Justitie Italië beschuldigt Di Pietro van afpersing

ROME, 21 DEC. Antonio Di Pietro, de gangmaker achter de Italiaanse smeergeldonderzoeken, is gisteren officieel beschuldigd van zeven gevallen van ambtsmisbruik en afpersing. Hierdoor lijkt een politieke rol van Di Pietro voorlopig uitgesloten.

Het parket van Brescia maakte na een onderzoek van zeven maanden bekend, dat het een proces wil beginnen tegen Di Pietro. Een rechter moet nu vaststellen of het verzamelde materiaal daarvoor belastend genoeg is. Het openbaar ministerie wil ook een proces beginnen tegen Paolo Berlusconi, broer van mediamagnaat Silvio, en tegen Cesare Previti, oud-minister van defensie en advocaat van de Fininvestgroep van Silvio Berlusconi. Ze worden ervan beschuldigd Di Pietro tot aftreden te hebben gedwongen als magistraat door ervoor te zorgen dat de beschuldigingen publiek werden.

Het besluit van het parket van Brescia is onder de nog steeds talrijke medestanders van Di Pietro ingeslagen als een bom. De beschuldigingen tegen hem zijn vaak afgedaan als laster. Nu justitie in Brescia tot de conclusie is gekomen dat de beschuldigingen reëel lijken, valt voor veel mensen Di Pietro definitief van zijn voetstuk.

“Het is het einde van de droom van eerlijke Italianen”, zei Franco Corbelli, leider van een van de bewegingen voor burgerschap die de afgelopen jaren zijn opgezet. “De hoop van de burgers stort samen met de mythe van Di Pietro in. Het land moet naar een nieuw symbool gaan zoeken.”

Di Pietro's advocaat, Massimo Dinoia, zei dat de tegenstanders van Di Pietro nu hun hoofddoel hebben bereikt: voorkomen dat hij de politiek in gaat. “Dit is de prijs die hij moet betalen voor zijn volharding in het doorgaan met het (smeergeld)onderzoek Schone Handen”, zei Dinoia. “De tijd zal Di Pietro gelijk geven, maar dan zal het te laat zijn.”

Vier van de beschuldigingen tegen Di Pietro betreffen zijn relatie met Giancarlo Gorrini, een malafide verzekeraar. Di Pietro heeft van Gorrini een rentevrije lening van ongeveer een ton gekregen en, voor een prikje, een tweedehands Mercedes. Di Pietro zou er ook voor hebben gezorgd dat zijn vrouw, een advocate, veel opdrachten kreeg van Gorrini en dat Gorrini speelschulden van zes ton van Di Pietro's vriend Eleuterio Rea, het hoofd van de Milanese gemeentepolitie, heeft gedekt. Di Pietro zou verder onbehoorlijk hebben gelobbyd voor de benoeming van Rea tot hoofd van de gemeentepolitie en zou oneigenlijk voordeel hebben gehad van contracten voor automatisering binnen de justitie, waartoe Di Pietro een sterke impuls heeft gegeven.

“Zelfs magistraten zijn mensen en zij moeten zich aan de wet houden”, zei openbare aanklager Fabio Salamone, die de leiding heeft over het onderzoek in Brescia. Salamone geldt niet als een politiek-gekleurde magistraat.

Di Pietro zelf wilde weinig meer zeggen dan dat hij zich in “een absurde situatie” bevindt. Hij heeft de steun voor Rea steeds ontkend, gezegd dat zijn vrouw al opdrachten van Gorrini kreeg voordat deze in aanraking was gekomen met de justitie, en heeft erop gewezen dat de lening na bijna vier jaar is terugbetaald - overigens zonder rente.

Silvio Berlusconi, die volgende maand terecht moet staan op verdenking van corruptie en door Di Pietro is aangevallen wegens zijn belangenverstrengeling, had vanmorgen nog niet gereageerd op het nieuws uit Brescia. In zijn directe omgeving bestaat grote tevredenheid, omdat nu de kansen dat Di Pietro toetreedt tot een anti-Berlusconi alliantie, aanzienlijk kleiner zijn geworden. Gianfranco Fini, die als leider van de ex-neofascistische Nationale Alliantie Di Pietro steeds heeft gesteund, zei: “De revolutie eet haar eigen kinderen op.”