Asielzoekers blijven langer in ongewisse

DEN HAAG, 21 DEC. Asielzoekers met een tijdelijke verblijfsvergunning mogen niet meer na drie jaar een permanente status krijgen. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft afgelopen nacht een CDA-motie van die strekking aangenomen.

Asielzoekers die vanwege de situatie in hun land niet terug kunnen, zoals tot voor kort de Bosnische vluchtelingen, krijgen in Nederland een voorlopige vergunning tot verblijf (vvtv). Is de situatie in hun land van herkomst na drie jaar onveranderd, dan krijgen ze een A-status; een verblijfsvergunning met meer rechten. Het CDA wil deze termijn nu verlengen tot vijf jaar. De partij kreeg steun van VVD, groep-Nijpels, AOV, CD en de drie christelijke fracties. Staatssecretaris Schmitz zal de motie na het kerstreces in het kabinet bespreken.

Ook asielzoekers die al drie jaar in Nederland zijn zonder een verblijfsvergunning moeten voortaan vijf jaar wachten voordat zij definitief in Nederland mogen blijven, aldus het CDA. Een voorbeeld zijn circa 300 Vietnamese vluchtelingen. Na lange onderhandelingen sloot Nederland dit jaar een terugkeer-overeenkomst met de Vietnamese autoriteiten. De rechter besloot echter kort daarop dat de Vietnamezen niet terug hoefden omdat zij - buiten hun schuld - al langer dan drie jaar in Nederland waren.

Gisteren bleek ook dat het kabinet afgewezen asielzoekers een beperkte mogelijkheid voor hoger beroep wil geven. Minister Sorgdrager en staatssecretaris Schmitz schreven dit in een brief aan de Tweede Kamer. De rechter zal zich in hoger beroep alleen buigen over de weigering van Justitie om de asielzoeker niet toe te laten in Nederland. Eventuele structurele gebreken in de eerdere besluitvorming blijven buiten beschouwing.

Met het voorstel komen de minister en de staatssecretaris tegemoet aan de wens van PvdA en D66 om het hoger beroep voor vluchtelingen te herstellen. In december 1993 ging de Eerste Kamer onder grote druk akkoord met de afschaffing van het hoger beroep voor afgewezen asielzoekers. De Raad van State oordeelde dit voorjaar echter dat het hoger beroep in beperkte mate moest worden hersteld.

Het kabinetsvoorstel volgt dit advies voor het grootste deel op. Door bepaalde categorieën van het hoger beroep uit te sluiten en de rechter zich alleen te laten buigen over de vraag of de asielzoeker al dan niet in Nederland mag blijven, komt het kabinet ook tegemoet aan de VVD. De liberalen zeiden eerder te vrezen voor stijging van het aantal asielzoekers en verlenging van de pocedures indien het hoger beroep weer zou worden ingevoerd. Het CDA liet vanochtend weten tegen herinvoering van het hoger beroep te zijn, omdat het extra tijd kost in de asielprocedure.

Volgens het kabinetsvoorstel kunnen vreemdelingen niet in hoger beroep gaan tegen hun detentie. Ook kunnen asielzoekers die een fout in de procedure hebben gemaakt (niet ontvankelijk) of asielzoekers die bijvoorbeeld om economische redenen asiel aanvragen (kennelijk ongegrond) niet in hoger beroep gaan.

Het aantal asielzoekers dat uit economische motieven naar Nederland komt, is kleiner dan wordt aangenomen. Dit blijkt uit een rapport van het wetenschappelijk onderzoekscentrum (WODC) van het ministerie van justitie dat gisteren is gepubliceerd. Het rapport is gebaseerd op onderzoek naar het asielbeleid over de periode 1983 tot en met 1992. Wel zijn volgens de onderzoekers steeds meer asielzoekers afkomstig uit de landen, waarheen Nederland om humanitaire redenen (nog) niet uitwijst. Uit het onderzoek blijkt ook dat vluchtelingen die met hulp van mensensmokkelaars naar Nederland komen, vaker een verblijfsvergunning krijgen dan andere asielzoekers. “De veronderstelling dat via mensensmokkelaars vooral asielzoekers met oneigenlijke motieven in Nederland komen, wordt door dit onderzoek niet ondersteund”, aldus het WODC.