Senaat naar rechter voor documenten Whitewater

WASHINGTON, 21 DEC. De Amerikaanse Senaat zal naar de rechter stappen als president Clinton volhardt in zijn weigering bepaalde documenten onvoorwaardelijk vrij te geven aan de Senaatscommissie die een onderzoek instelt naar de zogeheten Whitewater-affaire. De Senaat heeft dit gisteravond besloten, met 51 stemmen (allen Republikeinen) tegen 45 (allen Democraten).

In 1992 zijn Clinton en zijn vrouw Hillary in opspraak gekomen wegens hun financiële deelname in een mislukt ontwikkelingsproject in Arkansas, Whitewater geheten, en wegens hun banden met een spaarbank die failliet is gegaan. De verschillende onderzoeken naar de betrokkenheid van de Clintons hebben zich inmiddels uitgebreid tot de manier waarop het Witte Huis heeft gereageerd op justitieel onderzoek naar de kwestie. Republikeinen menen dat het Witte Huis onderzoek heeft tegengewerkt. Ook de nasleep van de zelfmoord in 1993 van de juridische adviseur van het Witte Huis, Vincent Foster, die voor de Clintons onder meer de Whitewater-zaak behandelde, wordt onderzocht.

De documenten die de Senaat nu van de president wil loskrijgen zijn aantekeningen die een voormalige medewerker van Clinton heeft gemaakt tijdens een bijeenkomst van advocaten van de president in 1993, waar is gesproken over de manier waarop het Witte Huis moest reageren op de zaak. Aan de bijeenkomst hebben zowel particuliere advocaten van de president als regeringsjuristen deelgenomen. De Senaatscommssie wil onderzoeken of de regeringsfunctionarissen onrechtmatig informatie over de voortgang van justitieel onderzoek in de zaak hebben verstrekt aan Clintons particuliere advocaten.

Aanvankelijk weigerde de president en zijn voormalige medwewerker de aantekeningen vrij te geven, omdat dat een schending zou zijn van de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt. Republikeinse senatoren ontkennen dat op die vertrouwelijkheid een beroep kan worden gedaan, omdat Clinton zelf niet aanwezig was bij de bijeenkomst en er bovendien officiële regeringsfucntionarissen aan het gesprek deelnamen.

Inmiddels heeft de president gezegd de papieren wel te willen overhandigen, op voorwaarde dat de Senaat erkent dat hij daarmee geen afstand doet van het recht op vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt. De onafhankelijke onderzoeker die voor de affaire is aangesteld heeft die voorwaarde geaccepteerd, en ook de Senaat zou ermee ingestemd hebben als niet in het Huis van Afgevaardigden grote bezwaren gerezen waren.