Nederland tast diep in de buidel; Pronk geeft miljoenen aan hulp Bosnië

BRUSSEL, 21 DEC. Nederland heeft diep in de geldbuidel getast op de internationale hulpconferentie voor Bosnië-Herzegovina, die vanmiddag in Brussel is beëindigd.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zegde gisteren bij het begin van de bijeenkomst 51 miljoen dollar toe voor snelle wederopbouw van het land. Daarmee roept Nederland zichzelf binnen de internationale gemeenschap uit tot één van de belangrijkste donoren voor Bosnië.

De conferentie in Brussel - een week na de officiële ondertekening van het vredesakkoord in Parijs en samenvallend met de komst van de NAVO-vredesmacht IFOR naar Bosnië - is bedoeld om zo snel mogelijk te kunnen beginnen met de wederopbouw.

De Wereldbank heeft berekend dat de komende drie maanden 518 miljoen dollar nodig is om “een vliegende start” te kunnen maken met de civiele steunoperatie. Vanochtend was 500 miljoen dollar binnen, de komende weken worden nog 30 à 40 miljoen verwacht. Een woordvoerder van de bank sprak over “een meesterlijk resultaat” en over “een geweldige stimulans”. Behalve van Nederland kwamen er donaties van de Wereldbank (150 miljoen dollar) en van de Europese Unie (112 miljoen).

De nu bijeenvergaarde financiële steun is echter nog maar een klein deel van het bedrag dat Bosnië de komende jaren nodig zal hebben voor economische assistentie. De bedoeling is dat de Wereldbank en de Europese Commissie in maart een nieuwe donorconferentie bijeenroepen, waarop zal worden gesproken over financiering en coördinatie van de hulp op langere termijn. Vice-president Kemal Dervis van de Wereldbank zei gisteren dat het door zijn bank opgestelde “prioriteitenprogramma” voor de komende twee tot drie jaar 5,1 miljard dollar kost.

Hoewel iedereen het belang onderstreept van snelle wederopbouw in Bosnië, speelt zich achter de schermen een strijd af over de vraag wie al dat geld opbrengen. Binnen de EU houdt vooral Frankrijk vast aan het standpunt dat niet alleen Europa, maar ook de VS, Japan, de islamitische staten en andere landen en organisaties een evenredig deel van de financiële lasten moeten dragen. De conferentie in Brussel werd dan ook beschouwd als een eerste, inventariserende bijeenkomst, in afwachting van het echte gevecht om het geld dat pas in maart zal plaatshebben. Dan is er meer duidelijkheid over onder andere de Amerikaanse begroting en kan Washington wellicht tot meer toegeeflijkheid worden bewogen dan de 600 miljoen dollar die het voor de komende jaren heeft toegezegd, zo is de redenering.

Pagina 5: Wederopbouw Bosnië

Minister Pronk liet gistermiddag evenwel duidelijk blijken dat hij aan die opstelling geen boodschap heeft. “Lastendeling is van belang, maar ik ben niet van plan af te wachten tot er een verdeeldsleutel op tafel ligt. Ik wens me ook niet te bemoeien met het geharrewar in de afgelopen weken over wie nu met de eer mag gaan strijken voor het vredesplan in Bosnië. De eerste prioriteit is dat er nu wat gebeurt en dat je de bevolking in Bosnië resultaten laat zien die vertrouwen wekken. We hebben in het verleden al te vaak teleurstellingen gezaaid”, zo motiveerde hij zijn geste om 51 miljoen dollar (waarvan één miljoen van de begroting van Economische Zaken) te doneren. Dat bedrag is een verdubbeling van recentelijk nog toegezegde hulp.

Alleen al het verschijnen van minister Pronk op de donorconferentie was gisteren opmerkelijk. De ongeveer 50 uitgenodigde landen hadden vrijwel allemaal ambassadeurs of andere hoge ambtenaren afgevaardigd. Pronk was al in Brussel aanwezig voor de maandelijkse vergadering van EU-ministers voor ontwikkelingssamenwerking, maar hij was met zijn Ierse collega Joan Burton de enige die van de gelegenheid gebruik maakte om de Bosnië-conferentie toe te spreken. Hij zei na afloop dat Nederland met de toezegging van een relatief “fors” bedrag de Bosnische regering een steun in de rug wil geven bij haar pogingen “een pluriforme maatschappij” in stand te houden. Hij wees ook op “de speciale relatie” die Nederland met Bosnië heeft. Ons land zal Bosnië gaan vertegenwoordigen in de kiesraad van de Wereldbank. Bestuurder van die kiesraad is de Nederlandse oud-politicus Evelien Herfkens, partijgenoot van Pronk, die ook in Brussel aanwezig was.

Minister Pronk vindt wel dat Nederland in ruil voor zijn goedgeefsheid nauw betrokken moet worden bij de besluitvorming over de civiele hulpoperatie in Bosnië. Bovendien is het duidelijk dat Nederland bij de hulpverlening op de langere termijn “niet zo aan de gang kan blijven”, zo waarschuwde Pronk.

Pronk voerde gisteren het woord nadat de Bosnische minister van buitenlandse zaken, Muhamed Sacirbey, duidelijk had gemaakt dat de leden van zijn delegatie niet als “bedelaars” naar de conferentie waren gekomen, maar dat de internationale gemeenschap “na het gebrek aan politieke wil” in de afgelopen jaren de plicht heeft om Bosnië bij te staan. De schatting van de Wereldbank over de benodigde hulp is volgens hem nog maar een fractie van de echte oorlogsschade. Sacirbey zei ook dat iedereen de eer voor het vredesproces in Bosnië voor zich wil opeisen, maar dat, als het aankomt op economische hulp, iedereen de houding inneemt van 'na u'.

De prioriteiten bij de wederopbouw van Bosnië liggen bij het herstel van de gas- en watervoorzieningen, de aanleg van wegen en andere infrastructuur en de steun aan landbouw en industrie. De Wereldbank heeft voor de verschillende sectoren gedetailleerde studies gemaakt. Bosnië zal binnenkort toetreden tot de Wereldbank, terwijl gisteren bekend werd gemaakt dat het land officieel lid is geworden van het IMF. Bosnië, dat binnen deze instelling ook door Nederland wordt vertegenwoordigd, krijgt van het IMF een lening van 45 miljoen dollar.

    • Wim Brummelman