Sterren op het scherm

Wie een boek over astronomie te zwaar vindt, kan het eens met een CD-versie proberen. Maar opgelet: er zijn goede en slechte. Een consumententest voor de last minute-kerstman.

Astronomical Explorations, CD-ROM (ook Macintosh), E.M.M.E. (import New Media Guide), ƒ 79,95. Distant Suns, CD-ROM, Virtual Reality Labs (import Computercollectief), ƒ 119,-. Interactive Space Encyclopedia, CD-ROM, Andromeda (import New Media Guide), ƒ 139,95. Our Solar System, CD-ROM, Chestnut (import New Media Guide), ƒ 29,95 Solar System, CD-i, Philips, ƒ 79,95 Space Simulator, 3 floppies, Microsoft, ƒ 99,95 Telescoop, floppy, Domus, ƒ 39,95

In plaats van omhoog te kijken en boeken na te pluizen kan een liefhebber van de sterrenhemel gebruik maken van het computerscherm. Zo kun je tekst, tabellen en foto's tot je nemen, de sterrenhemel bewonderen van een andere tijd en plaats, filmclips en animaties zien - en zelfs interstellair reizen.

Over weinig zaken kun je zulke prachtige boeken en televisieprogramma's maken als over sterrenkunde. Zulke teksten en beelden gaan de weg die zoveel teksten en beelden tegenwoordig gaan: ze belanden op CD en worden geconsumeerd met een PC of CD-i-speler. Ook kun je met een PC de klassieke astronomische berekeningen uitvoeren en uitvinden welk hemellichaam wanneer waar staat, en dit vervolgens op het scherm visualiseren. Enige voorwaarde is, dat je de baangegevens en het juiste programma hebt, en ook die kun je kopen op schijf. Zo krijg je een huisplanetarium. Het assortiment CD's en programma's op floppy dat op het ogenblik verkrijgbaar is geeft een mooi overzicht van de mogelijkheden en de beperkingen van het beeldscherm als sterrenkijker.

De CD-i Solar System is een in mootjes gehakt televisieprogramma. Als gebruiker mag je te kennen geven over welke planeet je iets wilt weten, waarbij je ook kunt kiezen voor Zon, kometen of asteroïden, en dan tovert de CD-i-speler een video over dat onderwerp op de televisie. Tijdens of na die video kun je zijpaden inslaan die op het scherm worden aangegeven. Vanuit de ontdekking van Uranus kun je bijvoorbeeld springen naar een opsomming van cijfers over deze planeet, of naar een onderdeel over zijn manen, of naar iets over de in 1986 ontdekte ringen. Er zijn ook video's over het ontstaan van het zonnestelsel en over de mythologie achter de namen van de planeten. Inhoudelijk blijft het beneden het niveau van de meeste populair-wetenschappelijke boeken over het zonnestelsel; een pluspunt zijn natuurlijk de bewegende beelden. In tegenstelling tot computervideo beslaan deze het hele scherm.

Verder staan er een paar spelletjes op de CD-i, zoals 'Planetball', waarbij je een bal door het zwaartekrachtsveld van een aantal planeten in een zwart gat moet zien te mikken. Een en ander wordt aan elkaar gepraat door presentator Patrick Moore in samenspraak met een ruimteschip van het vrouwelijk geslacht dat de domme vragen mag stellen, maar soms ook iets weet. Het lijkt bedoeld voor mensen die niet graag een boek lezen; je kunt je afvragen of die dan wel een CD-i-speler kopen en een schijf van tachtig gulden.

Inhoudelijk wat rijker is de CD-ROM Astronomical Explorations; dat is dan ook gewoon een boek op CD. Je kunt onderwerpen selecteren en vervolgens hoofdstukjes kiezen, en tenslotte krijg je tekst en foto's op de monitor. Ook Astronomical Explorations concentreert zich op het zonnestelsel. Per planeet krijg je meer informatie dan bij Solar System; er zijn bovendien hoofdstukken over ruimtevaart en over sterrenstelsels, en zelfs wat korrelige filmpjes met NASA-materiaal. Er staat 324 kiloByte tekst op de CD; dat is een bescheiden pocketboek. Je kunt als gebruiker jammer genoeg geen tekst kopiëren naar eigen documenten. Er is een verklarend woordenboek, maar daar staan zegge en schrijve 68 termen in met een uitleg van maximaal vijf regels die soms nog fout is ook. Bijvoorbeeld: 'Druk is een meting van de kracht op een oppervlak.' In de eerste plaats is druk geen meting maar een grootheid; ook als je niet meet kan er druk zijn. In de tweede plaats is druk geen kracht maar juist kracht per eenheid van oppervlakte. In plaats van deze CD kun je beter een behoorlijk boek kopen; dan heb je scherpere foto's ook.

