Kamer eens over bijdrage aan Europese Unie

DEN HAAG, 20 DEC. De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 hebben de financiële bijdrage van Nederland aan de Europese Unie, het zogeheten eigen-middelenbesluit, gefiatteerd. De oppositiepartijen CDA, GPV, SGP zijn tegen, GroenLinks is voor.

Dat bleek vanmorgen tijdens een voortzetting van het Kamerdebat over de herziening van het eigen-middelenbesluit. Als gevolg van de besluiten die de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie in december 1992 hebben genomen, zal Nederland de komende jaren aanzienlijk meer aan de EU moeten afdragen. Het bedrag dat Den Haag netto aan Brussel moet overmaken, loopt op tot zes miljard gulden in 1999.

Nederland, tot begin jaren negentig dankzij de toenmalige landbouwsubsidies een netto-ontvanger, is straks de grootste netto-betaler aan de EU. De Tweede Kamer, met uitzondering van GroenLinks, heeft daar veel moeite mee. De Kamerleden oordelen dat in Edinburgh, tijdens de Europese Top van december 1992, een cruciale fout is gemaakt. Toen zijn de Europese financiën tot 1999 zijn geregeld. Vooral de fondsen voor arme landen gaan flink omhoog gaan; van ruim 23 miljard ecu in 1994 naar ruim 31 miljard ecu in 1999.

Alle fracties storen zich aan het feit dat de compensatie die Groot-Brittannië al sinds begin jaren tachtig ontvangt in Edinburgh opnieuw is bekrachtigd. Groot-Brittannië ontvangt de compensatie omdat het toen het lid werd van de EG haar landbouw al zodanig had geliberaliseerd dat het geen recht op landbouwsubsidies had, terwijl het wel aan de steun van andere landen meebetaalde. De compensatie, die Nederland alleen al vierhonderd miljoen gulden per jaar kost, heeft haar geldigheidswaarde volgens de fracties verloren. Duitsland, ook een belangrijke netto-betaler, kreeg in Edinburgh een korting.

De regeringsfracties vinden dit “onacceptabel” en dienden vanmorgen een motie in om aan de uitzonderingspositie van Groot-Brittannië en Duitsland een eind te maken bij de komende onderhandelingen over de financiële relatie. De voorbereidingen voor die onderhandelingen beginnen volgend jaar.

De besluiten van Edinburgh werden genomen onder de politieke verantwoordelijkheid van premier Lubbers (CDA), minister Kok (PvdA, financiën) en de bewindslieden van buitenlandse zaken Van den Broek (CDA) en Dankert (PvdA).

“De onderhandelingen zijn destijds gevoerd door de regeringsleiders en de ministers van buitenlandse zaken. Daar waren de ministers van financiën niet bij”, zegt minister-president Kok deze week in een vraaggesprek met Elsevier. “Maar natuurlijk ben ik evenzeer verantwoordelijk voor de uitkomst.”

“Kok is nu als premier aanwezig bij de onderhandelingen, dus hij heeft de kans om de weeffout te herstellen”, zei VVD-woordvoerder Hoogervorst. Hij toonde zich ingenomen met een besluit van de regeringsleiders tijdens de Europtop vorige week vrijdag en zaterdag in Madrid dat er een studie komt naar de afdrachten. “Nederland heeft het onderwerp weer op de agenda weten te krijgen”, aldus Hoogervorst. Zijn D66-collega Ybema hekelde de opstelling van de CDA-fractie die tegen het eigen-middelenbesluit. Het zijn met name de CDA-ers Lubbers en Van den Broek die verantwoordelijk dragen voor de besluiten van Edinburgh. CDA-woordvoerder Van der Linden wees op de eigen verantwoordelijkheid van de CDA-fractie.