De oude Woeff zegt zijn eigen naam; Een ode aan Rotterdam

Maria Heiden / Andrea Piersma: Onze mooiste plekjes. Twintig jaar Boekhandel Van Gennep in Rotterdam. Uitg. Boekhandel Van Gennep Rotterdam, 68 blz. Prijs f 29,90

Rotterdam blijft een ondoorgrondelijke stad. Ondanks de bouwwoede van het afgelopen decennium heeft de stad op een winterse zondag nog het meest weg van een gereformeerd dorp. Wat doen Rotterdammers op zondag? Ze zitten thuis of in De Kuip of op Spangen. Op straat zijn ze in ieder geval nauwelijks te bekennen - degenen die rondom het Museumpark zwerven, zijn toch vooral dagjesmensen van buiten de stad.

Maar Rotterdammers zelf vinden hun stad de enige wereldstad van Nederland. Ze zijn trots op het tochtige, door kolossen omzoomde Weena en op de immense haven. Hun beeld van de stad wordt natuurlijk gekleurd door herinneringen die aan de plekken in de stad kleven: ze zijn niet in staat om Rotterdam te zien zoals de buitenstaanders. Zoals Weesp voor degene die er is geboren en getogen geen klein, saai plaatsje aan de Vecht is, maar een vol, druk stadje, zo is Rotterdam voor de echte Rotterdammers beslist geen gereformeerd dorp.

Alleen Rotterdammers kunnen dan ook het boekje Onze mooiste plekjes. Twintig jaar Boekhandel Van Gennep in Rotterdam hebben gemaakt. En dat zijn Maria Heiden en Andrea Piersma dan ook. Ze beheren al jarenlang de boekhandel Van Gennep, die in Rotterdam meer is dan een plek om boeken te kopen en is uitgegroeid tot een culturele pleisterplaats.

Aan de hand van een stuk of dertig foto's en begeleidende teksten tonen Heiden en Piersma niet het zelfs voor buitenstaanders bekende Rotterdam, maar de stad zoals die alleen door bewoners kan worden waargenomen. Wanneer ze de Van Nellefabriek als een van de mooiste Rotterdamse plekjes presenteren, laten ze niet het bekende exterieur van de wereldberoemde kathedraal van staal en glas zien, maar een arbeider, die bij een lopende band met pakjes shag van Van Nelle zit, en een donkere arbeidster met krulspelden in het haar. De tekst gaat over een vrouw die aan haar vader moest denken toen ze achter een man met een dikke, rokende Havanna liep.

De Kuip, net als de Van Nellefabriek een ontwerp van Brinkman en Van der Vlugt, is in Onze mooiste plekjes niet de Nieuwzakelijke voetbaltempel, maar een juichende menigte. Een blonde jongen heeft, vermoedelijk na een Feyenoorddoelpunt, vreugdevol het hek beklommen; achter hem staan zijn wat bravere leeftijdgenoten met hun scheefgeknipte pony's, zodat hun haar recht zou zitten, als ze er Brylcream in deden en opzij zouden kammen.

De allermooiste plekjes in Onze mooiste plekjes zijn de volstrekt particuliere en dus voor niet-Rotterdammers onherkenbare. Het hoogtepunt is de harige hond die met zijn kop uit het autoraam hangt. “De oude Woeff is de enige hond in Rotterdam die zijn eigen naam kan zeggen”, zo begint de begeleidende tekst. “Bovendien is hij ook nog literair. Hij is namelijk genoemd naar het boek van Stefan Themerson. In de stad heeft hij al jaren een lievelingsplekje. Zijn twee baasjes brengen hem met de auto. Hij steekt zijn kop door het open raam en als hij de straten en pleinen herkent richting het park van Zocher, gaat hij altijd zingen.” Woeff hangend uit het raam is natuurlijk niet typisch Rotterdams, maar juist hierdoor maakt het de stad Rotterdam minder ondoorgrondelijk: ook in Rotterdam gebeuren dingen die in elke stad mogelijk zijn.