Aafje Heynis de bescheidenste alt uit de historie

Aafje Heynis: stem van de ziel, Ned.1, 22.30-23.30u.

Inge le Cointre, de maakster van het tv-portret van de alt Aafje Heynis dat de AVRO vanavond uitzendt, dacht dat ze al dood was. Ooit was een ep-tje van Aafje Heynis haar eerste plaatje, maar later had ze eigenijk nooit meer gehoord van de zangeres, wier stemgeluid haar zo lief was geworden, die beroemd was als een van de weinige echt grote en diepe alten van deze eeuw, die lof oogstte in binnen- en buiteland, die zong bij dirigenten als Van Beinum, Jochum, Haitink, Dorati, Klemperer, Sargent en Mackerreas.

Maar Aafje Heynis leeft nog steeds: ze is inmiddels 71, ze geeft zangles, ze is de coach van haar ex-leerlinge Charlotte Margiono en ze rijdt zelf nog in de auto - een BMW.

De in 1983 onopgemerkte verdwijning van Aafje Heynis van het concert- en oratoriumpodium was typerend voor de terughoudendheid waarmee Heynis zichzelf altijd al had gepresenteerd. Ze gaf nauwelijks interviews, ze was uiterlijk heel bescheiden, er was in het Hilversumse beeldarchief slechts twee minuten Heynis te vinden. Het kostte Inge le Cointre ook nu nog veel moeite Heynis over te halen om mee te werken aan dit tv-portret, ze gaf daarvoor pas haar toestemming na het ontstaan van een vertrouwensband.

Ook in dit tv-portret komt ze zelf, anders dan in fragmenten uit opnamen, zoals van haar befaamde Erbarme dich uit de Matthäus Passion en Che faro senza Eurydice uit Glucks Orfeo, slechts in beperkte mate aan het woord. Ze wordt uitvoerig en lovend getypeerd door Bernard Haitink, haar toenmalige collegae Annette de la Bije en Arjan Blanken, haar leerlingen Charlotte Margiono, Caren van Oijen en Hugo Naessens.

Willem Duys, destijds platenproducer bij Philips, brengt eerst historisch en vocaal perspectief door te verklaren dat de andere internationaal beroemde Nederlandse zangeressen (Aaltje Noordewier-Reddingius, Jo Vincent, Gré Brouwenstijn, Elly Ameling en Cristina Deutekom alle sopranen waren en Aafje Heynis een alt was. Dan komt zijn sweependste statement: “Zij was een buitengewoon zoetgevooisde vogel in de Nederlandse zangersvolière.”

Opmerkelijk zijn ook de buitenlandse commentaren op Heynis: de Belg Demoulin, die haar engageerde voor de uitvoering van het Magnificat van Vivaldi, dat we hem met gespannen aandacht zien terughoren. En vooral de Franse muziekrecensent Christian Gaumy, die Aafje Heynis (let op de wijze hoe hij de naam uitspreekt!) dertig jaar geleden voor het eerst hoorde: “Ik was volkomen ondersteboven van haar stem en dat ben ik nog.” Gaumy is de oprichter van de 'Assocation des amis d'Aafje Heynis', waarvan hij de leden opsomt: enkele tientallen Fransen, twee Belgen, geen enkele Nederlander.

Maar al die lof van anderen krijgt toch een bijna plichtmatig karakter vergeleken bij wat Heynis over zich zelf vertelt. Over haar jeugd in Krommenie in het eenvoudige gezin van een buschauffeur, over haar gebrek aan algemene kennis en talen, als gevolg van gebrekkige schoolopleiding, over haar lessen bij Aaltje Noordewier, over de veel gemaakte, maar volgens haar geheel onterechte vergelijking van haar stem met die van Kathleen Ferrier, over haar onzekerheid, die haar deed besluiten om een aanbod van Philips om in Italië te studeren af te slaan. Voor Heynis was België al zo ver en zo anders dan Nederland. Ze durfde daar niet eens een restaurant binnen te gaan, ze kocht broodjes en at die op in haar hotel. En over haar afscheid van het concertleven: “Ik zong in Krommenie en dacht: waarom doe ik dit, wil ik dit nog, terwijl mijn man ziek is?” En over de kern van het zingen: het vertolken van de stem van de ziel.