Vondst van oudste Chordata in 'Chinese Burgess Shale'

Een pas ontdekte vindplaats van fossielen bij Chengjiang (China) werpt een nieuw licht op de ontwikkeling van het leven op aarde (Nature 377, p.720). De vindplaats bij Chengjiang bevat zeer goed gefossiliseerde dieren, vaak zonder skeletten of andere harde bestanddelen. Ze zijn gevonden in een pakket van schalies (door samenpersing tot steen verharde kleiën). De kleiën werden in een ondiepe zee afgezet en zorgden voor een snelle, luchtdichte afsluiting van de afgestorven organismen, waardoor rotting van de weke delen werd voorkomen.

De gevonden fosiele fauna vertoont een sterke overeenkomst met die van de Canadese, even oude, Burgess Shale, die onder vergelijkbare omstandigheden werd gevormd en waarvan de fossiele fauna al begin deze eeuw is onderzocht. Beide vindplaatsen vertonen een grote verscheidenheid aan diervormen; voor een groot deel komen de gevonden soorten van beide vindplaatsen ook met elkaar overeen.

Paleontologisch onderzoek toont aandat de verscheidenheid van diersoorten tijdens het Cambrium (het geologische tijdperk van 570-500 miljoen jaar geleden) aanvankelijk relatief beperkt bleef, maar plotseling explosief toenam (de 'cambrische explosie'). Deze ongekende - en ook nooit meer herhaalde - explosie van het leven op aarde vond zo'n 525 miljoen jaar geleden plaats. De tijdsduur van deze explosie werd tot voor kort geschat op ca. 30 miljoen jaar, maar blijkt volgens radiometrische ouderdomsbepalingen van enkele jaren geleden (Science 261, '93) slechts 6-10 miljoen jaar te hebben geduurd. In die geologisch zeer korte tijd moeten vrijwel alle fyla van het dierenrijk zijn ontstaan.

Een van de fyla waarover nog een zekere mate van onzekerheid bestond, is dat van de chordadieren (Chordata), waaronder ook de gewervelde dieren vallen. Over het voorkomen van een tot dit fylum behorend dier in de Burgess Shale (Pikaia) is veel gediscussieerd omdat er nooit een goede anatomische beschrijving van is gepubliceerd. De vondst bij Chengjiang laat echter geen enkele twijfel meer bestaan. De gevonden exemplaren van Yunnanozoon lividum behoren zonder enige twijfel tot de Chordata. Ze zijn zelfs zo goed bewaard dat het mogelijk is om aan te geven dat deze soort behoort tot de Cephalochordata (thans alleen nog vertegenwoordigd door het lancetvisje, Amphioxus, en diens directe verwanten). Dit is vanuit evolutionair oogpunt vooral van belang omdat hieruit blijkt dat de onderverdeling van de Chordata al tijdens (of zelfs voor!) de cambrische explosie moet hebben plaatsgevonden.

De diversiteit van het leven zoals wij dat nu op aarde kennen, was dus in potentie al vrijwel geheel in het Cambrium aanwezig. Er stierven sindsdien wel fyla uit, maar voor nieuwe fyla waren de kansen om tot ontwikkeling te komen kennelijk bijna nihil. Alleen van het fylum Ectoprocta (nu nog aanwezig als een onbeduidende groep van kolonievormende, in zee levende organismen) zijn geen vertegenwoordigers bekend van voor het Ordovicium (500-440 miljoen jaar geleden). Maar ook die kunnen natuurlijk in de toekomst nog worden gevonden bij verdergaand paleontologisch onderzoek.