Z-Europa pareert kritiek op steun uit EU

BRUSSEL, 20 DEC. De zuidelijke landen van de Europese Unie willen niets weten van kritiek op het zogeheten cohesiefonds, de miljardensteun die de EU heeft uitgetrokken voor economische bijstand aan de armste lidstaten.

Om die reden heeft gisteravond in het Europese Parlement een kritisch rapport over het functioneren van het cohesiebeleid de eindstreep niet gehaald.

Het gevolg is nu dat het verdeelde Europarlement geen oordeel naar buiten brengt over het cohesiefonds.

Het rapport werd de afgelopen weken opgesteld door de Nederlandse Europarlementariër Piet Dankert.

Als rapporteur aan de begrotingscommissie van het parlement had hij in zijn verslag een groot deel van de kritiek overgenomen die de Europese Rekenkamer al eerder had geventileerd op het cohesiebeleid in zijn huidige vorm.

Volgens de Rekenkamer kunnen grote vraagtekens worden gesteld bij de procedures die worden gevolgd en bij de besteding van de subsidies. Zo zouden de subsidies niet altijd terecht komen bij echt 'Europese' projecten, zou de hand worden gelicht met milieuvoorschriften en zouden de regels voor openbare aanbesteding niet altijd goed worden opgevolgd.

Het rapport van Dankert - dat betrekking had op periode 1993 tot april 1994 waarin ongeveer drie miljard gulden aan steun werd gegeven - kwam gisteravond in stemming in de parlementaire begrotingscommissie.

Door toedoen van met name Spaanse parlementariërs werden echter zoveel amandementen toegevoegd, dat van de oorspronkelijke kritische inhoud weinig meer overbleef.

Onder het motto 'liever geen rapport dan een nietszeggend rapport' besloot rapporteur Dankert daarom tegen zijn eigen rapport te stemmen.

Volgens Dankert laat de gang van zaken zien dat de tegenstellingen tussen Noord en Zuid binnen de EU “venijniger” beginnen te worden.

Gelden uit het cohesiefonds gaan naar Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland voor ontwikkeling. In de noordelijke lidstaten wordt steeds kritischer gekeken naar de besteding van die gelden en de steun uit de zogeheten structuurfondsen.