PvdA gaat morrend akkoord met wet

DEN HAAG, 20 OKT. Premier Kok was er, minister Melkert liep er ook rond. Vice-premier Dijkstal en minister Zalm werden door staatssecretaris Linschoten opgetrommeld voor spoedoverleg binnen het VVD-smaldeel van het kabinet. Het was, kortom, onrustig in het gebouw van de Eerste Kamer.

Terwijl de Tweede Kamer nog eens zonder veel opwinding de krijgshandelingen, dan wel het ontbreken daarvan, van Nederlandse militairen in Srebrenica besprak, werd in de Senaat een heus politiek gevecht gevoerd, met de Algemene Nabestaandenwet als inzet. Het leidde tot een debat dat tot in de nachtelijke uren duurde, een staatssecretaris die toezeggingen deed die hij liever had vermeden en langdurige schorsingen om in het bijzonder in de PvdA-fractie de pijn weg te masseren. Dat lukte trouwens lang niet helemaal, zo bleek vannacht.

Kok had zondag de spanning opgevoerd door in een radio-interview te verklaren dat de Eerste Kamer de Nabestaandenwet wel moest aannemen, omdat dit “vitaal” was voor het voortbestaan van het kabinet. Nou, zeiden de senatoren van de regeringsfracties VVD, PvdA en D66 de maandagochtend daarop, dat zullen we nog wel eens zien. Al maanden eerder hadden zij de verantwoordelijke bewindsman, staatssecretaris Linschoten van sociale zaken, gewaarschuwd dat zijn voorstellen over de uitkeringen voor weduwen en weduwnaars in de Eerste Kamer weleens slecht zouden kunnen vallen.

Maandagavond werd andermaal zichtbaar dat ook in de verhoudingen tussen kabinet en Eerste Kamer het dualisme niet onbegrensd is. Linschoten begaf zich voor informeel spoedberaad met fractiespecialisten en fractieleider naar wat in de Tweede Kamer 'de overzijde van het Binnenhof' wordt genoemd. Lichte complicatie daarbij was dat de bedaagde VVD-senator Heijmans ondanks telefonisch aandringen er niets voor bleek te voelen die maandag al de verre reis van Hengelo naar Den Haag te maken.

Niettemin werden laat deze avond de contouren van het compromis zichtbaar, waarmee de regeringsfracties en het kabinet een etmaal later enigszins de gelederen konden sluiten en de Nabestaandenwet werd gered. “Als ik kan voorkomen dat ik met een crisis moet dreigen”, zei Linschoten de volgende ochtend kort voor de aanvang van het debat, “is mij dat een lief ding waard.” Het zou nog twaalf uur duren voordat hij volledig duidelijk maakte wat dat lieve ding inhield. Weduwen en weduwnaars die in de WAO, WW of Vut zitten, mogen toch een deel van hun uitkering houden. Volgens het wetsvoorstel zou de uitkering voortaan van het nabestaandenpensioen worden afgetrokken, waardoor zij per saldo helemaal zou verdwijnen.

Het gaat alleen om de 'bestaande gevallen', een groep van zo'n 20.000 weduwen en weduwnaars die straks alsnog een bedrag ter hoogte van de helft van het minimumloon, zo'n 1.200 gulden per maand, mogen houden voordat hun nabestaandenuitkering wordt gekort. Dat kost zo'n 38 miljoen gulden per jaar. De bezuiniging op de uitkeringen voor weduwen en weduwnaars bedragen op den duur bruto 1,4 miljard gulden. De concessie van Linschoten was dus meer principieel dan prijzig.

“Het is een waterscheiding!”, riep VVD-senator Gelderblom-Lankhout uit. Inderdaad stapte Linschoten van zijn geloof af. In de Tweede Kamer had hij nog ten principale verdedigd dat de verzorgingsstaat aan één persoon niet twee verschillende uitkeringen hoort te geven. Sterker nog: een voorstel van GroenLinks om de WAO'ers en de andere groepen toch een deel van hun uitkering te laten houden werd in de Tweede Kamer in oktober mede om die reden door een meerderheid daar verworpen. Met de stemmen van de regeringsfracties tegen. Het toen afgewezen voorstel van GroenLinks bleek nu het lieve ding van Linschoten te zijn.

Er was natuurlijk meer aan de hand. In het bijzonder speelde mee de keuze die PvdA, VVD en D66 al in het regeerakkoord hadden gemaakt voor een beperktere verzorgingsstaat en voor meer lastenverlichting. Tegenover de 1,4 miljard bezuiniging op de uitkering voor weduwen en weduwnaars staat een verlaging van de inkomstenbelasting in de eerste schijf, althans het premiedeel daarvan. Een keuze voor minder solidariteit, de senatoren voelden het zelf aan. Een gewenningsuitkering van een paar maanden, hielden D66 en PvdA Linschoten voor, dat kost maar 0,05 procent aan premie, hooguit 44 gulden per jaar. Kon dat nou echt niet? Nee, dat kon echt niet, zo hield de staatssecretaris voet bij stuk.

En terwijl Linschoten in het gebouw van de Eerste Kamer naar het televisieprogramma Den Haag Vandaag - en dus naar zichzelf - keek, had de PvdA-fractie zich morrend voor overleg teruggetrokken. Want weliswaar hadden fractieleider Van den Berg en woordvoerder Van de Zandschulp zich al informeel aan het compromisvoorstel van Linschoten gecommitteerd; de rest van de fractie was nog niet precies van deze bewegingen op de hoogte.

De pijn werd niet geheel weggemasseerd; een klein deel van de PvdA-fractie zou vanmiddag tegen het wetsvoorstel stemmen. De rest stemt, net als D66 en VVD, “met pijn in het hart” voor de wet, zei Van de Zandschulp. Veel zal dat Linschoten niet uitmaken. Met pijn in het hart voorstemmen is ook voorstemmen. Het resultaat telt: er verschijnt een nieuwe Algemene Nabestaandenwet in het Staatsblad.