'Aparte noodcurator verzekeraars'

DEN HAAG, 22 DEC. De Verzekeringskamer vindt dat de noodregeling, die in werking treedt als een verzekeraar in moeilijkheden komt, op een aantal punten moet worden gewijzigd. Op grond van evaluatie van haar ervaringen bij de afwikkeling van de Vie d'Or-affaire acht de toezichthouder het gewenst dat de functies van toezichthouder, beheerder en vereffenaar worden gescheiden.

Dit staat in het laatste verslag over de regeling bij de per 11 december dit jaar failliet verklaarde levensverzekeraar. Het rapport is inmiddels aangeboden aan minister Zalm (financiën). De verdere afwikkeling van Vie d'Or is inmiddels opgedragen aan de curatoren mr. E. Bogaerts en mr. A. Deterink.

In 1993 ging verzekeringsmaatschappij Vie d'Or failliet ten gevolge van “mismanagement”, zoals de curator concludeerde. De 13.000 polishouders leden een verlies van in totaal 150 à 180 miljoen gulden.

In het eindrapport pleit de Verzekeringskamer voor de benoeming van een onafhankelijke noodregelingscurator door de rechtbank. “Het is zuiverder wanneer deze taken door verschillende onafhankelijke partijen worden verricht”, aldus bestuurslid drs. A. Kool gisteren in een toelichting.

Verder vindt de Verzekeringskamer dat de positie van de polishouders wettelijk beter moet worden geregeld, vooral op het gebied van inspraak. Na het debacle van Vie d'Or ontstonden er drie verschillende belangenverenigingen. “Het is gemakkelijker als dit enigszins wordt geïnstitutionaliseerd. Ook voor ons. Al was het maar omdat we dan te maken krijgen met één aanspreekpunt.”

Ook in financieel opzicht pleit de toezichthouder voor betere rechten voor polishouders.