700 Spaanse socialisten dineren voor hun benarde broeder

José Barrionuevo, de Spaanse oud-minister van binnenlandse zaken en vertrouweling van premier González, kan moed houden. De vermeende chef van de GAL, de doodseskaders die in de jaren tachtig zeker 28 aanhangers van de Baskische terreurbeweging ETA hebben vermoord, moest zich gisteren weliswaar in de rechtszaal voor het eerst verantwoorden in het bijzijn van getuigen, maar hij staat niet alleen.

Zevenhonderd sympathisanten uit kringen van de socialistische regeringspartij PSOE hielden aan de vooravond van de zitting in het Madrileense restaurant Sala Orfeo een banket te zijner ere. Het vriendenmaal van pasteitjes, vis, gebraad en ijs met taartjes toe moest de verdachte “een hart onder de riem steken”, zeiden de organisatoren, het 'Burgerplatform uit Solidariteit met Barrionuevo'. De Spaanse oppositie ziet het anders: als socialistisch machtsvertoon, bedoeld om de rechters onder druk te zetten.

Wie zaten er aan bij wat inmiddels 'Barrionuevo's Laatste Avondmaal' is gaan heten? Zijn tafelgenoten waren de bejaarde voorzitter van de PSOE, Ramón Rubial, fractiewoordvoerder Joaquín Almunia en de wegens schandalen afgetreden vice-premier Narcís Serra. Aan de andere tafeltjes: leden van de regering-González en ook oud-staatssecretaris voor staatsveiligheid Rafael Vera, ook een GAL-verdachte en op vrije voeten nadat de partij een borgsom van 200 miljoen peseta (2,7 miljoen gulden) heeft voorgeschoten. Tot ieders verrassing at ook Rodríguez Galindo een stukje mee, de generaal van de paramilitaire Guardia Civil en in opspraak wegens vermeende martelpraktijken en ontvoeringen van ETA-sympathisanten.

Wie er niet was liet toch iets van zich horen. Het regende adhesiebetuigingen van vakbondsleiders en ministers. Oud-minister van buitenlandse zaken Javier Solana stuurde een gelukstelegram uit Brussel, zijn nieuwe standplaats als secretaris-generaal van de NAVO. Premier González, die elders verplichtingen had en herhaaldelijk heeft gezegd “dat de rechters in alle rust hun werk moeten doen” liet een dag later weten “absoluut solidair” te zijn met Barrionuevo.

De slachtoffers van de GAL-contraterreur lieten ook van zich horen. “Ik hoop dat het ze goed gesmaakt heeft”, zei Segundo Marey, het eerste GAL-slachtoffer. In 1983 werd hij bij vergissing aangezien voor een ETA-leider, ontvoerd en tien dagen gegijzeld met de bedoeling hem om te brengen. “Ik had daar wel willen verschijnen, al was het alleen om hun gezichten te zien”, zei Laura Martin, weduwe van een dienstweigeraar die niets met de ETA te maken had en in 1987 door de GAL werd doodgeschoten.

Gisteren ontmoette de ex-minister de eerste van een reeks getuigen-à charge - een medewerker uit het veiligheidsapparaat die heeft toegegeven te hebben gewerkt voor de GAL. Beiden maakten elkaar uit voor leugenaar.