De betekenis van Raphaels laatste schilderij ontdekt

WASHINGTON, 21 DEC. Een cardioloog uit Philadelphia heeft een eeuwenlang onbegrepen schilderij van de grote renaissance-schilder Raphael met een medische interpretatie weten te doorgronden. Amerikaanse kunsthistorici reageren enthousiast op de ontcijfering van De Transfiguratie, Raphaels laatste en tevens zijn grootste schilderij.

Het enorme altaarstuk, dat hangt in het museum van het Vaticaan in Rome, geeft twee zeer verschillende scènes weer. De bovenste helft toont de verheerlijking van Jezus ('de transfiguratie'), zoals beschreven in het Nieuwe Testament: “zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht” (Mattheus 17:2). De lichtende Jezus-gestalte zweeft, met naast hem de verschijningen van Mozes en Elia, boven de berg Tabor. Petrus, Jacobus en Johannes hebben hebben zich ter aarde geworpen, nu Jezus zo duidelijk tot de wereld van God blijkt te behoren.

Daaronder is een andere scene uit de bijbel geschilderd, van de discipelen met een epileptische jongen die zij niet kunnen genezen: “hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water” (Mattheus 17:15-16). De bleke jongen, rechtsonder, heeft zijn armen krampachtig gestrekt, hij rolt met zijn ogen en zijn mond staat wijd open.

Geleerden hebben zich lang afgevraagd waarom Raphael twee zo uiteenlopende scènes, een glorieuze en een miserabele, in één schilderij bij elkaar plaatste. Sir John Pope-Henessy schreef in zijn gezaghebbende studie over Raphael over “twee scènes zonder verband”, en E.H. Gombrich noemde de combinatie zelfs verwarrend en “niet te verdedigen”.

De Amerikaanse cardioloog en amateur-kunsthistoricus Gordon Bendersky, die is verbonden aan de medische faculteit van de Hahnemann Universiteit in Philadelphia, lijkt het mysterie nu echter opgelost te hebben. In een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift voor kunsthistorici Source, stelt Bendersky dat de jongen niet zomaar een epileptische aanval heeft, maar meer in het bijzonder in de laatste fase van zo'n aanval verkeert. Omdat hij niet schuimbekkend op de grond ligt maar alweer met beide benen betrekkelijk stevig overeind lijkt te staan, herkende de arts in hem een epilepsie-patiënt die juist bezig is een aanval te boven te komen. “Kortom, Raphael laat de jongen zien als hij genezen is”, aldus Bendersky. In die interpretatie zou mond van de jongen niet open gesperd zijn in een spastische schreeuw, maar om de duivel te laten ontsnappen; indertijd werden epileptici aan het eind van een spasme dikwijls getoond met een duiveltje, dat als een onreine geest aan de mond ontsnapte.

Het schilderij zou aldus zowel de goddelijkheid van Christus tonen, als zijn wonderbaarlijke vermogen zieken te genezen, waarmee het verband tussen beide delen is gelegd. De cardioloog merkt bovendien op dat in de vroege zestiende eeuw (Raphael leefde van 1483 tot 1520) epilepsie veel voorkwam. De schilder en zijn tijdgenoten zouden vertrouwd zijn geweest met de symptomen, en de verschillende fases van een aanval gemakkelijk herkend hebben. Twee renaissance-specialisten die worden aangehaald in The New York Times, Leo Steinberg van de Universiteit van Pennsylvania en Jack M. Greenstein van de Universiteit van California, tonen zich onder de indruk van de hypothese van Bendersky, die “erg belangrijk” zou zijn. Zoals wel vaker het geval is met ontdekkingen, lijkt het achteraf niet alleen aannemelijk, maar zelfs nogal voor de hand liggend. Wie met Bendersky's interpretatie in zijn achterhoofd “De Transfiguratie” bekijkt, zal in de blikken van de discipelen en de hand gebaren een bevestiging kunnen zien van de wonderbaarlijke genezing die hier heeft plaats gevonden, en die ook in Mattheus 17 beschreven wordt: “de knaap was genezen van dat ogenblik af”.