Tastbare charitas rondom de kerktoren

Zijn stropdas blijft af en toe aan het plakband kleven, kerststollen vallen soms van het hydraulische karretje. W. de Niet kan dat weinig schelen. “Ik zie de blije gezichten van de mensen al voor me. Dat is zo dankbaar. Vorig jaar vroeg iemand: 'Een doos met eten, is die helemaal voor mij?' Roomboter had ze nog nooit geproefd.” De Niet wurmt een kaartje tussen de levensmiddelen. “De Rotaryclub Uden wenst u prettige Kerstdagen en een gezond 1996”, staat er op.

Maandagavond, even na zessen, heerst in de fabriekshal van De Waard Tenten de sfeer van een postorderbedrijf. Eén vrouw en veertig grijzende heren in pak vullen dozen met chipolatapudding, ossenstaartsoep, aardbeiensaus, huidcrème, zalm, brie, en wijn. Ze lopen in een rij, de oncoloog achter de dominee, de bankdirecteur achter de architect, de leraar economie achter de kapitein ter zee b.d. De Rotarians moeten dit weekeinde de honderdvijftig kerstpakketten nog afgeven bij even zovele behoeftige huishoudens in Uden.

Voor het tweede jaar heeft de plaatselijke werkgroep 'Mensen met een smalle beurs' de adressen verzameld. Werkgroeplid S. van Dam (45) heeft de gezinnen vooraf ingelicht. Dat leek haar beter, nadat vorig jaar een gewaardeerd Rotary-lid pardoes met de doos naar zijn ronkende auto werd teruggestuurd omdat 'de bedeling' er 'never-nooit-niet' inkwam.

Die schaamte zijn veel gezinnen dit jaar voorbij, meent Van Dam. Zelf leeft ze met twee pubers van zestienhonderd gulden in de maand. “Eerst was ik wat lacherig over de actie”, erkent ze. “Keurige heren van de Rotary, wist ik veel wat dat was. Maar ze menen het oprecht. En die feestdagen kan ik niet verhapstukken nu ik steunzolen voor mijn zoons moet kopen. Waarom zou ik dan een boodschappendoos vol luxe weigeren? Daar heb ik alleen mezelf mee.”

De kerstactie moet Uden “een stukje tastbare charitas rondom de kerktoren brengen”, verklaart Rotary-voorzitter H. van Luit, in het dagelijks leven vice-president Europe van een platenmaatschappij. In deze tijden speelt bij de leden “een gevoel van onbehagen, van gêne” op. “Wij wel een mooie auto en zij niet. Wij wel een exquis kerstdiner en zij niet. Dat kun je schuldgevoel noemen, maar ook betrokkenheid. Wij van de Rotary vinden dat de buren bij ons moeten kunnen schuilen.”

Afgelopen zaterdag togen de Rotary-leden in alle vroegte naar zes plaatselijke supermarkten. Daar werd het winkelend publiek gevraagd iets lekkers te kopen voor “degenen die zich de luxe van kerstinkopen niet kunnen veroorloven”. Het resultaat was zo verbluffend dat Van Luit spreekt van “een stukje kentering in het individualisme”. De inwoners van Uden stouwden de winkelwagens vol met extra kerstboodschappen ter waarde van 24.000 gulden. Een enkeling daargelaten. Zo betichtte een geïrriteerde man de Rotary van een publiciteitsstunt die 'inteert' op andermans portemonnee.

Een dame op leeftijd vroeg zich sarcastisch af of de Franse heilige Vincentius a Paulo (1581-1660) weer tot leven was gewekt. Pastoor L. de Bath zit daar niet mee. Vincentius inspireerde volgens hem de Zusters van de Liefde, die met de stelregel “geen gezwam, maar doen” de zorg en het onderwijs organiseerden voor de minder bedeelden. Wat is daar mis mee, mijmert hij in de fabriekshal. De enige vrouw in het gezelschap, M. van Geenhuizen, kan zich bij de verwijten wel iets voorstellen. “Je dringt de armen je schuldgevoel op.” Huisarts H. van den Acker valt haar in de rede. “Onzin. Als ik een kerstpakket krijg van de farmaceutische industrie voel ik me toch ook niet gegeneerd?”

Dan klapt Van Luit in zijn handen. Tijd voor een koud buffet om de inpakavond feestelijk af te sluiten. “We moeten nog maar twintig dozen” sputtert een lid. Maar Van Luit is niet van zijn stuk te brengen.

“Als het je goed gaat, moet je met anderen delen”, zegt hij plechtig. “Uw commitment en uw inspanning sieren u. U wordt een hecht clubje. Dat is het echte wij-gevoel, daar geniet ik van.” En de laatste dozen? “Die bewaren we voor na het koud buffet. Dan kan het nog op de video.”