Waigel: zeer strikte begroting

BONN, 21 DEC. Wegens de aarzelende conjunctuur en lagere belastingontvangsten moeten de Duitse overheden tot het jaar 2000 hun personeelsbestanden en hun uitgaven beperken. In 1996 moet één procent overheidsbanen verdwijnen, in 1997 nog eens 1,5 procent. Extra uitgaven, voor loonsverhogingen of nieuw beleid, zijn alleen mogelijk als elders binnen de departementale begrotingen evenveel wordt bezuinigd en als de minister van financiën akkoord gaat.

Dit heeft minister Theo Waigel (CSU, financiën) zijn collega's in het Duitse kabinet gisteren geschreven in een brief over zijn middellange-termijnplanning. Met zijn “voorschriften voor budgetnaleving” wil hij een bijdrage leveren aan het door hem gepropageerde “nationale stabiliteitspact”. Volgens Waigel is “tegen de achtergrond van verlaagde groeiprognoses voor 1995 en 1996” meer voorzichtigheid geboden. Dat geldt ook voor de deelstaten en gemeenten, die in meerderheid door de SPD bestuurd worden. Zij mogen hun tekort niet vergroten, als middel tegen werkloosheid, zoals SPD-voorzitter Oskar Lafontaine bepleit. “Anders verliest de SPD haar laatste geloofwaardigheid bij de kiezers”, zegt Waigel vandaag in het weekblad Stern.

Vorige week had de Bundesbank de Duitse regering al opgeroepen niet alleen Europese partners een monetair stabiliteitspact aan te bevelen voor de periode na het ingaan van de Europese muntunie (1999) maar ook in Duitsland zelf door besparingen meer stabiliteit te verzekeren. Anders dreigt Duitsland zelf niet te voldoen aan de toetredingseisen voor de muntunie. Van belang daarbij is ook dat de komende jaren nauwelijks minder werkloosheid (1995: 3,6 miljoen) te verwachten is, zodat de sociale-zekerheidsuitgaven hoog blijven.

Door het wegvallen van de “Kohlepfennig” (een energieopslag ter subsidiëring van kolen), verhoging van de belastingvrije voet en van kinderbijslagen zien Westduitsers in 1996 voor het eerst in vier jaar hun besteedbaar inkomen stijgen (2,5 procent). In Oost-Duitsland mag op nog eens 5 procent méér worden gerekend. Deze koopkrachtimpuls (in totaal 28 miljard mark) zal er volgens het Münchense Ifo-instituut, dat zijn gemiddelde groeiprognose voor 1996 neerwaarts corrigeerde tot 1,7 procent, aan bijdragen dat de conjunctuur volgende zomer weer aantrekt.