Kerstvertelling

Ach, ze hadden vroeger zo leuk samengewerkt. Hoe lang geleden ook al weer? Hij liep zowat vijfentwintig jaar mee. Henk kwam vier jaar na hem. Het was toen nog een dolle hond, vrolijk, enthousiast, nieuwsgierig, wilde alles van je leren. Wat kan zoiets verschrikkelijk anders uitpakken, hoe is het mogelijk dat mensen zich op zo'n afschuwelijke manier kunnen ontwikkelen.

Henk had zich ontpopt als een goed docent, stak veel tijd in het mentoraat, was al gauw voorzitter van de personeelsraad, organiseerde reizen, theaterbezoek, regisseerde schooltoneel. Hij kreeg er wel steeds meer babbels door. 'Henk, moet je hogerop?', zei hij in die tijd nog wel eens. Ze werkten toen lange avonden samen aan een nieuwe methode. Het was niks geworden, maar toch, wat een plezier hadden ze gehad. Hijzelf had de handen vol aan het lesgeven en z'n werk als bibliothecaris.

Een jaar of tien geleden begon de verandering. Henk werd conrector. Nee, hij was niet jaloers op die rotbaan, maar wel op de kamer die daarbij hoort. Hij was nu tegen de vijftig en waarschijnlijk de enige in z'n kennissenkring die ondanks een doctoraal Nederlands (Henk had nota bene niet meer dan een akte!) geen eigen kamer met een fatsoenlijk bureau, een telefoon en een tekstverwerker had. Wat voelde dat armoedig.

Ieder jaar kwamen er ergernissen bij. Het waardeloze boek dat hem door de rest van de sectie was opgedrongen. Het wicht dat nu sectievoorzitter was, hij had vrijwillig de boel aan Anja overgedragen, die op sectievergaderingen betoogde dat ze het roerend met de schoolleiding eens was. Het nieuwe publiek in de klas sinds de fusie. Het onbehouwen gedrag van de jeugd van tegenwoordig. Ach, wat een ellende. Henk, die zak, die spande de kroon.

Vroeger liep hij nog wel eens bij hem binnen. Praatten ze over alle uitvindingen uit Zoetermeer. Luchtte hij z'n hart over een rotklas - ieder jaar was er wel één. Maar Henk had er keurig een eind aan gemaakt. 'Sorry, maar ik heb even geen tijd.' Dat hoef je maar drie keer gezegd te krijgen.

Toen was er de rel over de verdeling van klassen geweest. Anja wilde hem zijn vaste 5 en 6 vwo afnemen. Het was tijd voor vernieuwingen en meer van die onzin. Het draaide uit op een gesprek met de directie en daar had Henk hem laten vallen als een baksteen. 'Ik snap niet dat je je zo weinig flexibel opstelt.' Hij kreeg kumi-uren in z'n maag gesplitst - moest-ie culturele minderheidskindertjes die Öz-en-nog-wat heetten leren dat 'de kopje' 'het kopje' was.

De manier waarop Henk sindsdien met een schouderklopje en 'Zo? Alles goed?' je passeerde, de arrogante kwast. Wat nu zo'n zeer deed, veel meer dan de bijtende jachtsneeuw waarin hij liep, was het functioneringsgesprek gisteren. Met de conrector personeel, dus met Henk! Zo ergerniswekkend maar vooral beschamend.

Toen het op ruzie uit dreigde te draaien, had Henk hem de mond gesnoerd. Ingeleid met 'nog enkele zakelijke opmerkingen' kreeg hij te horen dat volgend jaar 'op grond van de lump sum regeling' hij salarisverlaging kon verwachten: kumi-uren en z'n werk voor de bibliotheek werden voortaan in schaal 10 uitbetaald. Dat die etter hem zo'n vernederende loer draaide. 'Ik loop door tot ik erbij neerval', dacht hij en schreeuwde door de sneeuwstorm naar Woef: 'Ga naar huis, naar het vrouwtje'.

Bij dit interactieve verhaal kan de lezer uit de volgende twee teksten een slot kiezen.

I. Op Nieuwjaarsdag stond Henk opeens voor de deur met een fles cognac en zei: 'Sorry joh, laten we het dit jaar anders aanpakken...'

II. Maanden later wiste Henk zijn naam uit het personeelsbestand en mompelde: 'Overspannen en met geamputeerde neus afgekeurd, het is niet leuk, maar het is een zegen voor de school.'

    • Rob Knoppert