Wijers claimt opbrengst voor investeringen in energiebesparing en technologie; Belastingplicht voor energiebedrijven

DEN HAAG, 21 DEC. De 175 miljoen gulden waarmee het kabinet de komende jaren via belastingverlichting energiebesparing wil bevorderen, wordt betaald door de Nederlandse energiebedrijven. Dit blijkt uit de nieuwe Energienota die gisteren is gepresenteerd. Met ingang van 1997 wordt de vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor energiebedrijven namelijk gedeeltelijk opgeheven.

De belastingplicht zal gelden voor activiteiten die deze bedrijven “in concurrentie” ontplooien en voor diensten die ze geheel buiten de energiesector om ontwikkelen, zoals het beheren van tv-kabelnetten en telecomservice. Wijers heeft de opbrengst weten te claimen voor de financiering van een deel van zijn nieuwe beleid.

De minister kondigde aan via zijn begroting nog eens extra geld te willen besteden aan de ontwikkeling van duurzame energiebronnen en bijbehorende nieuwe technologie tegen een geleidelijk toenemend bedrag dat in 2000 moet zijn opgelopen tot 85 miljoen gulden per jaar. Voor die extra uitgaven moet hij de middelen nog in overleg binnen het kabinet zien te vinden. Voor een deel zou de opbrengst van de nieuwe energiebelasting ('ecotax') die per 1 januari ingaat, daarvoor bestemd kunnen worden.

Nederland is nu een van de meest energie-intensieve Westerse industrielanden, zei Wijers. Ons land heeft volgens hem ook een “zeer energie-efficiënte economie”. Daarom wordt het steeds moeilijker om de industrie met minder energie dezelfde produktie te laten leveren. “Je krijgt te maken met de wet van de afnemende meeropbrengsten”, aldus de minister. Niettemin is de besparings-doelstelling (minder energieverbruik per eenheid produkt) van 20 procent die het vorige kabinet voor de jaren '90 had gesteld, nu verhoogd tot 33,3 procent voor de komende 25 jaar. Dat betekent een aanpassing van de economische structuur die Wijers niet wil bereiken door een vermindering van industrieën die veel energie nodig hebben, maar wel door “meer activiteiten te stimuleren die beter scoren op dit onderwerp”.

Hij noemde als voorbeeld de elektronische snelweg, die “op een heel ingrijpende manier bestaande patronen kan veranderen, zoals de mobiliteit, wonen en werken en vormen van dienstverlening die veel minder energieverbruik vergen”. Maar de “beste stimulans” voor een zuiniger energieverbruik is volgens Wijers het verhogen van de energieprijzen met een heffing waarin alle externe kosten, zoals milieuschade en uitputting van grondstoffen worden meegenomen.

Kernpunt in een nieuwe aanpak voor de elektriciteitssector is volgens Wijers een fusie tussen de vier bestaande stroom-produktiebedrijven. Zo'n landelijk bedrijf zal dan “als een van de kleine van de middelgrote spelers” op de Europese markt de internationale concurrentie aan kunnen. Bij de huidige kleine schaal van de afzonderlijke bedrijven heeft Nederland wat dit betreft een probleem, meent de minister. Bovendien zal het landelijke bedrijf doelmatiger kunnen werken waardoor honderden miljoenen guldens per jaar bespaard worden. Ook wordt de planning van het vermogen van de centrales beter, omdat de distributiebedrijven als afnemers van elektriciteit en tevens aandeelhouders van het produktiebedrijf daar samen voor verantwoordelijk worden.

Door “forse aanpassingen” van de Elektriciteitswet zal Nederland volgens Wijers tot de voorhoede van de 12 EU-lidstaten behoren wat betreft de liberalisering van de energiemarkt. De leidingnetten worden toegankelijk voor afnemers (ook distributiebedrijven) die hun stroom elders willen inkopen, bijvoorbeeld door import. Het beheer van de leidingen wordt opgedragen aan een aparte vennootschap die eigendom is van het landelijk produktiebedrijf. Daarmee ontstaat volledige transparantie van de exploitatie van leidingen en van de kosten voor transport, zoals de Europese Commissie wil. Bovendien komt er een onafhankelijk orgaan dat toeziet of het transport tegen redelijke voorwaarden gebeurt.

Ook de Nederlandse gasmarkt wordt vrijer. Afnemers zijn vrij in de keuze van hun leverancier en kunnen voor het transport van de leidingen van Gasunie gebruikmaken. Gasunie krijgt meer mogelijkheden om op de internationale markt actief te zijn, door meer import (zodra de Nederlandse voorraad sterk afneemt) en handel in gas, dat in lege Nederlandse gasvelden kan worden opgeslagen.