Boedapest brengt gestagneerde privatisering in hoog tempo op gang

BOEDAPEST, 22 DEC. De sigaret onder de grote snor smeult langzaam weg, want de mond van Tamas Suchman, de Hongaarse minister voor privatisering staat niet naar roken. De veel bekritiseerde Suchman is na een week van spectaculaire privatiseringen in één klap de kampioen van de uitverkoop van staatsbedrijven in Midden- en Oost-Europa en haalt zijn gram in een eindeloze woordenstroom: “Toen ik aantrad, werd er geschreven dat ik er niets van begreep, dat ik niet geschikt was. Nu heb ik bewezen mijn baan goed aan te kunnen, heel bekwaam te zijn en goede resultaten te kunnen boeken.”

De benoeming van Suchman begin dit jaar was voor internationale beleggers inderdaad het zoveelste teken dat de regering van premier Gyula Horn het privatiseringsprogramma niet serieus nam. Ondanks zijn betrekkelijk jonge leeftijd (41) ging Suchman door voor een socialist van de oude stempel, die zijn baan had te danken aan zijn vriendschap met Horn. De wat boertig ogende jurist had alleen financiële ervaring opgedaan als directeur van een filiaal van Boedapest Bank in een dorp met 13.000 inwoners.

Hongarije dat met zijn privatiseringen dit voorjaar ver was achterop geraakt in het voormalige Oostblok, behoort nu echter weer tot de koplopers in de regio. De regering gaf afgelopen week de controle op over telefoonmaatschappij Matav met de verkoop van 37 procent aan het buitenlandse MagyarCom, dat al 30 procent bezat. De 850 miljoen dollar die Ameritech en Deutsche Telekom, de eigenaren van MagyarCom, hebben betaald, is de grootste buitenlandse investering ooit in de regio. Begin deze week werd ook Boedapest Bank, een van de grote banken in Hongarije en voormalig werkgever van Suchman, aan buitenlanders verkocht. GE Capitol en de Oost-Europa Bank hebben zo'n 90 miljoen dollar betaald voor de bank, waarvoor ook het Nederlandse ING in de race is geweest.

“De verkopen vormen de best mogelijke boodschappen aan de internationale gemeenschap dat de regering serieus werk maakt van de herstructurering van de economie”, zei Suchman gisteren. Vorige week verkocht Hongarije de meerderheid in de gas- en oliemaatschappij MOL, de grootste onderneming in het land. Begin december vonden enkele regionale energiebedrijven de weg naar buitenlandse eigenaren, als eerste en enige in Oost-Europa. De grootste spaarbank in Hongarije OTP, werd afgelopen zomer verzelfstandigd. De inkomsten uit de verkoop van het tafelzilver komen dit jaar uit op 450 miljard forint (ruim 5,2 miljard gulden), bijna drie keer zoveel als begroot en vier keer zoveel als vorig jaar.

Dat Suchman en het Hongaarse privatiseringsbureau APV hun hernieuwde elan toonden in hotel Forum had een sterke symboolwaarde. Het hotel aan de Donau, met het fraaie uitzicht op de heuvels van Pest, is het kroonjuweel van de Hungar Hotelgroep. Vorig jaar verbood premier Horn, die als voormalig communist toch al werd gewantrouwd, de verkoop van deze hotelketen aan een Amerikaanse onderneming. Het was het begin van een stroom van kritiek van de internationale financiële wereld op de hervormingsplannen in Hongarije.

De maanden erna leek de regering-Horn toe te geven aan de afschuw van de Hongaarse bevolking jegens wat wordt beschouwd als de uitverkoop van nationaal cultuurgoed. De platenmaatschappij Hungaro Ton werd verkocht aan enkele Hongaarse artiesten, hoewel Philips dochter Polygram een veel hoger bod had gedaan. De vakbonden en de conservatieven binnen de socialistische partij van Horn applaudisseerden. Een aantal buitenlandse investeerders had kritiek op wat werd ervaren als discriminatie in ondoorzichtige procedures.

