Revolutie verlamt in Mexico hervorming

Op 20 december 1994 devalueerde Mexico de peso: het begin van de 'peso-crisis'. Beleggers vluchtten niet alleen uit Mexico, maar ook uit andere opkomende landen. Precies een jaar later likt de bevolking van Mexico de wonden van een economische recessie. Voor beleggers hebben de emerging markets hun glans verloren.

Al in februari, de beurs moest nog op een dieptepunt uitkomen en de peso zou nog stevig in waarde dalen, klonken in Washington de eerste juichkreten. Het was gelukt, de Mexicaanse peso-crisis die op 20 december 1994 was uitgebroken, zou zijn bezworen, waarbij de besmetting tot de haard ervan beperkt zou zijn gebleven met slechts lichte ziekteverschijnselen in landen als Argentinië en Brazilië. Mexico zelf was, als je het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Amerikaanse minister van financiën, Robert Rubin, mocht geloven, al weer op het goede pad. Er was licht aan het einde van de tunnel.

Maar niets is minder waar. Een jaar na het uitbreken van de peso-crisis die Mexico en de wereld verraste en schokte is Mexico zelf nog ver van een algeheel herstel, ondanks de optimistische prognoses voor 1996. Dat 1995 een verloren jaar zou worden, moest al bij voorbaat worden toegegeven. En gaandeweg het jaar wilde minister van financiën Guillermo Ortiz ook nog wel erkennen dat de toch al grimmige cijfers en percentages in neerwaartse richting moesten worden bijgesteld.

Hoe verloren is 1995 voor Mexico? De economie zal inkrimpen met ten minste 6 procent. De inflatie in dit OESO-land zal op jaarbasis uitkomen rond de 50 procent, terwijl de toonaangevende rentetarieven op eenzelfde, onhanteerbare hoogte liggen. De bolsa de valores, de beurs, is nu in dollars gerekend een derde minder waard dan een jaar geleden. Duizenden bedrijven hebben in de afgelopen twaalf maanden gedwongen de poorten gesloten. Meer dan een miljoen werknemers zijn op straat gezet. De recessie is volledig en de vrij zwevende peso is in een jaar tijd meer dan gehalveerd ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

En net als in een oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is, zo sneuvelden direct na het uitbreken van de peso-crisis een jaar geleden geloofwaardigheid en vertrouwen zij aan zij op het financiële slagveld. Het aarzelende optreden van president Ernesto Zedillo in zijn eerste jaar aan de macht heeft weinig kunnen doen om dat vertrouwen te herstellen, bij beleggers, bij investeerders noch bij de man in de straat in Mexico. De voortdurende verzwakking van de al 66 jaar lang regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI), de schandalen rondom en binnen de machtige families in Mexico (waaronder die van oud-president Salinas) en het steeds verder om zich heen grijpende fenomeen van de infiltratie door de drugsmafia - drie zaken die overigens veelal nauw met elkaar zijn verweven - doen verder afbreuk aan wat Mexico nog rest aan stabiliteit. En dan is er altijd nog een groepje Indiaanse rebellen in een zuidelijk hoekje van het land om de centrale regering in Mexico-Stad en de wereld eraan te herinneren dat de revolutie niet institutioneel maar, integendeel, repetitief van karakter is.

Is het dan alleen maar kommer en kwel in Mexico? Zeker niet. De vooruitzichten voor het komende jaar zijn onveranderlijk optimistisch van toonzetting. Natuurlijk, veel dieper kàn het land ook niet zinken. Maar eensgezind beamen de economische voorspellers in grote lijnen de projecties van de Mexicaanse regering. Een groei van rond de 3 procent, een beteugelde inflatie, een gestabiliseerde peso en een herstel van de binnenlandse vraag. De rechtvaardiging van dat optimisme is gestoeld op twee onmiskenbare feiten: de hechte inbedding van Mexico in het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag Nafta en de explosieve toename van de door een goedkope peso gestimuleerde export.

Mexico heeft er inmiddels twee jaar opzitten als lid en mede-oprichter van Nafta. In die periode is de handel met de andere twee lidstaten, de Verenigde Staten en Canada, in een stroomversnelling geraakt. Uiteraard heeft de peso-crisis een domper op de feestvreugde gezet en de handelsstromen wat omgebogen (ten gunste overigens van Mexico), maar de tendens is er niet door verstoord. In tegendeel. De peso-crisis heeft voor eens en altijd duidelijk gemaakt hoezeer het lot van Mexico verbonden is met dat van 'verre buur' de Verenigde Staten.

