Soepele en breekbare bewegingen uit Spanje

Voorstellingen: 1. Saó. Choreografie, dans, toneelbeeld: Àngels Margarit, María Muñoz; muziek: Joan Saura. Gezien: 19/12 Lantaren Rotterdam. 2. No one is watching. Choreografie: Meg Stuart; muziek: Vincent Malstaf. Gezien: 20/12 Rotterdamse Schouwburg. Aldaar: 21/12.

Je noemt iemand sympathiek als je graag in diens nabijheid vertoeft zonder dat het gepaard gaat met grote emoties. Dit geldt ook voor de poëtische produktie Saó, gemaakt en uitgevoerd door de Spaanse choreografen Àngels Margarit, leidster van het gezelschap Mudances in Barcelona en María Muñoz, mede-oprichtster van de moderne dansgroep Mal Pelo. Hun samenwerkingsproject is als een witte opaal, gekleurd met frêle sfeernuances, subtiele bewegingen en kleine, visuele verrassingen.

Dat onverwachte zit ook in de voor deze gelegenheid geschreven muziek van Joan Saura - een compositie met stuwende saxofoons, luchtige percussie en traditionele Spaanse zang - en het decor van Llorenç Corbella. Hij ontwierp een okerkleurige ruimte met daarin een huis met een raam dat uitkijkt op korenveld of geblakerde aarde, en verder een wolk, die zich niet alleen verplaatst maar ook bankbiljetten en kiezels regent.

Saó, een Catalaans woord voor 'het juiste moment', gaat over het verstrijken van de tijd, de vertraging van het tempo en de uiteindelijke verstilling, in de vorm van een reis met het gekaderde uitzicht op verschuivende landschappen. Die zondoorstoofde beelden vormen het skelet van de voorstelling. De handeling verplaatst zich daarbij van de openlucht naar het leven binnen de huizen en omgekeerd. Slechts een enkele keer zijn er directe verwijzingen naar de bewoners, maar meestal bestaat de geabstraheerde beweging uit het vertolken van aan hen toegeschreven gevoelens.

De scènes, opgebouwd uit solo's en een enkel duet, spelen zich af op de linker- dan wel rechterkant van de vloer. Als teken dat de twee choreografen raakvlakken hebben, maar desondanks toch sterk verschillen. Dat onderscheid zit vooral in de bewegingstaal. Muñoz heeft een geheel eigen idioom van soepele, breekbare bewegingen. Haar teksten brengt zij echter op een bruuske manier, als een verongelijkte tiener. Margarit is minder uitgesproken als performer en benadert haar thema's vanuit een meer dansante invalshoek. Gelukkig geven zij elkaar de ruimte om zichzelf te blijven.

De Amerikaanse choregrafe Meg Stuart blaast in No one is watching een heel ander deuntje. Zij zoekt naar de achterkant van de schoonheid, gaat voorbij aan de esthetiek van de danskunst. Bij haar vind je weinig dans en veel gedoe. Zij laakt tevens de (vastgeroeste) smaak van de toeschouwer. Houdt het publiek, vertolkt door een blote oversized figurante, ter confrontatie een spiegel voor, alsof zij wil zeggen: 'Kijk. Jullie zijn een stelletje volgevreten papzakken, te lamlendig om moeite te doen mijn wereld te begrijpen.'

In die wereld van Stuart is alles mis. Het is een onherbergzaam oord onderhevig aan bederf en destructie. Een lekkend gebouw waar onbegrip, eenzaamheid en liefdeloosheid heerst. Een gekkenhuis bevolkt door neuroten, dwangmatig kronkelende en stuiptrekkende wezens. Even hoop je dat het in No one is watching gaat om sociale bewogenheid, kritiek op het systeem van rijk en arm, gezond en ziek. Maar nee, de vraag was: Hoe gedraag ik mij als niemand me ziet. Navelstaren dus en bij Freud op de bank voor de seksuele frustraties. Het is klaarkomen op het thema ellende.