De ambtenaren blijven praten totdat de bijstandsmoeders aan het werk willen

Over vier werkdagen treedt de nieuwe Algemene bijstandswet in werking, verzucht ambtenaar R. Focke van de Amsterdamse sociale dienst op maandag. De dagen tussen kerst en oudjaar tellen niet mee, dan is het stadhuis grotendeels op slot. Vier werkdagen, zegt Focke nogmaals. De nieuwe formulieren zijn niet eens binnen, de strengere sancties zijn nog onbekend, de hoogte van de premie die een werkloze toucheert als hij een baan vindt, is ongewis.

Dinsdag 2 januari krijgen ambtenaren van alle sociale diensten te maken met de nieuwe bijstandswet. Mensen die voor het eerst een uitkering aanvragen, vallen direct onder de wet. Voor de oude gevallen - inmiddels een ingeburgerd begrip in de sociale zekerheid - geldt een overgangsperiode van een jaar. Toch krijgen ook zij snel met de nieuwe regels te maken.

Uit een schier eindeloze rij met blauwe en bruine dossiers trekt Focke de map tevoorschijn van een 36-jarige vrouw. “Dit mag dus niet meer.” Hij wijst op een blaadje waarop de vrouw een tiental namen van werkgevers heeft geschreven bij wie ze volgens eigen zeggen heeft gesolliciteerd. Groot Melkhuis prijkt erop, evenals Hollands Glorie. Vanaf 1 januari zal de vrouw een schriftelijke bevestiging van de werkgever moeten overleggen waarin deze de ontvangst van haar sollicitatiebrief bevestigt of verklaart geen vacature te hebben. De bewijslast kortom, wordt omgedraaid.

En dat geldt voor meer zaken. Ontbreekt nu wel eens een giro- of bankafschrift, “dan doen we daar niet moeilijk over”. Vanaf 1 januari zal de uitkeringsgerechtigde het afschrift alsnog moeten overleggen. “Vraag maar een kopietje op bij de Postbank”, zegt Focke. Achteloos bladert hij door de bank- en giroafschriften van zijn cliënten. “Je leert veel van die papiertjes. Of ze een spaarrekening hebben, of ze geld hebben opgenomen in het buitenland terwijl ze die reis niet hebben vermeld. Je moet ook altijd de bijschrijvingen controleren.”

De bestrijding van fraude mag dan een belangrijke plaats innemen in de nieuwe wet, arbeid heeft de hoogste prioriteit. Werk, werk en nog eens werk. De bijstand moet eenvoudig minder mensen gaan tellen. Sinds twee jaar loopt het aantal mensen met een bijstandsuitkering gestaag op - een effect van de verslechterende economie en de hoge werkloosheid van begin jaren negentig. De werklozen uit deze tijd kregen eerst een WW-uitkering en belanden nu in de bijstand.

De leiding van de Amsterdamse sociale dienst, afdeling centrum, is ervan overtuigd de benodigde arbeidsplaatsen te vinden. “Natuurlijk wordt het een hele omslag. De huidige inkomenswet is een inkomensverzekering. Daar moeten we van af”, zegt hoofd B. Smith. Eén groep mensen baart hem wel een beetje zorgen: de zogenoemde D-categorie. Deze bevat mensen die niet of nauwelijks aan het werk kunnen. De groep is relatief groot. Ruim vijftig procent van de 7.500 cliënten die afdeling centrum behandelt, valt in de D-categorie, verwacht Smith. “Zwangere vrouwen, verslaafden, kunstenaars, mensen met een hbo- of academische opleiding die nergens op aansluit. Wij moeten ze motiveren toch te werken. Ze kunnen bijvoorbeeld beginnen met vrijwilligerswerk, dat geeft meer vrijheid en minder druk.”

Iedereen moet aan het werk - ook categorieën die daarvan waren vrijgesteld, zoals bijstandsmoeders met kinderen ouder dan vijf jaar. Tot nu toe lag die grens op twaalf jaar. De verlaging leidde niet alleen tot protesten van belangenorganisaties als de vrouwenbond FNV, ook minister Sorgdrager (justitie) uitte haar twijfels.

Ambtenaar Focke twijfelt ook. Hij trekt de map van een alleenstaande kunstenaar (44) met een kind van acht jaar tevoorschijn. Het kind is niet erkend, draagt de naam van de moeder. “Het lijkt me niet gezond als een kind alleen opgroeit in een crèche.” Natuurlijk telt Nederland veel werkende vrouwen die hun kinderen wel naar de crèche brengen, erkent Focke. “Dat is hun eigen keus. En ik kan de keus van een alleenstaande moeder om haar kind niet naar de crèche te brengen, heel goed begrijpen.”

Toch, zegt zijn baas Smith, moeten de medewerkers blijven praten - net zolang tot de uitkeringsgerechtigden wel aan het werk willen. En willen ze niet? “Dan zeggen we: de wet is nu veranderd, we moeten nu van u af. Smith schrikt zelf van zijn woorden. “Och, we houden natuurlijk wel begrip voor de omstandigheden”, zegt hij.

Smiths ferme taal kenmerkt de omslag die zich moet voltrekken. De uitkeringsgerechtigde heet voortaan een 'cliënt' met wie de sociale dienst een 'contract' sluit. Op contractbreuk volgen sancties. Over de beoogde daling van het aantal uitkeringen zegt Smith: “De produktie-eisen worden doorvertaald naar de individuele medewerkers.” Gaat de sociale dienst dan lijken op de DAF-fabriek, waar auto's van een band rollen die de chef op ieder moment kan stilzetten? “Fout”, meent Smith. “We krijgen hier Vauxhalls, Opels en Volvo's. We kiezen voor een individuele benadering. Maar we moeten het proces wel beheersbaar maken.”

Focke heeft zijn twijfels. Door de decentralisatie moet de gemeente Amsterdam voor een groot deel zelf invulling geven aan de nieuwe Algemene bijstandswet. Maar waar blijven de nieuwe formulieren? Welke sancties moet hij straks toepassen? “Ach, Amsterdam is vaag en traag” zegt Focke. “Er wordt aan gewerkt, dat is hier de standaardzin.”