BIJSTAND; Regels worden per individu bepaald

Op 1 januari treedt de nieuwe bijstandswet in werking. Alle sociale diensten in Nederland moeten veranderen, van uitkeringsmachine naar werkwinkel. Arbeid staat voorop, protesteren helpt geen zier. 'De wet is veranderd, we moeten nu van u af.'

Eenvoud en decentralisatie. Daarnaar streeft de nieuwe Algemene Bijstandswet. Begrippen als woningdelers of kostgangers verdwijnen uit de wet. Ook de 27 verschillende normen voor jongeren behoren volgend jaar tot het verleden.

De bijstandswet kent met ingang van 1996 nog maar twee leeftijdsgroepen: de categorie 18 tot en met 20-jarigen en de categorie 21 jaar en ouder. Voor de 21-plussers komen landelijk drie bijstandsnormen. Een echtpaar ontvangt een bedrag ter hoogte van 100 procent van het netto minimumloon; hetzelfde geldt voor samenwonenden. Alleenstaanden krijgen 50 procent en alleenstaande ouders 70 procent. De laatste twee groepen kunnen een toeslag van maximaal 20 procent krijgen als ze daarvoor naar het oordeel van de gemeente in aanmerking komen. De bijstandsgerechtigde die kan aantonen alleen te wonen (of alleen met de kinderen) en de kosten van levensonderhoud niet met een ander te delen, moet van de gemeente een toeslag van 20 procent krijgen. Daarmee blijft de uitkering op het huidige niveau. In de andere gevallen kan de gemeente naar eigen inzicht een andere toeslag geven of die geheel achterwege laten.

Jongeren van 18 tot en met 20 jaar zullen nog slechts bij hoge uitzondering voor een bijstandsuitkering in aanmerking komen. Wie geen baan heeft of studeert, moet via de Jeugdwerkgarantiewet aan de slag. Jongeren die daar niet in slagen - een “zeer kleine groep”, verwacht het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid - houden recht op bijstand, maar slechts op het niveau van de kinderbijslag. De gemeente kan dat bedrag afhankelijk van de omstandigheden aanvullen.

Van bijstandsgerechtigden wordt meer dan in het verleden verwacht dat ze zelf op zoek gaan naar werk of zich laten scholen. Het onderscheid tussen langdurig werklozen en andere bijstandsontvangers verdwijnt. Academici kunnen geen werk op HBO-niveau meer weigeren en voor schoolverlaters wordt voortaan elke baan passend geacht.

De sociale dienst moet met een bijstandsgerechtigde afspreken welke activiteiten hij of zij zal ondernemen om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dat kan ook werk aanvullend op de uitkering zijn en in een aantal gemeenten, bij wijze van experiment, vrijwilligerswerk. Als een uitkeringsgerechtigde een kans op werk heeft, moet de sociale dienst samen met het arbeidsbureau een 'trajectplan' maken, waarin bijvoorbeeld afspraken over scholing en het opdoen van werkervaring staan. De bijstandsontvanger is verplicht dit trajectplan uit te voeren.

De sociale dienst moet per individu beoordelen hoe strikt zij dit soort regels wenst uit te voeren. Ook moeders met kinderen van vijf jaar en ouder vallen in principe onder deze regels. In de vorige wet lag deze grens bij kinderen van twaalf jaar en ouder. Het kabinet wilde aanvankelijk helemaal geen leeftijdsgrens meer, maar de Tweede Kamer dacht daar anders over. Daardoor kan alleenstaande moeders (of vaders) met kinderen onder de vijf geen arbeidsverplichting worden opgelegd.