Naar het Reitdiepdal; Een kerk, een huis, een boerderij en stilte

Het is er rustig, erg rustig. Vooral in de winter. Dé plek dus om winkelzondagen, verplichte kerstborrels en ander ongemak van het hedendaags leven te ontvluchten. Gelukkig in Groningen.

In de eerste eeuw na Christus was Noord-Groningen een onherbergzaam en weinig aantrekkelijk gebied, vond de Romein Gaius Plinius. De bewoners leken op zeevaarders als het water het land had ingenomen en op schipbreukelingen als de zee zich had teruggetrokken. Volgens hem woonde er “een ongelukkig volk op heuvels of liever op hoogten, die 't met eigen hand heeft opgeworpen”.

R. van Iterson lacht als hij de oudst bekende tekst over het Reitdiepdal voorleest. Hij is in ieder geval wel gelukkig en “wil er voor geen goud meer weg”. Van Iterson woont in het Groningse dorp Feerwerd en is bestuurder van het Museum Wierdenland in Ezinge. Hij is enthousiast over het gebied waar het Reitdiep doorheen kronkelt. “Het grootste openluchtmuseum van Noordwest-Europa.” Zijn enthousiasme betreft vooral de wierden - heuvels die al eeuwenlang het Groninger en Friese landschap bepalen. Friezen noemen deze heuvels terpen, ten onrechte zegt Van Iterson. “Terp betekent dorp. De wierde is de heuvel. En je hebt eerst een wierde nodig om een dorp te bouwen”.

Een ijzige oostelijke wind, minstens windkracht zes, maakt op deze heldere decemberdag een fietstocht door het open landschap vrijwel onmogelijk. Een fietstocht die vele stad-Groningers vooral in de zomer maken. “Even naar café Hammingh in Garnwerd.” Op de Paddepoelsterweg ontneemt het grauwe Kernfysisch Versnellersinstituut nog een blik aan het wijdse landschap. Eenmaal op Paddepoelsterbrug begint het uitje echt. Via Wierum voert de tocht naar Oostum, gelegen op een hoge wierde en bestaand uit het Kerkje van Oostum, een huis, een basketbalbord en een boerderij. Dan is het nog zo'n drie kilometer via de kleine, behuisde wierde Krassum naar Garnwerd, een aanlegplaats voor vaartoeristen op het Reitdiep.

Het Reitdiep stroomde vroeger als de rivier de Hunze door het Groninger landschap. Als een groene rivier zijn de brede beddingen van de Hunze op diverse plaatsen nog te zien, evenals de oude kustlijnen en dijken. Het Reitdiep slingert zich nog gedeeltelijk door Groningen, maar is voor een deel ook gekanaliseerd. Garnwerd kwam daardoor aan het water te liggen.

Tot in de Tweede Wereldoorlog was Garnwerd bekend om de slopershelling van de familie Hammingh. “Als een schipper vertelde dat hij naar Garnwerd ging, wist je dat zijn schip gesloopt zou worden”, vertelt havenmeester B. Deelman. Hij zit aan de stamtafel in het fraaie café Hammingh. Uitbater B. Lange drinkt koffie met zijn enige gast. In de winter heeft hij het te rustig. Lange: “Er zijn dagen dat ik één reservering heb en als ik opsta, weet ik dat er geen tweede zal bijkomen.” Voor de Kerstdagen zijn zelfs nog niet alle tafels besproken, roept Lange. In de zomer is het anders. Dan is het café annex restaurant bij studenten, academici en politici populair. “Even een lunch om de stad te ontvluchten, een geheime bespreking of op het terras van de zon en de rust genieten.”

Garnwerd heeft een kleine vierhonderd inwoners en staat bekend als kunstenaarsdorp, hoewel Deelman en Lange niet meer dan een handvol kunstenaars kennen. Volgens E. Hammingh, de vroegere eigenaar van het café, kreeg Garnwerd deze naam, omdat het “zo prachtig is om te schilderen”. Hij woont net als de meeste oorspronkelijke inwoners in een naoorlogs huis. 'Na de laatste gast' staat er met sierleters op zijn gevel.

Garnwerd bestaat nu voor het merendeel uit mensen die van oorsprong uit de stad Groningen komen. In de jaren vijftig en zestig werd Garnwerd 'ontdekt'. Het oude gedeelte van het dorp stond op de nominatie om gesloopt te worden, maar eigengereide stadjers namen hun intrek in de deels onbewoonbaar verklaarde huisjes.

In het begin waren er volgens Hammingh wel wat problemen met de nieuwe bewoners. “Ze waren erg eigenwijs”, zegt hij. Maar de autochtonen beseften snel dat dankzij de nieuwelingen het oude dorp in stand werd gehouden. Nu zijn verhoudingen goed, aldus Hammingh.

Een paar kilometer verderop liggen Feerwerd en Ezinge, ook wierdendorpen waar veel minder forenzen wonen. Ezinge ligt tegen een halve wierde aangebouwd. Het dorp is volgens museumbestuurder Van Iterson 'beroemd' geworden door de opgravingen in de jaren dertig van archeoloog A.E. van Giffen. Zijn verhaal staat centraal in het Museum Wierdenland in de Torenstraat. De opgravingen zijn wijdvermaard omdat Van Giffen de eerste was die een groot onderzoek kon doen naar het ontstaan van wierden en daarmee veel te weten kwam over de eerste bewoners van Groningen.

Even buiten Ezinge ligt, verscholen achter boomsingels, de Allersmaborg, een van de vijftien van de 160 borgen die in de provincie Groningen is overgebleven, en verderop Aduarderzijl. Op de Zijlsterweg, weer richting Garnwerd, trotseert een wandelaar van een jaar of zeventig de ijzige kou. Met een nors knikje groet hij de voorbijganger.

“Je kunt dagen in deze streek doorbrengen”, zegt Van Iterson over het Reitdiepdal. Nadeel is volgens hem dat in de wijde omtrek nauwelijks gelegenheden zijn om in de winter te overnachten. Alleen De Zijlsterhoeve in Aduarderzijl heeft hotelkamers. Wat verder weg heeft Aduard een hotel/wegrestaurant. In Winsum zijn plannen voor een 'waterhotel', maar de streekbewoners zijn sceptisch of dit wel haalbaar is.

Van Iterson is niet zo rouwig om het gebrek aan hotelruimte. Hoewel het gebied nog wel wat meer toeristen kan gebruiken, hoopt hij dat “Drentse en Friese toestanden” Groningen bespaard blijven. “Als ze met de fiets komen is het prima, maar busladingen vol? Nee, liever niet.” Bezoekers kunnen volgens hem wel prima in de stad Groningen overnachten.

Oud-caféhouder Hammingh kijkt tevreden vanuit zijn huis over de Oostumerweg, waar in de zomer tientallen fietsers zijn dorp binnenkomen. “Maar in de winter is het hier ook prachtig.” Groningers nog steeds een ongelukkig volk? “Ben je gek”, glimlacht Hammingh. De streek is volgens hem niet voor niets zo in trek. Je hoeft maar aan iemand te vertellen dat je huis te koop staat en het is verkocht.