Lang gewacht en toch gekregen

AMSTERDAM, 20 DEC. In de laatste vergadering van 1995, vorige week donderdag, heeft de Bundesbank eindelijk de knoop doorgehakt en de officiële rentetarieven verlaagd. Achterblijvende groei van de geldhoeveelheid en de produktie, alsmede de beheerste inflatie, boden hiertoe de ruimte. Het Duitse disconto is met een half procentpunt verlaagd, tot 3 procent. In het kielzog daarvan werd ook het tarief voor leningen aan banken, de Lombardrente, met eenzelfde percentage verlaagd tot 5 procent. Tevens kondigde de bank aan dat de drie volgende toewijzingen van liquiditeiten via de repo's tegen het vaste tarief van 3,75 procent zullen plaatsvinden, met ingang van vandaag. Dit is beduidend lager dan de 3,98 procent die vorige week betaald moest worden.

De Nederlandsche Bank volgde de stap van de Bundesbank volledig, en verlaagde de voorschotrente van 3,25 tot 2,75 procent, het laagste niveau in de naoorlogse periode. Ook de beleningsrente werd met 20 basispunten (honderdste procentpunten) verlaagd, tot 3,40 procent. Aangezien de geldmarkt al langere tijd rekening hield met een renteverlaging waren de markttarieven daar in de voorgaande periode wat op vooruitgelopen. De afgelopen week daalde de rente over de hele linie nog met 'slechts' 11 basispunten. Opvallend is dat de Nederlandse geldmarkt momenteel volledig vlak is, en dat zowel het tarief voor eenmaands- als voor twaalfmaandsgeld gisteren op 3,61 procent stond. Dit zou erop wijzen dat men een verdere daling van de kapitaalmarktrente (uitzettingen langer dan 12 maanden) goed voor mogelijk houdt.

De daggeldrente ligt de laatste dagen onder het speciale beleningstarief, en schommelde gisteren tussen de 3 en 3,45 procent. Dit duidt erop dat de banken relatief ruim bij kas zitten. De besparing op het contingent is de afgelopen week dan ook toegenomen met 0,4 procentpunt tot 2,1 procent. Na het verstrijken van 65,9 procent van de periode is 63,8 procent verbruikt. De afname van het beroep op de voorschotten in rekening courant, met 705 miljoen gulden, wijst ook op een ruime geldmarkt. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn betalingen door het Rijk van bijna 3,4 miljard gulden. Om de verruimende werking hiervan te compenseren kregen de banken 2,3 miljard gulden minder toegewezen op de speciale beleningen, maar desondanks bleef er ruimte over om de voorschotten te laten afnemen. De afgelopen week is geen nieuwe kasreserveperiode ingegaan, waardoor deze post onveranderd is. Met ingang van vandaag is de kasreserve voor een periode van 9 dagen fors hoger vastgesteld, op 5,9 miljard gulden. Dit hogere niveau moet tegenwicht bieden aan de grote betalingen door het Rijk die deze en volgende week, vlak voor de afsluiting van het boekjaar 1995, nog zullen plaatsvinden. Ten slotte toont de verkorte balans van DNB (de weekstaat) een toename van de bankbiljetten in omloop in de maand december, met in totaal 153 miljoen, waarschijnlijk samenhangend met de kerstinkopen.

Bron: Economisch Bureau ING Groep