Bewust onthouden; De vrolijke nietkijker

Het zijn er niet veel, maar ze zijn er wel degelijk. Mensen die geen tv kijken. En hun stemmen klinken steeds luider. Want wat levert een avond zappen op? 'Onvrede en schuldgevoel, zonder iets wijzer te zijn.'

Gelukkig hebben we geen televisie in huis. Zonde van de tijd” (Prof. dr. Annemieke Roobeek). “Wat de televisie betreft kan ik ophouden. Ik keek graag tv, maar nu kom ik tijdens zaprondes niet eens meer een natuurfilm tegen.” (Regisseur Alex van Warmerdam). “Een tijdlang haalde ik de televisie alleen van zolder om een voetbalwedstrijd of film te bekijken. Helaas hebben de kinderen nu meer zeggenschap over de kijktijd” (Wetenschappelijk medewerker communicatie-wetenschappen). “Ik heb het gewoon te druk. Geen tijd om te kijken” (Jurist). Een boekhouder kijkt niet-begrijpend bij de vraag of hij zonder televisie niet veel mist. “Wát zou ik dan missen?” En een student psychologie verwerpt de televisie vanwege de verslavende werking, die het hoe dan ook in zich herbergt. “Ik ga nog liever aan de alcohol.”

Uitzendkracht Monica Timmermans (27) snapt wat hij bedoelt. Zij zei vorige maand demonstratief haar kijk- en luistergeld op, toen haar huisgenote met televisietoestel naar elders vertrok. “Ik heb de aanschaf van een eigen toestel niet eens overwogen. Vorig jaar heb ik zes maanden lang in mijn eentje op een flatje in Kenia gewoond zonder de televisie ook maar één moment te missen. Terug in Nederland merkte ik dat ik steeds vaker voor de buis bleef zitten. En wat hield ik eraan over? Onvrede en een schuldgevoel, zonder iets wijzer te zijn.”

In al de jaren dat ik geen televisie heb, kan ik zelf slechts één gebeurtenis herinneren die een onbedwingbare behoefte aan televisiebeelden opwekte. Dat was vorige winter, toen onze dijken op punt van doorbreken stonden. Kranten noch radio konden het ongeloof wegnemen en urenlang zapte ik bij de buurvrouw op haar toestel van nieuwsbulletin naar reportage om de onwezenlijke dreiging van de buitensporige watervlaktes te doorgronden. Waarom kluisterde deze ramp-in-spe mij aan het medium, dat ik in andere situaties meende te kunnen missen?

De Nederlandse filosoof Richard de Brabander verklaart deze drang vanuit de grieks-christelijke en humanistische traditie van de filosofie, volgens welke de visuele waarneming de andere zintuigen domineert. Deze voorkeur voor het oog, zo betoogt De Brabander, hangt samen met het streven naar zelfbehoud, het behoud van leven, het uitstel van de dood (als metafoor voor al het onbekende dat ons leven kan ontregelen). “Ten behoeve van het zelfbehoud dient elk gevaar te worden bezworen en iedere onverwachte aanslag te worden voorzien. Daartoe dient alles zichtbaar te worden gemaakt, mag niets aan het oog ontsnappen.” Daarom heeft de televisie zo'n enorme invloed gekregen; de televisie heeft het mogelijk gemaakt om gevaar, in welke hoek het ook loert, visueel waar te nemen.

Laat De Brabander nu ook tot die stabiele minderheid van nietkijkers in de Nederlandse samenleving behoren. In 1983 had volgens de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek een krappe drie procent van de Nederlandse huishoudens geen televisie-toestel in huis; in 1994 werd dat percentage vastgesteld op 1,9 procent. De vraag is hoe stabiel onze minderheid in de nabije toekomst zal zijn. De stemmen van nietkijkers worden luider en veelvuldiger.

Deze tv-onthouders passen in het plaatje dat het Instituut voor Massacommunicatie te Nijmegen in 1990 uit een onderzoek naar mensen die nooit televisie kijken, destilleerde. Nietkijkers bleken hetzij zeer kerks en veelal uit de lagere strata afkomstige gereformeerden, hetzij uit de hogere strata afkomstige niet-gereformeerden. Sindsdien is er voor zover bekend bij mede-onderzoeker Paul Hendriks Vettehen geen vervolg op het onderzoek geweest. “Het zou leuk zijn om te onderzoeken of men door het overstelpende aanbod veel minder of maar helemaal niet meer kijkt. Voor zover ik weet is dat nog niet aan de orde op wetenschappelijk niveau.”

Voorlopig draait het nog niet om het aanbod, als wel om de behoefte aan informatie, amusement, infotainment of hoe het beestje ook heten mag. De behoefte om het menselijk bestaan te ontrafelen, is de oorzaak voor het succes van de televisie, aldus Richard de Brabander. “Onze hele cultuur is gebaseerd op het onder controle krijgen van alles wat ons in de war brengt. Dus zoemen we in op de details om antwoorden op onze vragen te krijgen. De televisie staat in het verlengde van deze behoefte aan antwoorden en oplossingen. De radio kan deze functie nooit vervullen, omdat we nu eenmaal leven volgens het principe van eerst zien, dan geloven.”

Dat doet De Brabander zelf natuurlijk ook, maar de televisie kan zijn hang naar kennis niet bevredigen. Niet alleen werkt het oeverloos inzoemen op details volgens hem eerder transparantie dan zichtbaarheid in de hand, ook verbaast hij zich keer op keer over de platheid en oppervlakkigheid van het medium. “Echt, ik lees liever. Ik meen nog altijd meer te hebben aan de droomduiding van Freud dan aan die van Catherine Kuyl. Keyl. Whatever.”

Is op de rand van de eenentwintigste eeuw wellicht een voorzichtige terugkeer naar toestanden uit de vorige eeuw waarneembaar? Of zoals overtuigd nietkijker advocaat Ard van der Steur (26), die overigens wél graag het interview met Prinses Diana had gezien, opgewekt roept: “Ik leef gewoon in de negentiende eeuw. Maar omdat steeds dezelfde cd-tjes draaien toch gaat vervelen, heb ik vorige week wel een radio aangeschaft.”