Bondscoach Doug Mason koestert valse hoop voor Spelen; IJshockeyteam mist afmakers

EINDHOVEN, 22 DEC. Coaches zijn per definitie optimistisch. Vandaar dat Doug Mason, bondscoach van de nationale ijshockeyploeg, gisteravond na het kwalificatieduel tegen Slovenië verkondigde dat Nederland nog altijd kans maakt om deel te nemen aan de Olympische Spelen van 1998 in het Japanse Nagano. Ondanks de ruime en volstrekt kansloze nederlaag (8-0) die zijn ploeg zojuist in Eindhoven had geleden.

Mason weet natuurlijk wel beter, vooral omdat Nederland bijna twee maanden geleden de eerste olympische kwalificatie-wedstrijd in en tegen Groot-Brittannië ook al had verloren (4-1). Het voorronde-toernooi duurt volgens de in Canada geboren oud-speler echter te lang om nu al alle hoop op te geven. Zes duels moet het nationale team de komende anderhalf jaar nog spelen in de groep waar ook Zwitserland en Denemarken deel van uit maken. Als de bondscoach al niet meer in een olympisch avontuur zou geloven, waarom zouden zijn spelers dan nog de schaatsen aantrekken? Daarom schat Mason de kansen van zijn team om op de noodzakelijke eerste plaats in de groep te eindigen vooralsnog op zeven procent. Dertien minder dan vóór het duel tegen de Slovenen, omdat de coach Oranje mogelijkheden had toegedacht tegen het land dat bij het wereldkampioenschap uitkomt in de C-poule, één divisie lager dan Nederland.

Vreemd was Masons optimisme niet, want bij een ontmoeting van ruim twee jaar geleden waren beide landen nog aan elkaar gewaagd. In de sfeerloze, door circa zevenhonderd toeschouwers bezochte wedstrijd van gisteravond bleek echter dat Slovenië in die relatief korte periode enorme progressie heeft geboekt. Zowel technisch als tactisch waren de Sloveense internationals hun Nederlandse tegenstanders de baas. Volgens Mason is de vooruitgang het gevolg van de professionalisering van het ijshockey in Slovenië. “De afgelopen jaren zijn honderdduizenden Amerikaanse dollars in de sport gepompt. Daardoor kunnen die jongens dagelijks dik twee uur op het ijs trainen, doen ze drie keer per week aan krachttraining en worden ze ook op vele andere gebieden uitstekend begeleid. Het gevolg daarvan zie je nu al terug in wedstrijden.”

Het zijn omstandigheden waar Mason alleen maar van kan dromen. Voorafgaand aan het duel tegen Slovenië trainde de bondscoach drie dagen met zijn selectie, voor Nederlandse begrippen een bijna ongekende luxe. Toen echter bleek dat de in Frankrijk spelende verdediger Leo van den Thillart wegens een blessure niet beschikbaar was, kon Mason geen beroep doen op de door hem gewenste vervanger Billy de Vries. De Heerenveen-speler had het te druk met zijn werk. Want dat is doorgaans de realiteit voor Nederlandse topijshockeyers: als werk of studie het toelaten, is er tijd voor een training, een wedstrijd van de club en - als het een beetje meezit - ook nog een interland.

Toch kreeg Nederland, dat de ervaren Van den Thillart in de defensie node miste, wel degelijk kansen tegen Slovenië. Maar bij de internationals ontbrak de koelbloedigheid om de mogelijkheden te benutten. Volgens Mason is dat een typisch Nederlands probleem, omdat eredivisieclubs altijd buitenlanders (vooral Canadezen) aantrokken die voor de doelpunten moesten zorgen. “Je ziet het dit seizoen ook in de competitie. Tientallen kansen, maar nauwelijks doelpunten”, verwijst Mason naar de eredivisie, waarin dit seizoen vrijwel geen buitenlanders meer actief zijn. Zij vertrokken naar teams elders in Europa omdat de Nederlandse IJshockey Bond (NIJB) afgelopen zomer besloot dat clubs hun spelers niet meer mogen betalen. De bond hoopt dat door de gedwongen sanering niet alleen een eind komt aan de talloze faillissementen van de afgelopen jaren, maar dat ook de altijd weinig enerverende competitie een spannender verloop zal krijgen.

De bondscoach hoopt dat door de nieuwe regel Nederlandse ijshockeyers zich eindelijk eens tot goaltjesdieven zullen ontwikkelen. Het liefst zo snel mogelijk, want aan het einde van dit seizoen speelt de nationale ploeg in eigen land om het wereldkampioenschap in de B-poule. Aanstaande zaterdag moet echter eerst nog de vierde kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen van 1998 gespeeld worden. In Zoetermeer is het sterke Zwitserland, dat Oranje twee jaar geleden op het WK nog met 10-1 van het ijs veegde, de tegenstander. Bij verlies zijn de kansen van Nederland om eerste te worden in de groep tot nagenoeg nul procent gedaald, maar tot die tijd blijft de bondscoach toch graag optimistisch. Ook een puck kan immers raar rollen, weet hij.