Stop de wervelstorm van kerstkaarten

Ook dit jaar hoef ik geen kerstkaarten te kopen. Tevreden kijk ik naar mijn brievenstandaard, waarin de voorraad opnieuw te gebruiken kaarten dagelijks groeit. Vele van mijn relaties willen laten zien dat zij een verfijnde smaak bezitten. Zij zijn het aan zichzelf verplicht als dragers van hun seizoenswensen met iets beters voor de dag te komen dan prenten van kerstmannen en ordinaire sneeuwscènes.

Daarom brengt de post elke dag de fraaiste reprodukties van schilderijen uit de hele Europese kunstgeschiedenis. Niet alleen esthetisch onderscheiden mijn bekenden zich, ook ethisch willen zij in het donkere seizoen goed voor de dag komen (het is dit Dickenssentiment dat een seculiere krant als NRC Handelsblad bespeelt met zijn kerstinzameling).

Hun behoefte tot weldoen komt vooral de UNICEF en het Wereld Natuur Fonds ten goede. Deze nobele organisaties zadelen hun donateurs op met smaakvolle prentbriefkaarten, doorgaans in envelop. Die sturen ze mij dan toe. Ook instellingen en bedrijven kunnen niet pover voor de dag komen; hun kerstwensen munten uit door artisticiteit - en zijn nauwelijks door tekst bevuild.

Opgewonden inspecteer ik elke dag de kerstinhoud van mijn brievenbus. Mijn eerste blik geldt niet de afzender, maar de technische uitvoering van de kaart: is hij dubbel en zo ja, dan heeft de afzender toch niet op de achterkant van de afbeelding geschreven? Als de kerstwens aan deze voorwaarden voldoet, wordt hij direct op het snijapparaat gelegd: de kant met de krabbel van de afzender komt op de ene stapel, de gecoupeerde kaarten worden aan de voorraad toegevoegd.

Deze voorraad neemt elk jaar iets toe door toepassing van een paar simpele beginselen. Ten eerste krijgen zakelijke instellingen nooit een wederwens. Ten tweede krijgen mensen die ik zal ontmoeten, geen kaart. Op de derde plaats neem ik nooit het initiatief tot versturen. Ik wacht af en dien slechts mijn persoonlijke bekenden van kerstrepliek; inzake relaties is het nu eenmaal veilig geen risico te nemen. Ik kan me tenslotte niet laten kennen.

Het is dit wederzijdse dwangmechanisme dat de witte wervelwind van de kerstpost aanjaagt. Mensen beginnen al weken van tevoren te bedenken wie zij een seizoensgroet moeten sturen. Uiteindelijk betekent het wisselen van wensen bij de winterwende niet meer dan: 'jij staat nog in mijn adressenbestand, sta ik nog in het jouwe?'

Tot nu toe heb ik niet toegegeven aan de verleiding om een gekortwiekte kaart, voorzien van mijn beste wensen, eenvoudig te retourneren aan de afzender, hoewel het gevaar van herkenning niet groot is. Misschien zou ik juist wel een goede beurt maken met mijn smaak, die verbluffend lijkt te sporen met die van de adressaat.

Gelukkig heeft tante Pos ons dit jaar eindelijk bevrijd van het kerst-likken. De speciale zegels tegen gereduceerd tarief worden als plakkertjes geleverd. Daarmee wordt het afwerken van de kerstpost een fluitje van 55 cent. Bij drie vellen stickers krijgt de klant dit jaar zelfs een stempeltje van Dick Bruna, dat heel geschikt is om de half zakelijke post een leuk kerstaccentje te geven, zodat al weer een stel wensen wordt uitgespaard.

Het principe van deze bespaarcampagne is doorzichtig: door minder kaarten te versturen dan er binnenkomen, wordt een halt toegeroepen aan de potlach van de kerstwensen (misschien kunnen we dit jaar ook de kusinflatie eens aanpakken: twee zoenen in plaats van de drie obligate pakkerds zullen de uitwisseling van wensen een frappant persoonlijk accent geven en bovendien het risico van kruisbesmetting met eenderde verminderen).

Bij de kerstkaarten geeft mijn persoonlijke reductiestrategie in ieder geval tastbaar rendement. In plaats van zuchtend de seizoenscorrespondentie af te moeten handelen, werp ik dagelijks opgewekt enige gerecycleerde kaarten in de brievenbus, voldaan in financieel en moreel opzicht: dit is mijn kerstbijdrage aan het milieubehoud.

Zou het niet wat zijn als deze persoonlijke kerstspaaractie een massabeweging wordt? Zo begint de neerwaartse spiraal die een einde zal maken aan de ergerlijke tornado van de kerstpost.

    • Anton van Hooff