Brinkman durft vrijdag 22 door Joyce Roodnat

De Raad voor de Kunst houdt op met bestaan omdat zij overgaat in een Raad voor Cultuur. Om de afscheidsreceptie luister bij te zetten werd L.C. Brinkman, voormalig minister van WVC (1982-1989) uitgenodigd om, in een rede van een minuut of twintig, 'enkele herinneringen op te halen'. Brinkman maakte er een klein uur van en hield een in meer opzichten dramatisch verhaal. Dramatisch van slechte stijl en warrig taalgebruik, dramatisch van goedkope demagogiek, maar vooral dramatisch van inhoud. Zeven jaar is Brinkman minister geweest, en uit zijn verhaal blijkt dat hij in die zeven jaar niets heeft weten op te steken van de handel en wandel van de Raad voor de Kunst terwijl hij evenmin ook maar iets heeft leren begrijpen van het verschil tussen nuttig en zinvol.

“Wee degenen die het kijken van tientallen procenten van onze landgenoten naar Van de Endes RTL 4 of theatervoorstellingen met dédain afdoen”, dreigde hij, voor de zoveelste maal de misvatting ventilerend dat veel aandacht het ultieme bewijs van kwaliteit levert. Zo verblind door de macht van het getal bespeurde hij in het beleid van de Raad voor de Kunst een consequent en exclusief elitair beleid, onderscheidde hij in de Raad 'een bastion' en 'de verpersoonlijking van een gymnasiaal imago' - hoe gemakkelijk kwam dat zijn mond uit als een vervaarlijk scheldwoord. “Mogen commerciële initiatieven om een eigen Nederlands geluid en beeld (-) aan te kweken wel zonder gewetenswroeging worden neergesabeld?” vroeg hij zich zogenaamd wanhopig af. En in de Endemol-soapserie Goede Tijden Slechte Tijden zag hij een 'nog nauwelijks erkende openbare toneelschool'.

Hoe durft hij.

Hoe durft hij na die zeven jaar niet te weten dat de Raad voor de Kunst niet anders heeft gedaan dan initiatieven steunen om dat eigen geluid op te laten bloeien. Hoe durft hij niet in te zien waarom zij zich niet heeft beziggehouden met de shows, sterren en musicals van de commerciële entertainment-fabrieken. Hoe haalt hij het in zijn hoofd om haar daarom 'dédain' aan te wrijven. De Raad hoeft zich niet sterk te maken voor massacultuur, daar wordt voor gezorgd. Dat doen Van de Ende en zijn gelijken als Stardust Productions. En met succes: hun theaters zitten vol, hun kijkcijfers zijn hoog. Dat is mooi, maar laten we niet overdrijven. André Rieu is niet de beste violist die er in Nederland bestaat. Wel de handigste. Dat is ook wat waard, maar het betaalt zichzelf. Laat Brinkman, laat na hem nu Aad Nuis zijn zegeningen tellen. De commercieel-culturele ondernemingen verdienen geld, een groot publiek beleeft een plezierige avond en de staat hoeft zich op dat gebied geen zorgen te maken.

En meneer Brinkman, ga alsjeblieft kijken naar de voorstelling Drie zusters van De Trust. Of ga naar het RO-theater, naar Oedipus/Antigone, doe het, in vredesnaam. Neem Goede Tijden Slechte Tijden desnoods op op video, als je geen aflevering kunt missen, maar stel je op de hoogte van wat er op het toneel gebeurt, voor je weer een keer gaat beweren dat een soapserie een broedplaats van toneeltalent is. Zonder idee te hebben van de macht van echte, grootse acteurs, geregisseerd door een echte, grootse regisseur in een stuk geschreven door een echte, grootse auteur. Probeer het nou. Je zult niet weten wat je overkomt.