Bezuinigd

The Interactive Space Encyclopedia heeft een zeer uitgebreide woordenlijst van sterrenkundige termen en een grote collectie foto's, maar heeft juist weer bezuinigd op tekst. Het is daarbij niet eenvoudig uit te maken waar deze CD-ROM eigenlijk over gaat. Er is een tiental animaties met elementaire uitleg over sterrenkundige en natuurkundige principes zoals zwaartekracht, licht, en het ontstaan van de seizoenen. Het fotomateriaal betreft vooral de planeten; er is volop geput uit de bekende archieven van de Mariner 10 (Mars), de Magellan-sonde (Venus) en het Voyager-project (Jupiter, Saturnus, Uranus. Neptunus). Maar inlichtingen over de ontdekking van deze planeten of over hun rol in de geschiedenis ontbreken volkomen. Verder is er een emmer met gegevens over obscure satellieten, waarbij zo te zien geen inhoudelijke lijn is gevolgd. Een slordig geheel; niet aan te raden.

Ook een slordig geheel is Our Solar System, wederom een CD-ROM, met een allegaartje aan programma's, data en afbeeldingen. Het gaat vooral om rechtenvrij NASA-materiaal en shareware, programmatuur die je pas hoeft te betalen als ze bevalt. Wat je voor deze CD betaalt is een vergoeding aan de uitgever voor het bijeenbrengen van het materiaal en het uitbrengen van de CD. De honderden plaatjes - ook enkele tientallen van sterren, nevels en sterrenstelsels - worden geleverd in het .GIF bestandsformaat. Programma's om deze bestanden te lezen en op het scherm te krijgen worden meegeleverd, maar je moet toch veel meer zelf doen dan bij commerciële CD's. Er is in totaal ongeveer 6 MegaByte aan teksten, dus het equivalent van een tiental dikke boeken: heel veel NASA-persberichten, stukken uit ruimtevaartbladen en artikelen uit Internet-nieuwsgroepen. Er zijn bestanden met baangegevens van satellieten en hemellichamen, en last but not least een grote verzameling programma's die de hemel en de bewegingen van sterren en planeten in kaart brengen. Er zijn zelfs spelletjes bij, waarbij je een raket een zachte landing moet laten maken of iets dergelijks.

Koop deze CD eventueel om de rijkdom aan beelden, die je zelf met een tekenprogramma kunt bewerken (de Maan met een gezicht, een naadloze puzzel van Mercurius, Callisto en Miranda, ..) maar niet om de teksten of programma's. Het meeste is verouderd. Zo zijn de programma's naar hedendaagse maatstaven grafisch onbeholpen. Er zijn geen programma's voor Windows bij en sommige kunnen niet omgaan met data na circa 1990. Gegevens van recente satellieten ontbreken. Tussen zoveel rommel kun je een leuke verrassing niet uitsluiten maar dat kan moeilijk een selling point zijn.

Telescoop is zowaar een Nederlandstalig planetariumprogramma. Het is eenvoudig; het wordt op één floppy verkocht. Je kunt er op verschillende manieren de sterrenhemel mee bekijken: de horizon in de richting van een windstreek naar keuze, het zenit en zelfs het nadir (de hemel onder je voeten, alsof de aarde doorzichtig was). Tijd en plaats op Aarde kun je zelf opgeven en je kunt de loop van de tijd versnellen tot maximaal een jaar per stap van ongeveer een seconde. Sterren worden vertoond tot maximaal de zevende helderheid (die zijn met het blote oog niet zichtbaar), en naast de planeten doen ook de vier grootste asteroïden mee. Bij klikken op een hemellichaam hoest Telescoop wat gegevens op: naam, coördinaten aan de hemel, afstand en spectraalklasse (bij planeten de helderheid). Omgekeerd kun je een naam invoeren en dan springt de muis automatisch naar de plaats waar die ster of planeet staat. Telescoop is niet te vergelijken met een boek; het is puur een beschrijving van wat er aan de hemel gebeurt. Het is functioneel en makkelijk in het gebruik en door de verschillende projectiewijzen is het verband met de sterrenhemel buiten snel te leggen.