De Hongaarse regering belijdt de laatste tijd echter weer openlijk een grote liefde voor een vergroting van het particuliere bezit ten koste van het staatseigendom. Tegen het einde van 1997 moest 80 procent van de economie in privéhanden zijn (nu is dat 70%), het streven dat volgens het privatiseringsbureau mogelijk al in 1996 wordt verwezenlijkt. “Wij doen er alles aan om de privatiseringen te versnellen”, zei Suchman gisteren.

De Hongaarse regering heeft ook nauwelijks een andere keus. De buitenlandse schuld bedraagt 22 miljard dollar, terwijl het forse begrotingstekort het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een voortdurende zorg is. Minister Bokros (financiën) heeft de miljarden hard nodig om de schuldenlast te verkleinen. In de haast om snel geld binnen te halen heeft Hongarije volgens critici veel bedrijven zelfs te goedkoop van de hand gedaan.

Alleen buitenlandse investeerders beschikken over voldoende harde valuta om de grote bedrijven te kopen en over technologische kennis onder verouderde infrastructuur op te knappen, beseft Horn al enige tijd. Het parlement nam begin deze zomer een vooruitstrevende wet aan die onder meer voorziet in openbare biedingsprocedures. APV kwam in plaats van twee andere, elkaar vaak tegenwerkende privatiseringsbureaus. In augustus versimpelde APV de procedures, een maatregel waarvan de uitwerking volgens Suchman nog moet worden afgewacht.

Het vertrouwen van internationale beleggers begint nu voorzichtig terug te keren. Hongarije slokt het leeuwendeel op van het buitenlandse kapitaal dat Oost-Europa dit jaar in een recordomvang heeft bereikt. Tsjechië blijft nog redelijk in het spoor met bijvoorbeeld een opbrengst van 1,45 miljard dollar uit de verkoop van het telefoniebedrijf aan onder meer het Nederlandse KPN. De Polen maken pas op de plaats en in Roemenië moet de echte privatisering nog beginnen. Handjeklap en broekzak-vestzak-constructies zijn in Hongarije daarbij niet standaard, zoals in Rusland.

Ondanks het feit dat Hongarije sinds de val van het communisme 10 miljard dollar aan directe investeringen binnenhaalt, worstelt het land nog steeds met privatisering. Het privatiseringsbureau heeft honderden bedrijven op de plank liggen (ter waarde van 800 miljard forint) waardoor Hongarije achterloopt bijTsjechië, dat honderden bedrijven naar de Praagse beurs heeft gebracht Boedapest kent 43 genoteerde aandelen. Suchman liet gisteren weten pas over ruim een maand te komen met plannen voor de tweede fase van de privatisering, in plaats van eind dit jaar zoals aanvankelijk was gepland.

Geheimzinnigheid blijft ook troef. Een lijst met te privatiseren bedrijven geldt als “staatsgeheim”. Ook de verkoop van Matav is geen toonbeeld van openheid. De regering sprak nagenoeg exclusief met MagyarCom en heeft tot op heden belangrijke kwesties als zeggenschap van de staat niet openbaar gemaakt.

Het lijkt erop dat de regering niet te hard wil ingaan tegen de wil van de bevolking, die volgens recente opiniepeilingen tegen de verkoop van openbaar bezit blijft. Suchman gaf gisteren aan dat Hongarije de privatiseringen minder radicaal wil laten voorkomen dan in Polen of in Tsjechië is gebeurd: “Het verzet tegen privatisering is minder geworden. Ik blijf echter openstaan voor nuttige wenken van de oppositie en ben bereid tot zelfkritiek. De onrust bij veel mensen over een buitenlands meerderheidsbelang in regionale nutsbedrijven is terecht. Over dit soort strategische ondernemingen blijven wij de controle houden.”