Armer wordende studenten lopen het café maar voorbij

Stijgende huren en krimpende studiebeurzen brengen studenten steeds meer in problemen. Als de huren verder stijgen, dreigt op kamers wonen onbetaalbaar te worden, constateert de Woningraad. AMSTERDAM, 21 DEC. Toen Francien Jansen (24) in Tilburg met haar studie begon, kreeg ze een studiebeurs van 563 gulden per maand en betaalde ze 320 gulden huur. Nu, twee jaar later, is haar huur gestegen tot 350 gulden en haar beurs afgeslankt tot 470 gulden. Ze krijgt van haar ouders nog steeds 300 gulden, maar het bijbaantje van 200 gulden per maand heeft ze moeten opzeggen, daar begon haar studie onder te lijden. Het betekent geen bioscoop meer, geen café en boodschappen alleen goedkoop bij de Aldi. Studieboeken koopt ze niet. “Die leen ik in de bibliotheek.”

Studenten zijn de laatste jaren relatief sneller armer geworden dan hun niet-studerende leeftijdgenoten. Terwijl de hoogte van de bijstand en het minimumloon is gestegen om de toenemende kosten voor huur en levensonderhoud te dekken, is de basisbeurs alleen maar kleiner geworden. Maandag waarschuwde het Gemeenschappelijk overleg studentenhuisvesting (GOS) dat op kamers wonen voor studenten onbetaalbaar dreigt te worden. Sinds 1992 zijn de kamers van deze corporaties gemiddeld tien procent duurder geworden, terwijl de inkomsten van studenten zijn gedaald.

Elke student krijgt sinds 1986 een basisbeurs van de overheid. Wat de beursgever, de Informatie beheergroep (IBG), aan de studenten uitkeert, is niet meer dan de rekenkundige bewerking van politieke wensen en staat los van de ontwikkeling van de werkelijke kosten voor levensonderhoud. De IBG stelt een 'maandbudget' vast. In 1987 was dat 1.042,79 gulden. Een student kreeg toen 605,40 gulden basisbeurs, de rest werd aangevuld door ouders of door een studielening. Dit jaar krijgt een student die op kamers woont een basisbeurs van 470 gulden, in januari daalt die nog verder naar 425 gulden. De overige 680,43 gulden die een student volgens de berekening van IBG nodig heeft om van te leven, moeten van de ouders komen, of door een lening of bijbaantje.

Pagina 2: Slinkende beurs en hogere huur dwingen student krapper te leven

De opbrengsten van een bijbaantje zijn lager geworden. Van de achtduizend studenten die het SCO Kohnstamminstituut vier jaar achtereen ondervroeg over hun inkomen verdiende bijna de helft in 1991 gemiddeld 754 gulden per maand bij, aldus F. Verbeek van het instituut. In 1994 werkte ruim de helft van de ondervraagden voor gemiddeld 660 gulden per maand. Steeds minder studenten kiezen voor een studielening, zo blijkt uit het onderzoek: in 1994 leende 17 procent van de ondervraagde studenten gemiddeld 260 gulden per maand, in 1991 was dat nog 28 procent.

Aan alle kanten dwingt het overheidsbeleid studenten weer bij hun ouders aan te kloppen, aldus vice-voorzitter Boukje van Nuenen van de Landelijke Studenten Vakbond. Ook de invoering van een OV-jaarkaart voor door de week of in het weekeinde stimuleert de bewuste keuze voor langer thuiswonen. Ook de omstandigheid dat studenten al jarenlang hetzelfde bedrag voor hun huur krijgen, terwijl de kosten flink zijn gestegen, doet hen vaker kiezen voor thuiswonen.

Studenten zijn een steeds groter deel van hun inkomen aan huur kwijt, rekende de Nationale Woningraad onlangs uit. Daarmee zijn zij de laatste jaren relatief veel armer geworden dan hun niet-studerende leeftijdgenoten. Een student gaf in 1995 tussen de 24,5 en 34,7 procent van zijn budget voor levensonderhoud uit aan huur. En dat is kale huur. Worden gas, elektriciteit, water en belastingen erbij geteld, dan is hij bijna de helft van zijn budget aan wonen kwijt. Ter vergelijking: een 23-jarige met minimumloon besteedt 12 tot 17 procent aan kale huur, een twintigjarige met bijstand tot ruim dertig procent.

Mirjam (27), studente agrarische economie uit Wageningen, is sinds het eerste jaar van haar studie alleen maar armer geworden. (Ze wil haar achternaam niet in de krant uit vrees dat mensen er achterkomen dat ze geldzorgen heeft.) Zij ging “interen op spaargeld en krapper leven”. Vorig jaar werd het nog moeilijker toen ze vierhonderd gulden per maand huur moest gaan betalen. Dat is zo'n beetje de kritische grens, zegt R. Jansen, hoofd verhuur en bewonerszaken van de Amsterdamse woonstichting De Doelen. “Rond dat bedrag wordt het een probleem de woningen te verhuren. Dan zie je vraaguitval.” Voor de verhuur van nieuwe, duurdere gedeelten van het corporatiebezit moet hij meer moeite doen.

Woningcorporatie Intermezzo, die het complex Uilenstede in Amstelveen beheert, merkt het aan de stijgende leeftijd van studenten die zich voor een kamer laten inschrijven. Studenten blijven om de kosten te drukken vaker de eerste jaren van hun studie bij hun ouders wonen, aldus directeur P. Groeneweg, die de wachtlijst voor zijn woningen zag slinken van elfhonderd studenten vorig jaar naar nog maar een schijntje dit jaar.

De relatieve armoede van studenten valt niet te merken aan hun betalingsgedrag. Dat blijft keurig, volgens de verschillende instellingen voor studentenhuisvesting. Bij De Doelen, die vierduizend huizen beheert voor jongeren, van wie tachtig tot negentig procent student is, en zevenduizend voor 'reguliere' huurders, is nauwelijks verschil in betalingsbedrag te zien.

De 1.500 studenten die bij de Tilburgse woningbouwvereniging Woonstad een kamer huren hebben vergeleken met de vijfduizend huurders van eengezinswoningen of flats van de corporatie al jaren een lagere huurachterstand, zegt G. Knobben, hoofd woondienst van de Tilburgse woningbouwvereniging Woonstad. En dat is de laatste tijd niet veranderd. Gemiddeld hebben de huurders van Woonstad een achterstand van 0,66 procent van de bruto jaarhuur. Bij studenten is dat 0,24 procent, 66 studenten hebben samen een huurachterstand van 20.000 gulden. “Misschien komt dat doordat gezinnen vaker onverwachte uitgaven hebben, bijvoorbeeld als de wasmachine kapotgaat”, vermoedt Knobben. “En als studenten in financiële nood zitten, hebben ze vaak nog pa of ma die kan bijspringen.”

Directeur Groeneweg van Intermezzo heeft de indruk dat studenten, juist wegens hun relatief losse levensstijl, zaken als huur en energiekosten zo snel mogelijk in orde maken. “Als ze een paar maanden huurachterstand hebben, met hun kleine inkomen, hebben ze meteen onoverkomelijke problemen. Wij zitten ze ook op de huid wat betalen betreft.”