Gedaan met Unido

EEN LOOT AAN HET VN-firmament, de Organisatie voor Industriële Ontwikkeling van de Verenigde Naties, moet het vanaf eind volgend jaar stellen zonder de financiële bijdrage van de Verenigde Staten. De VS trekken zich terug uit deze organisatie die is gevestigd in Wenen en ongeveer duizend medewerkers telt. Daarmee is het lot van de UNIDO vermoedelijk bezegeld. Dat is geen ramp.

De UNIDO is een organisatie met de verkeerde ideologie, het verkeerde beleid en de verkeerde projecten. De geforceerde industriële opbouw in de Derde wereld in het kader van ontwikkelingsplannen is een uitvloeisel van de gedachte dat centrale planning tot economische voorspoed zou leiden. Het is een poging tot politieke sturing van de economie, met veelal als resultaat een aanzienlijke milieuvervuiling, verliesgevende staatsbedrijven en verouderde installaties. Typische UNIDO-projecten zijn zogenoemde ontwikkelingspolen met liefst zware industrie. De resultaten daarvan staan veelal te roesten in afgelegen regio's.

In veel ontwikkelingslanden bestond in de jaren zeventig de gedachte dat staatsbedrijven de weg naar groei en een nationalistisch alternatief voor multinationale ondernemingen boden. Tegenwoordig zijn buitenlandse bedrijven welkom, worden staatsbedrijven geprivatiseerd en verstrekken de internationale kapitaalmarkten voor opkomende landen de benodigde financiële middelen. Mocht UNIDO in het verleden ooit een nuttige rol als intellectuele katalysator hebben gespeeld, dan is dat allang voorbij. Wat resteert is een bureaucratie zonder werk.

DAARVAN BESTAAN er meer in VN-verband. De UNCTAD, de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling in Genève, is zo'n organisatie met een agenda die achterhaald is door de onvoorziene emancipatie van de markteconomie in opkomende landen. In Amsterdam is het volslagen onbekende VN-kantoor voor grondstoffen gevestigd, eind jaren tachtig binnengehaald met gemeentelijke subsidies en na langdurig lobbywerk van minister Pronk. Dit VN-bureautje, met veel vertraging voortgekomen uit de UNCTAD-ideologie van grondstoffenkartels, zet zich in voor een doelstelling - grondstoffenakkoorden - die bij de oprichting in 1989 al overleefd was.

In Wenen bevindt zich ook de Economische Commissie voor Europa (ECE) van de VN, een uitvloeisel uit de na-oorlogse behoefte om regionale economische VN-organisaties op te richten. De enige betekenis van de ECE is het contact tussen Oost- en West-Europa tijdens de Koude Oorlog geweest. Onlangs heeft de ECE gepleit voor uitstel van de invoering van een gemeenschappelijke munt in de Europese Unie. Niet dat deze VN- organisatie daar over gaat, maar een waarschuwing tegen sociale onrust met een verwijzing naar de EMU-eisen voor begrotingsdiscipline, klinkt vrijblijvend goed.

OP INHOUDELIJKE gronden trokken de Verenigde Staten zich enkele jaren geleden terug uit de UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs en cultuur. Nu hanteren ze, zich verschuilend achter de begrotingssanering in Washington, de financiële bijl. Dat heeft soms heilzame gevolgen doordat verwende organisaties worden gedwongen tot bezinning op hun taken, maar de stopzetting of beperking van de Amerikaanse bijdragen brengt ook goedlopende organisaties in moeilijkheden. Dit is niet de beste manier om multilaterale samenwerking gestalte te geven. Het verdient de voorkeur om internationale organisaties op te heffen als ze overleefd zijn en om andere financieel in staat te stellen hun werkzaamheden voort te zetten.