Autodidact Biewenga maakt kunst van het militair dienstboekje

Tentoonstelling: Wim Biewenga. Tot 13/1 in Museum 't Coopmanshûs, Voorstraat 49-51, Franeker. Geopend: di-za 10-17 uur. Catalogus: ƒ 12,50. Na Franeker reist de expositie naar Galerie William Wauters, Oostreeklo, België (27/1-25/2), naar Kunstrai Amsterdam bij Jan van Hoof Galerie, 's Hertogenbosch (11/6-16/6) en Galerie Markant, Langelo.

In het Franeker Museum 't Coopmanshûs exposeert Wim Biewenga (1939) schilderijen in olieverf en gemengde technieken en ook een serie tekeningen. Biewenga, schilder en tekenaar van een gelaagd en poëtisch oeuvre, is een autodidact. Het oorspronkelijke beroep van dr. W. Biewenga is de diergeneeskunde en dan in het bijzonder toegepast op kleine huisdieren en nog meer in het bijzonder op de nierfunctie-afwijkingen van honden en katten. Hij doceerde een en ander aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Een boeiend beroep, zegt hij, dat op den duur alle 24 uren van het etmaal je aandacht vroeg. Dat was te veel om Biewenga's andere passie, het schilderen, ruimte te laten. Toen de beeldende kunst hem emotioneel steeds dieper ging raken besloot hij de wetenschap de rug toe te keren en zich helemaal aan de kunst te wijden. Dat was in 1990, zo rondom zijn vijftigste.

In 't Coopmanshûs is nu dus te zien waarheen hem dat gebracht heeft, deze in Drente wonende Groninger die nu in Friesland exposeert. Zijn werk past geheel in een daar al vele decennia heersende traditie, die van het autodidactisch natuurtalent, dat in deze hoek van het land veel meer voorkomt dan elders en zeker kwalitatief ongekende hoogten bereikt.

Het zijn op het eerste gezicht naïeve kleutertekeningen, die echter al na twee, drie keer opnieuw kijken de geraffineerde verbeeldingen van allerlei gedachtenspinsels blijken te zijn. Primitieve voorstellingen van gefragmenteerde mensen en dingen, soms begeleid door losse woorden of stukken van zinnen. Een huis met slechts één piepklein raampje met de aanduiding van een hoofd achter de muur en heel bescheiden het zinnetje: 'ik wou dat je bleef'. Of de suggestie van een prehistorisch hert, zwevend boven een vorm die de aardbol zou kunnen zijn. 'Not far off', staat er onder. Bij de tekeningen frappeert een serie van twaalf bekende en in zekere zin bekladde pagina's uit een zeer oude druk van de militaire 'Inwendige Dienst', een als vertrouwelijk beschouwd drukwerk dat vroeger aan iedere militair werd uitgereikt. Er stond artikelgewijs in hoe een soldaat zich diende te gedragen. Het boekje begon met de regel 'De ondergeschiktheid is de ziel van de militaire dienst', een nog steeds zeer juiste maar inmiddels politiek 'incorrect' geworden vaststelling. Die twaalf wat vergeelde pagina's in Biewenga's collectie zijn commentaren op de onderliggende krijgsartikelen geworden. Zoals op artikel 51: 'De voorhanden zijnde kleding- en uitrustingstukken moeten altijd in den ransel geborgen zijn, met uitzondering van het schoeisel.'