Onder leiding van Washington is begin dit jaar het internationale hulpfonds van ruim 50 miljard dollar tot stand gekomen waarmee Mexico heeft kunnen voldoen aan al die kortlopende verplichtingen die het bankroet van het land dreigden te veroorzaken. Van de zijde van de Amerikanen was dit uiteraard geen geval van uit de hand gelopen naastenliefde. Washington maakt met zijn acties duidelijk, dat het lot van Mexico van strategisch belang is voor de Verenigde Staten. De illegale immigratie uit Mexico dreigt de zuidelijke staten in de VS. Begin volgende eeuw zal in verschillende gebieden in Californië (Los Angeles) en Texas de bevolkingssamenstelling een Spaanstalige, voornamelijk Mexicaanse en vermoedelijk verarmde en onderontwikkelde meerderheid laten zien. Een economische crisis in Mexico zal die tendens alleen maar versterken en vervroegen. Washington heeft dus alle belang bij een Mexico dat snel weer op eigen benen kan staan.

Ofschoon de huidige recessie alleen kan worden opgeheven door stimulering van de binnenlandse vraag en dus de Mexicaanse salarissen versneld op een aanvaardbaar niveau moeten worden gebracht, kan de export een aanjaagfunctie vervullen van de gestagneerde economie. Eén van de duidelijke zwaktepunten van het economische beleid van president Salinas, het gapende gat op de lopende rekening, is dankzij een gunstig omgeslagen handelsbalans en record-uitvoercijfers niet langer een punt van zorg.

Maar de schade die een jaar recessie heeft aangericht in Mexico is aanzienlijk. Terwijl de middenklasse-Mexicanen net begonnen te wennen aan hun onder president Salinas verworven Eerste-wereldstatus, is het land inmiddels één grote onbetaalde rekening geworden. De snelle opkomst van de belangenbeweging van dubieuze debiteuren, El Barzón, is veelzeggend. De onverantwoord grote schuldenportefeuille van de Mexicaanse banken, de zogeheten cartera vencida, dreigt nu te leiden tot de collectieve ondergang van de nog maar enkele jaren zelfstandig en particulier opererende bancaire sector. Vorige week heeft de grootste bank in het land, Banamex, een baanbrekend akkoord met de overheid weten te bereiken over het dumpen van oninbare schulden in het noodfonds Fobaproa in ruil voor herkapitalisatie. Maar de noodgedwongen interventies van de Mexicaanse overheid (met kapitaal uit het internationale hulppotje) betekenen in feite de hernationalisering van de banksector.

Mexico is, een jaar na het uitbreken van de peso-crisis, vooral een getraumatiseerd land. Het sprookje is destijds ruw onderbroken en vooral financiële analisten mogen zich nog wel eens afvragen waarom ze destijds de nieuwe kleren van de keizer niet als zodanig hebben herkend. De keizer zelf (Salinas) is inmiddels in pek en veren gedoopt en het dorp uitgejaagd, de Mexicanen weer een illusie armer achterlatend. In een land waarin een derde van de bevolking nog onder zeer armoedige omstandigheden leeft, mag de vertraging die de ontwikkeling van Mexico als gevolg van de crisis nu meemaakt niet worden onderschat. De financiële roekeloosheid van de destijds alom toegejuichte Salinas en zijn neo-liberalen heeft ongetwijfeld tot dodelijke slachtoffers geleid onder de armsten en zwaksten in Mexico.

De stevige inbedding van Mexico in de mondiale gemeenschap is het recept voor het uiteindelijke herstel. In tegenstelling tot bij voorgaande crises is Mexico nu in een positie dat het (als Nafta- en OESO-lid) dient te voldoen aan internationaal geldende spelregels. De doorzichtigheid en openheid die daarvan het gevolg zijn, moeten mede voorkomen dat de peso-crisis zich herhaalt. De centrale bank publiceert nu wekelijks de stand van de internationale reserves; vorig jaar was dat nog eens in de drie maanden.

Het is één van de maatregelen die moeten leiden tot herstel van het geschonden vertrouwen. Maar daarmee is het land er nog niet. Eén van de belangrijkste voorbeelden die de andere OESO- en Nafta-leden Mexico kunnen stellen, is dat van de moderne staat. Niet dus dat van een land dat door een paar families wordt geregereerd als ware het een particulier wingewest. In Mexico is dit besef mogelijk al doorgedrongen, maar er wordt nog lang niet naar gehandeld. In een land waar de revolutie geïnstitutionaliseerd is, kent verandering vele vijanden.