Slechts een enkele lesbische film kan op zichzelf staan

The Incredibly True Adventure of Two Girls in Love. Regie: Maria Maggenti. Met: Laurel Holloman, Nicole Parker. In: Amsterdam, Rialto; Haags Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt; Nijmegen, Cinemariënburg.

Go Fish. Regie: Rose Troche. Met: V.S. Brodie, Guinevere Turner. In: Eindhoven, Plaza Futura; Nijmegen, Cinemariënburg.

Thin Ice. Regie: Fiona Cunningham Reid. Met: Charlotte Avery, Sabra Williams. In: Amsterdam, Rialto.

Skin Deep. Regie: Midi Onodera. Met: Natsuko Ohama, Keram Malicki-Sanchez, In: Utrecht, 't Hoogt.

'Ladies in Love' is de verzameltitel, waaronder distributeur Cinemien vier recente lesbische liefdesfilms - aangevuld met het al eerder uitgebrachte When Night Is Falling van Patricia Rozema - op tournee stuurt langs de filmtheaters. Ooit werd Cinemien opgericht met de doelstelling de emancipatie van vrouwen in het algemeen en lesbiennes in het bijzonder te bevorderen. Die doelstelling heeft zich zodanig verbreed, dat de bediening van de oudste cliëntèle op de achtergrond dreigde te raken. Het als cluster uitbrengen van deze vier films kan geïnterpreteerd worden als inhaaloperatie, maar ook als teken dat lesbisch georiënteerde films kennelijk nog steeds beter tot hun recht komen in een specifieke context.

Nu is dat ook een kwestie van kwaliteit. Van het kwartet zou waarschijnlijk alleen Maria Maggenti's The Incredibly True Adventure of Two Girls in Love op zichzelf kunnen staan. De op het laatste festival van Rotterdam gepresenteerde debuutfilm is fris, onconventioneel en op een niet-nadrukkelijke wijze uitdagend. Het jongensachtige 'nichtje van James Dean' heeft er nooit aan getwijfeld dat ze op vrouwen viel, in tegenstelling tot haar ook op de middelbare school zittende grote liefde, een aanzienlijk welgestelder Afrikaans-Amerikaanse. Ze krijgen elkaar, maar niet zonder problemen, die overigens nauwelijks verschillen van wat je in een heteroseksuele 'love story' zou kunnen tegenkomen.

Het opvallende aan drie van de vier films - allemaal debuten - is dat ze ver blijven van de traditionele, getourmenteerde en expliciet grensverleggende benadering van het potteuze bewustzijn. Drie van de vier zijn ook min of meer variaties op een simpel liefdesverhaaltje, waarin ook verschillen in klasse en etnische afkomst overwonnen moeten worden. Alleen het Canadese Skin Deep van Midi Onodera volgt een andere lijn. Thematisch is het scenario, waarin een filmmaakster een androgyne hoofdpersoon zoekt voor een produktie over lust, pijn en tatoe-ering, gecompliceerder en interessanter, maar in de uitwerking maakt Onodera er een potje van. Bovendien vervalt de film weer in het oude stramien van de koppeling damesliefde-perversiteit.

Het omgekeerde is ook niet helemaal bevredigend. Het Britse Thin Ice van Fiona Cunningham Reid is charmant, lief en oppervlakkig. Een kunstschaatster die traint voor de Gay Games in New York verliest haar partner en overreedt een ongelukkige, nogal verkrampte heterovrouw om zowel op het ijs als daarbuiten samen iets moois op te bouwen. Overwinning en bevrijding zijn het resultaat. Go Fish van de Amerikaanse Rose Troche plaatst de omzichtige toenadering tussen de beide potentiële partners in het grotere geheel van een groep vriendinnen. De in zwart-wit gedraaide film tendeert soms naar een ironisch Godard-achtig leerstuk over de regels van het versieren en doet soms moeilijk waar het makkelijk kan. Juist door die quasi-pedante toon valt de tuttigheid van het milieu (linksige twintigers in een woongroep in Chicago) in negatieve zin op.

Het is merkwaardig dat Skin Deep en Go Fish, waarin getracht wordt de 'love story' te verbinden met verder reikende gedachten, over hun pretenties struikelen, terwijl Thin Ice en vooral The Incredibly True Adventure of Two Girls in Love voor een onbekommerde anderhalf uur filmplezier zorgen. Meer niet, want beide films vergeet je onmiddellijk weer.