Derde Energienota

STROOM EN GAS zijn niet weg te denken uit het dagelijkse leven. Iedereen is aangewezen op een goede energievoorziening, en de betrouwbare levering van elektriciteit en aardgas is in Nederland zo vanzelfsprekend dat dit nauwelijks een onderwerp van gesprek vormt. Ten onrechte. Achter de energievoorziening gaat een belangwekkende sector van de economie schuil en de toekomstige inrichting van deze sector raakt ieders belang. Dit vormt het onderwerp van de Derde Energienota die minister Wijers (economische zaken) gisteren heeft gepresenteerd.

De vorige energienota was uit 1979, een uitvloeisel van de oliecrises van de jaren zeventig. Tegenwoordig is het probleem niet een dreigende schaarste aan energiebronnen of een prijzenexplosie. De olieprijzen bevinden zich op het niveau van begin jaren zeventig en met het potentiële aanbod van energie uit het Midden-Oosten, Rusland en de landen om de Kaspische zee is de energievoorziening voor tientallen jaren veiliggesteld. De knelpunten zijn nu de milieu-effecten van energieverbruik en het gebrek aan toegang tot het energienet van elektriciteit en aardgas.

DE DERDE ENERGIENOTA richt zich op deze twee problemen. Grotere aandacht voor duurzame energievoorziening en energiebesparing moeten bij een gematigde economische groei leiden tot stabilisatie van de CO2-emissie in het jaar 2020 voor de energiesector. Voor de milieu-lobby is dat een teleurstellende afzwakking van de eerdere doelen die Nederland zich had gesteld - en hier zal het komende politieke debat zich ongetwijfeld op richten.

Van niet minder belang is de voorgestelde fusie van de producenten van elektriciteit en de liberalisatie van de energie-netten voor elektriciteit en aardgas. Tegen dit laatste verzette Nederland zich vroeger in Europees verband, maar Wijers zet de introductie van de marktwerking door. Hij wil naar “een verschuiving van een door het aanbod bepaalde naar een door de vraag gestuurde structuur”. Dit komt neer op opening van de elektriciteits- en gasnetten voor andere aanbieders dan de huidige monopolisten, de Gasunie en de distributiebedrijven. Maar de overheid verdwijnt niet uit beeld: toezicht, vaststelling van maximumprijzen voor de 'gebonden klanten' (kleinverbruikers) en bescherming van deze afnemers blijven een overheidstaak.

IN BRUSSEL speelde zich, toevallig ook gisteren, een vinnig debat af over de liberalisatie van Europese elektriciteitsnetten. Met een verwijzing naar de recente arbeidsonrust was Frankrijk absoluut niet bereid tot steun aan Duits-Britse voorstellen om de elektriciteitsbedrijven aan te sporen tot grotere marktwerking. Zes jaar Europese pogingen om de monopoliepositie van energiedistributeurs te doorbreken, zijn gestrand op de Franse angst om de vakbonden bij Electricité de France te trotseren. De Energienota van Wijers is in dit licht bezien een toonbeeld van marktgeoriënteerd energiebeleid.