De overtreffende trap van Telescoop heet Distant Suns. Waar Telescoop een bestand meebrengt van ongeveer 10.000 sterren, staan er op de CD-ROM van Distant Suns zo'n 16 miljoen, namelijk de complete Guide Star Catalog van de Hubble Telescoop. Van de helderste 10.000, namelijk die uit de Yale Bright Star catalogus, worden allerlei gegevens meegeleverd, zoals afstand, helderheid en spectraalklasse, maar ook de eigenbeweging en of het al dan niet om een dubbelster gaat. Ook kan een groot aantal sterrenstelsels buiten de Melkweg worden afgebeeld; klik je daarop dan verschijnt er een foto van het object. Distant Suns kan rekening houden met de precessie van de Aarde: het feit dat de aardas niet altijd dezelfde kant op wijst maar rondcirkelt als bij een uit balans geraakte tol. Is er een nieuwe komeet op komst, zoals onlangs is bekend geworden, dan kun je in Distant Suns zelf de baangegevens invoeren zodat dit object in het vervolg ook wordt geprojecteerd. Een handvol matige filmpjes en een onafzienbare verzameling foto's van planeten, manen en sterrenstelsels completeren het geheel.

Van zoveel moois word je veeleisend. Dan valt extra op wat er ontbreekt: voorspellingen van zons- en maansverduisteringen bijvoorbeeld, die Telescoop wel levert. Behoorlijke teksten hadden er moeten zijn. De handleiding van Distant Suns, die op papier en op de schijf wordt geleverd, geeft wel wat achtergrondinformatie, maar een hoeveelheid tekst als bij Astronomical Explorations was toch welkom geweest. Die paar honderd kiloByte hadden er best bij gekund - al is het produceren daarvan natuurlijk duur. Verder is het jammer dat een programma dat eigenbewegingen van sterren wel vermeldt, er zelf geen rekening mee houdt. In het jaar 9999 zou er het nodige aan de hemel veranderd moeten zijn, maar Distant Suns laat dat niet zien.

Als je de gegevens hebt over de richting en de afstand naar een groot aantal sterren kun je uitrekenen wat je ziet bij een bepaalde blikrichting. Maar daar hoeft het niet bij te blijven. Je kunt ook uitrekenen wat een reizende telescoop waarneemt. Dat is de gedachte achter Space Simulator, een spelprogramma dat op floppies wordt gedistribueerd. Je bestuurt een ruimteschip dat naar keuze wel of niet onderhevig is aan de zwaartekracht en de relativiteitstheorie. Je mag met andere woorden zelf weten of je je aan de natuurkundige maximumsnelheid van 300.000 km per seconde wilt houden. Je kunt onderweg elke gewenste kant op kijken. Ook kun je je schip parkeren op een maan van Saturnus (de kick van een zachte landing!) en daar verder functioneren als observatorium. In die hoedanigheid is Space Simulator ongeveer van het niveau van Telescoop. Maar de mooiste sensatie is natuurlijk het reizen tussen de sterren, waarbij je hun onderlinge stand ziet veranderen. Daar zijn overigens snelheden royaal boven de lichtsnelheid voor nodig.

Volle manen

Het belangrijkste probleem bij een programma als Space Simulator is de mate van detail van de omgeving. Het oppervlak van de Aarde en de planeten is niet realistisch. Zon en sterren blijven eruit zien als volle manen. Nader je een bekend object, zoals de sterrenhoop de Pleiaden, dan zie je opeens het programma een foto voor je neus toveren. Dat werkt sterk ontnuchterend. Het sterrenbestand bevat objecten tot de zevende helderheid, dus op zeker moment verlaat je bekend terrein en schakel je over op een fantasielandschap. En als je het vlak van het Melkwegstelsel verlaat kijk je na enige tijd neer op een veel te regelmatige spiraal die het kunstmatige karakter van de reis alleen maar benadrukt. Niettemin een heel verdienstelijk spel, waarmee je zelfs videobeelden van je reizen kunt opnemen, vluchten kunt programmeren zodat je op de automatische piloot reist en onder zonnevlammen door kunt vliegen bij de ster Archernar.

Door de veelzijdigheid van de computer is de diversiteit van dit soort programma's veel groter dan die van bijvoorbeeld videofilms. Het is daarom verstandig ze alleen aan te schaffen in een winkel die de mogelijkheid biedt ze van tevoren te bekijken, of die bereid is tot ruilen.

    • Herbert Blankesteijn