Schuld geschat op ten minste zes ton; Faillissement voor Italiaanse Opera in Amsterdam

AMSTERDAM, 20 DEC. De Italiaanse Opera, die in november in de Amsterdamse Westergasfabriek tien uitvoeringen gaf van de dubbelproduktie Cavalleria rusticana/I Pagliacci, heeft gisteren faillissement aangevraagd. Eerder deze maand had de initiatiefnemer en producent Carl Denker de schuldeisers al gevraagd hun aanspraken enkele maanden op te schorten wegens een tijdelijk tekort aan liquide middelen. “Ik ben nog nooit failliet gegaan”, schreef hij, maar nu blijkt hij, anders dan de indruk was, niet met zijn persoonlijk vermogen garant te staan voor de Italiaanse Opera.

De schulden van de Italiaanse Opera werden eerder door enkele ingewijden geschat op 'enkele tonnen', nu is volgens sommigen inmiddels sprake van een verdubbeling daarvan tot minstens zes ton. De schuldeisers zijn niet alleen de deelraad Westerpark en leveranciers van goederen, diensten, tenten en tribunes, maar ook de 65 musici, dirigent Joan Berkhemer en de voormalige zakelijk directeur van de Italiaanse Opera, Rudolf Gerretsen. De laatste werkt inmiddels bij Joop van den Ende en hoopt dat het nieuwe theater dat Van den Ende in Amsterdam-Zuidoost gaat bouwen, in de toekomst operavoorstellingen voor een groot publiek zal kunnen brengen.

De Italiaanse Opera, die een door de muziekpers welwillend ontvangen start maakte, raakte aan twee kanten in de problemen. De bedoeling was om opera te brengen voor een groot publiek, maar voor het begin van de voorstellingen was veel te weinig gedaan aan gerichte werving van dat publiek. Voor een sluitende exploitatie zou een gemiddelde bezetting van 1800 plaatsen vereist zijn geweest, gemiddeld zaten er echter 1300 toeschouwers in de zaal en op één avond waren er slechts 500.

De kosten om van de Gashouder op het terrein van de voormalige Westergasfabriek 'het grootste theater van het land' te maken met een publiekscapaciteit van 2800 toeschouwers, waren veel groter dan aanvankelijk verwacht. Rond de Gashouder moesten tenten worden neergezet voor de garderobe, de foyers en de kleedkamers. Ook moest heteluchtverwarming worden geïnstalleerd.

De Italiaanse Opera wilde alleen werken met Nederlandse of in Nederland wonende zangers en in de woorden van Marco Bakker 'mooie muziek' brengen voor een groot publiek, 'maar niet oubollig.' Carl Denker, een Nederlander die in Amerika werkte bij CBS en enigszins gefortuneerd was, begon zonder subsidie en sponsoring, maar zei voor het begin van de voorstellingen daar op de lange duur ook bij publiek succes toch niet zonder te kunnen. In deze krant sprak hij de verwachting uit dat, bij een bewezen bestaansrecht van het gezelschap, de Gashouder en het aangrenzende terrein binnen enkele jaren zouden kunnen uitgroeien tot een lokatie voor opera, musicals en concerten met symfonische, populaire en jazzmuziek die bezoekers zou aantrekken 'uit geheel Europa.'