor een grote chaos in het wereldmuseum.

*** De lijsten van hedendaagse kunstenaars die hun werk op het Web tonen, worden elke dag langer. De Nederlandse schilderes Miep Bos is te vinden onder Find Arts, een cluster van zes virtuele galeries. Haar home-page is gemaakt volgens het standaardmodel. Ze heet de bezoeker welkom en beschrijft waarop hij kan klikken: op haar schilderijen, haar autobiografie, het aantal bezoekers en ook op verwijzingen naar andere plekken op het net, zoals de Digitale Stad, de Natuurwetpartij, Maharishi Mahesh Yogi en enkele kunst-indexen. In haar 'autobiografie' vertelt Miep Bos dat ze van de schilders Bonnard en Hopper houdt en dat is zelfs op het scherm aan haar werk af te lezen. Onderop haar home-page geeft Miep Bos haar e-mail-adres zodat mensen die haar schilderijen in het echt willen zien dat kenbaar kunnen maken.

Het e-mail-adres ontbreekt op geen enkele kunstenaars-site en het is dan ook niet moeilijk om een kleine virtuele enquête te houden. Van de vijftien aangeschreven kunstenaars reageerden er acht. Uit hun antwoorden blijkt dat hun presentatie op het net per dag tussen de 25 en 100 maal wordt bekeken. Ze zeggen allemaal veel reacties te krijgen (meestal in de trant van: 'Hi, I really like your work') en ze vinden de toegankelijkheid van het Internet het meest belangrijk ('Musea hebben een drempel, het Internet heeft dat niet, daar kunnen mensen van over de hele wereld, uit alle tijdzones en culturen je werk bekijken.'). Geen enkele van de ondervraagde kunstenaars had via het Internet werk verkocht, maar wel bleken ze dankzij hun Internetpagina opdrachten te hebben gekregen en in één geval zelfs een baan als illustrator.

Ook uit de berichten in een van de kunst-nieuwsgroepen op het Internet (rec.arts.fine) valt op te maken dat mensen kennelijk niet snel geneigd zijn via het Internet een kunstwerk te kopen. Toch kan het de verkoop wel beïnvloeden.

Op de Art and Art History Page vond ik onder het hoofdje Museums, Institutes and Centres de 'AAA-Gallery (Dutch Virtual Gallery)', die in het voorjaar werd opgericht door Gerjanne Dirksen uit Utrecht. Dirksen wil in haar Internetgalerie hedendaagse kunst van diverse richtingen onder de aandacht brengen van een groot publiek, een opzet waarin ze lijkt te slagen: per week telt ze zo'n 350 bezoekers, onder wie tweederde Nederlanders. Tot nu toe waren er twee groepstentoonstellingen te zien die beide drie maanden duurden. Na afloop van deze virtuele exposities werden de kunstwerken nog een week in hun ware gedaante getoond in een zaaltje in Utrecht. Dirksen merkte niet alleen dat op deze tentoonstellingen veel mensen afkwamen die de AAA-Gallery al op het Internet hadden bezocht, ze zag ook dat deze mensen - van wie de meesten zich nog nooit in een echte galerie hadden gewaagd - meer kochten dan de mensen die de AAA-Gallery niet van het Internet kenden.

Dirksen hoopt dat haar galerie in de toekomst op het Internet een verzamelplek wordt voor Nederlandse kunst. Zo wil ze bijvoorbeeld aan Nederlandse galeries de mogelijkheid bieden een eigen webpagina te openen.

***

Het Internet mag nog zo democratisch en drempelloos zijn, veel instellingen die op het net zijn vertegenwoordigd, hebben intern een heel andere structuur.

In het WebMuseum is de Parijse informatica-specialist Nicholas Pioch de baas. Pioch richtte zijn virtuele museum in maart 1994 op omdat hij vond dat 'het Internet wel wat meer artistieks kon gebruiken'. Zijn museum, dat inmiddels honderdduizend bezoekers per week trekt, laat alle andere virtuele exposities ver achter zich. Wanneer ik bij mijn speurtocht naar Rembrandt meteen naar het WebMuseum was gegaan, had ik in de Famous Paintings Collection onmiddellijk 17 schilderijen van hem kunnen bekijken en me terdege over Rembrandt kunnen informeren.

Pioch bouwde niet alleen een 'vaste collectie' op, met werken van zo'n 130 kunstenaars - de Famous Paintings Collection - maar organiseerde ook een reeks exposities van ondermeer Picasso en het kubisme, Pure Abstractie, Paul Cézanne (met meer dan 100 opklikbare schilderijen), Middeleeuwse kunst, en Hieronymus Bosch. De tentoonstellingen behelsen meer dan een reeks plaatjes, ze zijn zorgvuldig opgebouwd. Zo kan men bij Pure Abstractie bijvoorbeeld kiezen voor Malevitsj en vervolgens voor zijn suprematistische of niet-suprematistische werk. Maar men kan bij Malevitsj ook zijwegen inslaan naar kunstenaars met wie hij verwantschap had, zoals Léger, of naar stromingen als het kubisme en futurisme.

Het grootste wonder van het WebMuseum is misschien de snelheid waarmee de plaatjes, dankzij een speciaal netwerk, binnenkomen - daar zou zelfs de Paus van kunnen leren.

Nicholas Pioch kan van de schermplaatjes natuurlijk geen kunstwerken maken, maar toch is een bezoek aan zijn WebMuseum een 'waardevol alternatief' voor een echt museumbezoek. Pioch is een van de weldoeners aan wie we te danken hebben dat er op het Internet ook wat moois te ontdekken is. Gelukkig zijn er meer van zulke weldoeners. Zo kunnen we deze dagen op tal van sites de Kerstman vinden, met zijn rendieren en zijn slee vol cadeautjes, met blijde boodschappen en stemmige vertellingen.

Op de Webpagina's van NRC Handelsblad (http://www.nrc.nl) staat een interactieve versie van dit artikel. Daar vindt u ook de adressen van alle genoemde Internetsites.