Late doorbraak opvolgers Vriesekoop

LEIDEN, 20 DEC. Gerdie serveert, roept de Nederlandse arbiter. De Italiaanse tegenstandster verstaat het niet, maar ze begrijpt dat ze de opslag van Gerdie Keen moet ontvangen. Als een hoge bal tegen het lage plafond belandt, kijkt Laura Negrisoli meewarig naar haar coach. Het decor is een veredelde gymzaal met enkele tientallen toeschouwers. De sfeer bij de Leidse tafeltennisclub DOCOS (Door Combinatie Sterk) doet nog het meest denken aan een bingo-avond in een willekeurige Nederlandse provincieplaats. Met de scheidsrechter als omroeper zonder talenkennis.

Een groene tafel in het midden en twee driekleurige vlaggen aan de wand maken duidelijk dat de speelzaal is uitgekozen voor een tafeltennis-interland. De Nederlandse vrouwen treden aan tegen Italië, dat zich gesterkt weet door de inbreng van de voormalige Russin Flioura Bulatova. Het degradatieduel in de Superliga, de hoogste afdeling voor landenploegen, is op papier van weinig waarde. Bij verlies volgt nog een beslissingswedstrijd tegen het zwakke België. In de praktijk wordt de 4-3 overwinning gekoesterd als een historische triomf. “Het beste resultaat tot nu toe”, zegt bondscoach Peter Engel.

Zijn reactie valt te begrijpen. De Duitse coach heeft vorig seizoen voor de jeugd gekozen en de zege op het sterker geachte Italië maakt duidelijk dat hij op de goede weg is. Voor de jeugd? Gerdie Keen is 26, Emily Noor is 24 en Diana Bakker is 21. De bondscoach lacht. “We spreken nog over jonge meiden, omdat ze weinig ervaring hebben. Maar in biologisch opzicht zijn het al vrouwen. Dat klopt.”

De late doorbraak van de nieuwe generatie heeft veel te maken met de lange adem van oudgedienden als Bettine Vriesekoop en Mirjam Hooman. Zij bepaalden jarenlang het gezicht van de nationale ploeg. De goede prestaties van de routiniers hielden de jonge garde aan de kant. Tot Engel zich vorig jaar met het bondsbeleid ging bemoeien. Vriesekoop en Hooman trokken zich vrijwillig terug uit de nationale ploeg. Zij richten zich voortaan alleen nog maar op de grote (individuele) toernooien.

Toen Vriesekoop zich tot de nationale top mocht rekenen, was ze pas veertien jaar oud. Ze werd hardhandig aangepakt door Gerard Bakker, haar steun en toeverlaat. Bakker zwoer bij een Spartaanse trainingsmethode en kreeg in sportief opzicht het gelijk aan zijn zijde. Vriesekoop behoort, twintig jaar later, nog steeds tot de Europese top. Op het menselijk vlak had de harde aanpak van Bakker negatieve gevolgen. Vriesekoop was doodongelukkig en wil niets meer te maken hebben met haar leermeester, die zich in de Leidse gymzaal bijna onopgemerkt tussen het publiek bevond.

Bakker keek toe hoe een nieuwe lichting topspeelsters de krachten bundelde. Hij is enthousiast over het spelniveau, maar Bakker zou Bakker niet zijn als hij geen kritische noot laat vallen. “Het is wel aardig om de jeugd de kans te geven, maar in wezen zijn ze hier drie jaar te laat mee. Bettine was op deze leeftijd veel verder. Die achterstand halen ze nooit meer in. Ik vraag me wel eens af, of de huidige aanpak niet te lief is. Ik heb met Bettine tien jaar ruzie gehad, maar er was wel succes.”

Bakker was de eerste Nederlandse trainer die het belang inzag van trainingsarbeid. “Gewoon in je eigen hok, vier uur per dag. We werden uitgelachen, omdat ze bij de bond niet begrepen dat tafeltennis na turnen de meest arbeidsintensieve sport is. Daar zijn ze inmiddels wel van teruggekomen.”

De scepsis van Bakker staat in schril contrast met het optimisme dat Engel uitstraalt. Hij heeft veel vertrouwen in de nieuwe ploeg, hoewel hij het antwoord schuldig blijft op de vraag wanneer Nederland een tweede Bettine mag begroeten. “In de breedte behoren we tot de sterkste landen van Europa. En dat mag ook wel, want de faciliteiten in Nederland zijn veel beter dan in Duitsland. Toen ik hier kwam en al die lege tafels zag, kreeg ik de tranen in mijn ogen. Zoveel speelruimte! Daar moeten we van profiteren.”

Engel heeft kritiek op de harde leermethoden die Bakker voor ogen stond. “Je moet jonge meisjes heel voorzichtig begeleiden. De puberteit mag je als coach niet onderschatten. Je moet geduld hebben. Eerst afwachten hoe ze zich lichamelijk ontwikkelen, daarna kun je intensief gaan trainen.”

De fysieke gesteldheid van Gerdie Keen is geen probleem. De nieuwe vaandeldraagster van de nationale ploeg worstelt meer met haar techniek en haar eenzijdige spel. Tegen ervaren verdedigsters heeft Keen zelden succes. Vorig jaar bereikte ze tot ieders verbazing de finale van het Europees kampioenschap in Birmingham, waar alleen aanvallend ingestelde speelsters tegenover zich kreeg.

Met de lichaamskracht van Emily Noor is het de laatste jaren een beetje uit de hand gelopen. De zwaargebouwde Brabantse strijdt niet alleen voor de overwinning, ze voert ook een gevecht tegen de weegschaal. Haar gebrekkige voetenwerk wordt gecompenseerd met een voorbeeldige strijdlust, die tegen Italië goed van pas komt. Met twee zeges in het enkelspel staat Noor aan de basis van de overwinning.

De beslissing valt in het laatste duel tussen de gelouterde Alessia Arisi en de onervaren Diana Bakker. Met haar lange benen en haar elegante spel beantwoordt de Groningse speelster nog 't meest aan de verwachtingen die een topsporter oproept. Bakker verslaat de Italiaanse met opvallend gemak en zorgt voor dolle taferelen achter de Leidse reclameborden. Over ruim twee maanden volgt de return op Italiaanse bodem.