Onzeker Italië lost tevreden Spanje af als voorzitter van EU; Italië wil zijn soortelijk gewicht verhogen

ROME, 20 DEC. Susanna Agnelli, de Italiaanse minister van buitenlandse zaken, heeft haar kleine anecdote klaar als het onderwerp Europa ter sprake komt. Steeds als ik collega's tegenkom, zegt ze keer op keer, vragen ze of we helemaal gek zijn geworden door verkiezingen te willen houden als Italië voorzitter is van de Europese Unie.

Aan de vooravond van het Italiaanse EU-voorzitterschap, dat op 1 januari officieel begint, maakt Itlaië zich de meeste zorgen om de binnenlandse politieke onzekerheid. President Scalfaro heeft gewaarschuwd dat Europa niet mag lijden onder de binnenlandse politieke problemen van Italië.

Toch kunnen verkiezingen en het EU-voorzitterschap samengaan; Frankrijk en Duitsland hebben dat aangetoond. Maar in Rome durft niemand te zeggen of de vakministers die aan het begin van het jaar een van de vele deelconferenties voorzitten, er op 1 juli 1996 nog zullen zijn.

In de week tussen kerstmis en nieuwjaar moet het lot van het zakenkabinet van premier Lamberto Dini duidelijk worden. Agnelli en Dini gokken erop dat zij nog enige tijd mogen blijven: de opening van de Intergouvernementele Conferentie (IGC) - waar de EU beslist over wijzigingen in het Verdracht van Maastricht - is in Turijn, de stad van Agnelli. En de afsluitende top wordt gehouden in Florence, de stad van Dini.

Onder leiding van dit tweetal is een herhaling van “de dolle busrit met de Marx Brothers aan het stuur”, zoals The Economist het vorige Italiaanse voorzitterschap omschreef, onwaarschijnlijk. In elk geval is de 73-jarige Agnelli bedachtzamer dan Gianni De Michelis, die in 1990 de baas was op het ministerie van buitenlandse zaken, de Farnesina. Agnelli is een no nonsense-minister die zich onderscheidt door heldere taal, directheid, en het gemak waarmee zij overschakelt naar Frans of Engels.

Een van haar doelstellingen is beter overleg over de grote thema's in de buitenlandse politiek, in de hoop meer eenheid te brengen in het beleid van de verschillende landen. Ze hoopt te bereiken dat de ministers van buitenlandse zaken “werkelijk met elkaar overleggen” in plaats van redes voor te lezen die door iemand anders zijn geschreven en daarna weg te lopen - haar Duitse collega Klaus Kinkel heeft in dat opzicht een slechte naam, net als zijn voorganger Genscher. Agnelli heeft ook gepleit voor wekelijkse videoconferenties tussen de Europese bewindslieden.

Een van de specifieke doelen van Agnelli en Dini is meer aandacht voor het Middellandse-Zeegebied. In Rome bestaat de angst dat met name de Duitsers teveel naar het Oosten kijken en problemen in het Zuiden negeren. Maar los daarvan willen Agnelli en Dini het voorzitterschap aangrijpen om het soortelijk gewicht van Italië te verhogen. Zij willen de andere landen, die zijn geschrokken van de politieke verwarring van de afgelopen jaren, met goed-georganiseerde conferenties en een effectief voorzitterschap laten zien dat Italië een waardevolle Europese partner is. “Voor de geloofwaardigheid, en dus het imago, van het land betekent het Europese voorzitterschap een delicate uitdaging,” zei Dini begin deze maand in de kamer van afgevaardigden. Een goed cijfer voor gedrag en vlijt is misschien wel het hoofddoel.

Het belangrijkste thema, voor Italië en voor Europa, is de voorbereiding van de derde fase van de Europese Monetaire Unie. Dit dossier laat Agnelli helemaal over aan Dini, voormalig tweede man van de Italiaanse centrale bank en behalve premier minister van schatkist. Ook al geeft Dini in zijn officiële uitspraken de hoop niet op dat Italië alsnog aan de criteria voor toetreding kan voldoen, hij begint tegelijkertijd aandacht te vragen voor de problemen van landen die in eerste instantie buiten de boot vallen.

De strijd over de criteria voor toetreding en over het moment waarop elk land zijn officiële rapport krijgt, lijkt op de afgelopen top in Madrid te zijn beslist. Dini heeft in het midden gelaten of hij daar nog aan wil tornen. Hij zal in ieder geval streven naar een reeks maatregelen om te voorkomen dat de kloof tussen de Europese kopgroep en de achtervolgers onoverbrugbaar wordt.

Daarbij moet Dini opletten dat in eigen land de verbale consensus over het Europese beleid in daden wordt vertaald. Hier en daar is al gemor te horen over de verwachte economische en financiële offers - het rechtse blok heeft gisteren een reeks belastingverhogingen die volgens het kabinet nodig zijn om het beoogde begrotingstekort te halen, afgestemd en gezegd dat Dini maar verder moet snijden in de uitgaven.

Agnelli's voorganger op de Farnesina, de econoom Antonio Martino, lid van Berlusconi's partij Forza Italia, heeft eerder deze maand een duidelijke anti-Europese rede gehouden, maar hij staat vooralsnog alleen in zijn partij. Een eventuele regeringswisseling in de komende zes maanden wel organisatorische problemen geven, maar inhoudelijk de opstelling op hoofdpunten niet veranderen.

    • Marc Leijendekker