Tribunaal verwacht meer uitleveringen na vredesakkoord

Schreeuwend van woede of nerveus wachtend temidden van een groepje van zijn eigen officieren, onzeker over de toekomst. Zo vergaat, het volgens The New York Times, de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic in een wereld waarin voor hem geen andere toekomst lijkt weggelegd dan terecht te staan voor het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag, dat hem heeft aangeklaagd voor de moord op duizenden moslims. Zijn 'president' Radovan Karadzic wacht hetzelfde lot en degenen die hem gezien hebben, zeggen dat hij er verwilderd uitziet en vaak onsamenhangend brabbelt, mogelijk als gevolg van een grote dosis kalmerende middelen.

Zeker is in elk geval dat Mladic in de afgelopen maand drie keer gesignaleerd is in een ziekenhuis in Belgrado. Evenzoveel keren heeft het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden de Servische autoriteiten er aan herinnerd dat hij gezocht wordt wegens oorlogsmisdaden. Twee keer kreeg het tribunaal nog een briefje terug, op het laatste verzoek van het tribunaal liet 'Belgrado' niets meer van zich laten horen.

“Maar dat was vóór de ondertekening van Dayton”, zegt woordvoerder Christian Chartier van het Tribunaal, “in een tijd dat Joegoslavië het tribunaal niet erkende. Nú is er een vredesakkoord waarin expliciet staat dat de partijen moeten meewerken met het VN-tribunaal en voldoen aan een verzoek een verdachte aan te houden.”

Maar het tribunaal begrijpt dat de 52 aangeklaagden daarmee niet onmiddellijk het cellencomplex in de Scheveningse gevangenis zullen bevolken dat voor de VN is gereserveerd. Na lang gedelibereer is besloten dat de troepen van de NAVO niet actief naar oorlogsmisdadigers op zoek zullen gaan. De NAVO vindt dat ze naar Bosnië gaat om de vrede te bewaren en niet om als politiemacht op te treden. De Veiligheidsraad onderschreef deze visie afgelopen vrijdag in een resolutie waarin de NAVO het mandaat kreeg troepen te sturen naar Bosnië. In eerdere versies van de resolutie stond dat de NAVO actief op jacht zou gaan naar oorlogsmisdadigers, maar tegen die formulering tekende met name Rusland fel protest aan.

Niettemin is toegezegd dat NAVO-troepen een oorlogsmisdadiger zullen vasthouden, als ze die tegenkomen bij een controlepost of een tijdens een patrouille. Aanklagers van het tribunaal stellen lijsten op met beschrijvingen van de gezochte verdachten - naar alle waarschijnlijkheid voorzien van foto's - en overleggen met het NAVO-hoofdkwartier welke instructies de troepen moeten krijgen, bijvoorbeeld waar en hoe lang de verdachte in hechtenis moet worden gehouden nadat deze is aangehouden en aan wie uiteindelijk iemand overgeleverd moet worden. Het tribunaal heeft de NAVO ook gevraagd mee te werken aan het verzamelen van bewijsmateriaal, dat behalve uit documenten ook kan bestaan uit het melden van massagraven of het signaleren van mogelijk waardevolle getuigenissen.

Het tribunaal zelf heeft geen opsporingsbevoegdheid. De onderzoekers van het tribunaal in Bosnië, die in het gebied naar schendingen van het oorlogsrecht speuren of bewijslast verzamelen voor bestaande gevallen, geven de aanwezigheid van een verdachte wanneer ze daar op stuiten onmiddellijk aan Den Haag door. “De opsporing van verdachten behoort te worden gedaan door de lokale politiekorpsen, die een arrestatiebevel hebben gekregen”, zegt Chartier. “Opsporen is onze taak niet. Na een door ons uitgevaardigd arrestatiebevel, waarop voor zover mogelijk altijd een adres van de aangeklaagde staat, geven we extra informatie aan overheden wanneer dat nodig is. Bijvoorbeeld wanneer een aangeklaagde gesignaleerd is. We herinneren de landen er dan ook aan dat ze dienen mee te werken aan een arrestatiebevel.”

Het tribunaal verwacht dat met name Servië nauwer zal meewerken, onder druk van de mogelijkheid dat sancties heringevoerd worden. “Wanneer een van de partijen niet voldoet aan de eis tot medewerking”, zegt Chartier, “dan zullen we daarvan melding maken aan Carl Bildt, die toeziet op de naleving van het akkoord. Bildt zal op zijn beurt de Veiligheidsraad van de VN in kennis stellen, die tot maatregelen kan besluiten. Zo is er wel degelijk wat veranderd in de positie van het tribunaal, want eerst functioneerden wij uitsluitend op gezag van resolutie 827 van de Veiligheidsraad, waarin het tribunaal wordt ingesteld. Maar nu is er dan ook het Dayton-akkoord, dat door de partijen zelf is ondertekend. De kans op uitlevering en berechting van oorlogsmisdadigers is daarmee alleen maar groter geworden.”