Fusie stroomfabrieken is ideaal van SEP-directeur

DEN HAAG, 21 DEC. Voor ir. Niek Ketting, directievoorzitter van de Samenwerkende elektriciteits produktiebedrijven (SEP) in Arnhem, gaat er een lang gekoesterde wens in vervulling als de vier Nederlandse stroomleveranciers een fusie aangaan. Ook al kost dat Ketting zijn huidige baan, want de SEP zal dan opgaan in één landelijk produktiebedrijf dat een marktaandeel van zo'n 70 procent krijgt.

Ketting was lid van de stuurgroep onder voorzitterschap van minister Wijers, die de afgelopen maanden een ingrijpende wijziging van de elektriciteitssector heeft ontworpen.

Sinds afgelopen zomer is de SEP-directeur ook lid van de Eerste Kamer (VVD-fractie). In een fraai voorportaal van de Eerste Kamer aan het Haagse Binnenhof geeft hij een toelichting op zijn ideaal, dat is overgenomen in de nieuwe Energienota van het kabinet. “Uiterst belangrijk is dat de fusie nu tot de beleidsvoornemens van het kabinet behoort. Stel dat de Tweede Kamer dit plan straks steunt, dan kan ik me niet meer voorstellen dat er nog partijen in onze sector zullen zijn die er geen gehoor aan zullen geven.”

Ook de distributiebedrijven NUON (Gelderland) en PNEM (Noord-Brabant) die nu nog dwarsliggen, zullen dan over de streep worden getrokken, verwacht Ketting. “Ik heb al jaren gepleit voor één landelijk produktiebedrijf. Weliswaar werken de vier bedrijven nu al nauw samen en wordt een groot deel van de kosten en investeringslasten gedeeld, maar we kunnen veel meer doen en de planning van het vermogen sterk verbeteren. Iedereen in onze sector heeft hetzelfde devies: het belang van de klant staat voorop, en dat is vooral de laagst mogelijk prijs voor elektriciteit.”

Ketting hoopt dat over één à twee maanden al blijkt dat het fusieplan voldoende steun krijgt. Dan kan het landelijke produktiebedrijf in de eerste helft van 1997 “op poten worden gezet” en zullen de voordelen ook snel aan de stroomverbruikers toevallen.

Hij verwacht niet dat de Europese Commissie nog een stok tussen de spaken kan steken door de fusie af te keuren omdat ze de concurrentie in Nederland te zeer zou beperken. “Juristen hebben het plan getoetst aan het Nederlandse en het Europese mededingingsrecht. De conclusie: dit is een bepleitbaar concept. Primair gaat het erom dat we doen wat voor de klant het beste is en dat het nieuwe stelsel tegemoetkomt aan de doelstellingen van het energie- en milieubeleid van de regering.”

Volgens Ketting is er “geen sprake van dat we in de nieuwe situatie een monopoliepositie gaan innemen. Wat we doen is met en zodanige schaalgrootte gaan werken dat we in de internationale concurrentie een rol kunnen spelen, dat we ook sterker staan om als Nederlandse produktiesector ook in het buitenland activiteiten te ontplooien”.

In Nederland zal er ook na de fusie concurrentie blijven bestaan tussen het landelijk produktiebedrijf en particuliere ondernemingen die zelf stroom opwekken, vaak in samenwerking met energie-distributiebedrijven, met warmte/krachtcentrales, zegt Ketting. “En via import, of door andere, onafhankelijke producenten die zich in Nederland een plaats weten te verwerven.” Maar in concurrentie binnen de openbare elektriciteitsvoorziening ziet Ketting eigenlijk geen voordelen. “Het is alsof de spelers van Ajax tegenelkaar gaan voetballen. Dat doe je alleen in de training, het helpt niet echt als je van Feyenoord wil winnen.”

In feite werken de vier bestaande stroomproducenten als alsof ze één bedrijf zijn, meent Ketting. “Alleen bestuurlijk en administratief zijn ze gescheiden, en dat geeft beperkingen. Maar we kennen een 'landelijke economische optimalisatie', die tot uitdrukking komt in het Landelijk basistarief voor stroom. Ook bestaan er al prikkels voor elk bedrijf om zo goedkoop mogelijk te werken. Verreweg het grootste deel van de kosten voor investeringen, brandstoffen e.d. wordt al gedeeld. Als je te duur bent, krijg je geen vergoeding uit de gemeenschappelijk pot van SEP voor je investeringen. Maar wat we daaraan toevoegen door een fusie, is dat de planning veel strakker wordt, dat we ongerechtigheden als de huidige overcapaciteit voorkomen, en dat de nieuwe aandeelhouders daar ook een direct belang in krijgen.”

“Laten we uitgaan van de feiten”, zegt Ketting: “Onze grootste klanten willen de fusie, ze zien er duidelijk het voordeel van in. Dat zijn bedrijven die gepokt en gemazeld zijn in het internationale marktdenken. We kunnen honderden miljoen guldens per jaar aan kosten besparen door gebundelde inspanningen. Als je dit tegenwerkt, doe je de klanten onrecht aan.”

Op Engeland na wordt Nederland met de plannen die gisteren in de nieuwe Energienota zijn ontvouwd, koploper in West-Europa bij het realiseren van een vrije energiemarkt, zegt Ketting. “Ook het openstellen van onze leidingnetten en het toezicht daarop is belangrijk als stimulans voor de concurrentie. De controle wordt zo geregeld dat je als eigenaar van het net nooit misbruik kunt maken van je machtspositie. Het is verstandig dat de bestaande infrastructuur optimaal wordt gebruikt in dit nieuwe systeem. Want een tweede leidingnet is ontzettend duur, de aanleg kost zo'n 5 miljoen gulden per kilometer, en het zou ook allerlei bezwaren op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening oproepen.”

De vraag of de SEP-directeur voor zichzelf een plaats ziet in de leiding van het landelijke produktiebedrijf, ontwijkt Ketting met een glimlach. “Ik zie het als mijn missie om de fusie tot stand te brengen, anderen zijn verantwoordelijk voor hoe het gaat lopen. Ik doe mijn werk met plezier en de combinatie met deze functie, als deeltijd-politicus, is fascinerend.”