Bibberen voor de geesten

Charles Dickens: Een kerstvertelling. Vert. Else Hoog, Ill. John Leech, Uitg. L.J. Veen, 119 blz., ƒ 29,90. - : Een kerstvertelling. Vert. Theo Buckinx, Ill. Quentin Blake, Uitg. Fontein, 144 blz., ƒ 29,95.

'Hola! Hopla! Heisa!' - juichend als zijn genezen personage Scrooge rende Charles Dickens de straat op, nadat hij vlak voor kerst 1843 de laatste hand had gelegd aan zijn beroemde kerstverhaal A Christmas Carol. Het kerstverhaal werd voor de toen 31-jarige, beroemde schrijver een van zijn grootste successen. De Engelse pers was meer dan lovend en Dickens ontving elk jaar rond kerstmis weer talloze brieven van enthousiaste lezers.

Het verhaal van de grimmige vrek Scrooge die op kerstavond bezoek krijgt van zijn overleden compagnon Marley is inmiddels klassiek geworden. In talloze bewerkingen, films, toneelstukken en televisieprogramma's waren de door Marley aangekondigde geesten van Scrooges vroegere, huidige en toekomstige Kerst te bewonderen en te vrezen. Onlangs verschenen van deze nog altijd zo tot de verbeelding sprekende geschiedenis twee uitstekende nieuwe Nederlandse vertalingen.

De mooist ogende uitgave verscheen bij uitgeverij Fontein, een dik rood boek met vrolijke illustraties van Quentin Blake, bekend van de boeken van Roald Dahl. Het formaat en de lay-out doen denken aan die van een sprookjesboek. Uitgeverij L.J. Veen koos voor zijn nieuwe uitgave de originele illustraties van John Leech. De oude prentjes zijn aandoenlijk in hun klungeligheid, vooral als het harkerige Scroogemannetje bibberend met de handen voor zijn borst gevouwen tegenover de tweede geest staat. Blake heeft zich duidelijk gebaseerd op de oospronkelijke prentjes. Alleen mist zijn Scrooge een beetje de hem typerende gemeenheid.

Vertaler Theo Buckinx is voor Fontein vrij te werk gegaan. De beginzin van Dickens' verhaal luidt: 'Marley was dead: to begin with.' Buckinx vertaalt dat als volgt: 'Om te beginnen moet ik zeggen dat Marley dood was.' Else Hoog voor uitgeverij Veen bleef dichter bij de oorspronkelijke tekst: 'Marley was dood; dat om te beginnen.' Over het geheel genomen is haar vertaling soberder dan die van Buckinx. Beide vertalers zijn erin geslaagd het soms wat ouderwetse Engels om te zetten in prettig leesbaar Nederlands. Dickens' bijzondere humor is in stand gebleven. Een voordeel van Else Hoogs vertaling is dat zij achterin een klein verklarend notenlijstje biedt waarin dingen worden uitgelegd die bij Theo Buckinx onbegrijpelijk bleven, zoals toespelingen op oude Engelse aftelrijmpjes en gebruiken.

Het aantrekkelijke van Dickens' kerstverhaal is de levendige, geestige toon en beeldspraak. Zo vergelijkt hij de omvang van Scrooges fantasie met die van 'het gemeentebestuur, de wethouders en de paardenverzorgers.' Het verhaal leest alsof een gezellige bezoeker bij de open haard een mooi verhaal vertelt aan de hele familie, ouders en kinderen. Zo ervoer Dickens het zelf ook: '[Scrooge] found himself face to face with the unearthly visitor (-): as close to it as I am now to you, and I am standing in the spirit at your elbow.' Zo voelt het inderdaad, ook anderhalve eeuw later.