Betaling voor crediteuren BCCI

LUXEMBURG, 21 DEC. Vier jaar na de val van de Bank of Commerce and Credit International (BCCI) is de weg vrij voor betaling aan de crediteuren. Een rechtbank in Luxemburg nam gisteren naar zich laat aanzien de laatste horde in een reeks van juridische obstakels. De rechter ging akkoord met het intrekken van de bezwaren van vroegere werknemers van de bank, die eerder voorgestelde regelingen steeds hebben geblokkeerd. BCCI moest in 1991 op last van de autoriteiten over de hele wereld zijn vestigingen sluiten, toen er omvangrijke gevallen van witwassen van drugsgeld, fraude en bedrog aan het licht waren gekomen. Sindsdien bestond er onder de crediteuren van de bank grote onzekerheid over of ze hun geld wel zouden terugzien. De uitspraak van de Luxemburgse rechter betekent dat tussen de 25.000 en 28.000 crediteuren in eerste instantie ongeveer 20 procent van hun claims terugkrijgen. De betaling zal vermoedelijk niet voor april volgend jaar worden gedaan. Het definitieve bedrag van de teruggave staat nog lang niet vast. Er moeten nog duizenden claims worden nagetrokken en boven kunnen er nog miljoenen boven tafel komen van de debiteuren van de bank. Uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is al 500 miljoen dollar boven water gekomen. Het merendeel van het geld dat nu voor de schuldeisers beschikbaar is, komt van Abu Dhabi. De regering van dit oliestaatje heeft als grootste aandeelhouder 1,5 miljard dollar toegezegd. Een groot probleem voor de curatoren van de bank was dat de schulden van en zeventigtal buitenlandse vestigingen van de BCCI waren overgenomen door de centrale banken van de betreffende landen. Sommige van die centrale banken sloten buitenlandse schuldeisers uit van compensatie, zodat die schuldeisers alleen via Luxemburg, waar BCCI statutair was gevestigd, konden proberen hun geld terug te krijgen. (Reuter)